Toegepaste informatica – fase 2

BS-Data Warehousing en Datamining (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Data Warehousing

Algemeen

G. Barrezeele

Zij heeft de theorie gegeven uit haar boek.
Er was ook een project dat in groepjes gemaakt moest worden, het uitwerken van een Data Warehouse op basis van aangeleverde brondata. We moesten dus zelf managementsvragen opstellen, ETL doen etc. en daarna moest het gepresenteerd worden.

Het examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling deel: schriftelijk is puur theorie, mondeling was een oefening (sterschema maken).
PE staat op 4 punten, waar dat dus het project voor zorgt. Het examen staat op /8 punten en wordt samengeteld met datamining staat ook op /8+

Juni 2014

donderdag 5 juni: voormiddag - data mining

  1. netica - you get a netica diagram, select the corresponding chance table of one of the nodes
  2. k-nearest neighbours - you get some training data and the distances to a record, determine the target value
  3. naive bayes - which output can you get with naive bayes - one with RMSE or confusion matrix, or both?
  4. you get a netica diagram - select the option that isn't correct... it was either an explanation of naive bayes or smth else that wasn't correct in my question
  5. you get some output of logistic regression - calculate manually the target value of a new record
  6. you get output of association rules - select 1 of 4 that isn't correct.
  7. something about partitioning - what is it
  8. some output of multiple linear regressions - which model can you use without changing it - the one which doesn't have outliers, correlating variables and no p-value above 0.05
  9. hierarchical clustering, you get the data for a specific step, which clusters will be combined in the next step
  10. k-means clustering, you get a drawing with the situation in a specific iteration, what will happen in the next iteration
  11. you get a confusion matrix, what will happen if you lower the cutoff, select the correct answer
  12. you get a lift chart - select the correct answer, what do the 2 lines/graphs represent?
  13. naive bayes, you get some numbers / chances, select the right formula/calculation to calculate the chance that x... like in the example during class with the green and red cars
  14. you get output of different models, made with multiple-linear regression I think, select the one that has the highest predictive value
  15. you get output of different classification models, select the model which will get you the highest profit when sending out promotional packages...

dinsdag 3 juni: voormiddag - data warehousing

Ik had blauw.

Vraag 1: Paper

  • Wat is Big Data, wat kan je er mee doen, wat zijn de knelpunten enz...

Vraag 2

  1. modelleren van een DWH - geef feit, metingen enzovoort...
  2. attributenboom en sterschema

Vraag 3

  • Life cycle Kimball, omschrijf, beschrijf kort de verschillende delen

Vraag 4

  • Opslagmethodes van data die specifiek zijn voor DWH, geef er 3 en bespreek ze kort
  Ik had hier redundantie, 'partitionering en parallelisatie' en tenslotte indexen

Vraag 5: terminologie

  • DWH vs BI, geef verschillen, gelijkenissen, visies

Vraag 6: terminologie

  • Wat is click stream analysis

Juni 2013

donderdag 13 juni: voormiddag

Vraag 1 Beschrijving van een case

  1. Geef de feiten-dimensies-meetwaarden
  2. teken de attributenboom
  3. teken het sterschema


Vraag 2

  1. Definitie van 1992 van wie?
  2. Geef die definitie(en leg de elementen kort uit)
  3. Waarom is deze definitie niet volledig
  4. Bredere definitie geven

Vraag 3

  1. Wat is ETL? Geef de 4 stappen van het proces en leg uit? Waarvoor dient het?

Vraag 4: Terminologie

  1. Geef 3 fouten data audit en geef een voorbeeld
  2. Wat is datamining, waarvoor dient het, geef een voorbeeld
  3. Wat is datamart? waarvoor wordt het gebruikt?

Juni 2011

Reeks 1 (9/06/11 8u30, F. Sanen)

  1. Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. De PE staat op 4.

Vraag 1

  1. Definitie van 1992 van wie?
  2. wat zijn de 5 fouten van huidige management informatie
  3. Welke fouten worden door definitie opgelost
  4. Definitie zelf geven en uitleg (kort)

Vraag 2

  1. Geef 3 fouten data audit en geef een voorbeeld /3

Vraag 3. Leg kort uit: /2

  1. SSRS
  2. Business corporation performance
  3. Integrale load
  4. Dashboard
  5. bus architecture

Vraag 4

  1. Verklaar dimensional modeling a h v voorbeeld /2

Vraag 5

  1. Geef 3 basisconcepten ETL (geeft er 1, vul er 2 aan) /1

Vraag 6

  1. Oefening op sterschema en attribuutboom /4

Reeks 1 (9/06/11 13u00, F. Sanen)

  1. Het examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding. De PE staat op 4.

Vraag 1

  1. Definitie van 1992 van wie?
  2. Definitie zelf geven en uitleg (kort)
  3. Waarom was deze definitie niet goed genoeg?
  4. Geef de betere definitie

Vraag 2

  1. Geef 3 fouten data audit en geef een voorbeeld /3

Vraag 3. Leg kort uit: /2

  1. SSRS
  2. Data Mart
  3. Click-Stream Analysis
  4. Delta load
  5. bus architecture

Vraag 4

  1. Verklaar dimensional modeling a h v voorbeeld /2

Vraag 5

  1. Geef 3 basisconcepten ETL (geeft er 1, vul er 2 aan) /1

Vraag 6

  1. Oefening op sterschema en attribuutboom /4

Juni 2010

Reeks 1A (31/05/10 8u30, K. Milis)

  1. Mondeling: Wat zijn de verschillende vormen van ondervraging van een DWH? Geef bij elke soort een voorbeeld aan de hand van gebruik binnen een ziekenhuis.
  2. Schriftelijk. Wat is transformatie? Welke vormen bestaan er? Leg uit aan de hand van gebruik bij een kruidenier, detailhandel. Waarom gebruiken we transformatie?
  3. Schriftelijk: Leg uit: hoe ziet Belgacom de evolutie van BI (business intelligence) en informatica? (Nalv een presentatie van Belgacom in één van de lessen.)
  4. Mondeling: a) Je krijgt een schema van een operationele databank van een bedrijf. Je wilt onderzoek doen naar welke klanten hun orders te laat betaald hebben. Teken het sterschema. b) Stel dat je een hiërarchie wenst te gebruiken in je onderneming en ook met afdelingshoofden wilt werken. Hoe zou je dan te werk gaan?

Reeks 1B (31/05/10 13u, K. Milis)

  1. Gegeven de 4 kenmerken van een DWH uit de definitie (subject-oriented, integrated, time-variant, non-volatile), verklaar elk en geef een voorbeeld uit de automobielsector. Als we dit nu hebben, wat is dan het doel van een DWH? (mondeling)
  2. Eén van de keuzes die gemaakt moet worden, is hoeveel tijd er zit tussen het doorvoeren van aanpassingen in het bronsysteem naar het doelsysteem. Er zijn hiervoor verschillende mogelijkheden, geef, leg uit en vertel wanneer welke gebruikt wordt. (schriftelijk)
  3. Belgacom vergelijk zijn evolutie van het DWH met de stadia in het menselijk leven. Leg uit: de stadia Teenager en Adult. (schriftelijk)
  4. Gegeven een hoop tabellen, we willen shipping oriented vragen oplossen. Teken een sterschema. (mondeling)
  5. Als een aantal van onze werknemers ook klanten zijn bij ons, hoe lossen we dat op in een DWH? (mondeling)
  6. Vragen over het project (mondeling)

Data Mining

Algemeen

R. Roels

Juni 2010

Het examen bestaat uit 15 meerkeuzevragen zonder giscorrectie en je mag gebruik maken van alle slides, opgaves + je eigen oplossingen van deze opgaves

Reeks 1 (11/06/11 8u30, R. Roels)

Het examen bevatte veel screenshots ( vooral van XL miner outputs en bayesiaanse netwerken ) Een aantal vragen waarbij de incorrecte stelling moet aangeduid worden en de overige vragen waarbij het correcte antwoord moet aangeduid worden.

Vraag 1 : Situatieschets waarbij hij zegt dat er een classificatiemodel(1) gebruikt wordt voor analyse en een prediction model(2) om iets te voorspellen

Vraag 2 : Vraag over kansen / odds ( gemakkelijk: getallen invullen in de formule )

Vraag 3 : Vraag over k-Nearest Neighbours:

Vraag 4 : Nettowinst berekenen

Vraag 5 : Lift charts

Vraag 6 : Clustering

Vraag 7 : Normaliseren

Vraag 8 : Spamfilter

Vraag 9 : Spamfilter

Vraag 10 : Partitionering

BS-Supply Chain Management en Cust Rel. Man. (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2021-05-11). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Supply Chain Management

Dit vak bestaat niet meer

9 Juni 2012 8.30u

  1. Leg uit: distributielogistiek
  2. Welk type SC is het? (Innovatief/agile)
  3. Waarom is traceability ook nuttig voor non-food producten?
  1. Geef de verbeterconcepten van Supply management ~ replenishment en leg uit
  2. Geef de bouwstenen van lean en leg uit
  3. SCOR-model: leg uit, geef 3 karakteristieken en leg deze ook uit
  4. Open vraag: vertel wat voor invloed ICT heeft in de SC

Juni 2011 8.30u

  1. Geef de 4 vormen van ketenintegratie en vindt een voorbeeld ervan terug in de tekst. (Oplossing: Fysieke, informatie, besturing en grondvorm integratie)
  2. Is het Push of pull (kunnen uitleggen ook)
  3. Pas category management en ECR verbeterconcepten toe op de case (en bij mondelinge bijvraag: geef ze allemaal)
  4. wat is verschil tussen foodsupply en non-foodsupply bij HEMA
  1. wat is verband van product ontwerp en postponed manufacturing. Waarom is productontwerp deel van scm?
  2. Wat is KOOP. Geef 1 koop en leg uit. Wat heeft koop met lean/agile te maken. Waarom is het KOOP belangrijk?
  3. Verklaar waarom ICT belangrijk is in de SCM.
  4. Presentatie Carmans: Wat is VIM en leg uit. Is dit kosten reducerend of waarde vermeerderend?

Juni 2011 13u

  1. Geef de definitie van DSCM en pas toe op de case
  2. Pas supply management en ECR verbeterconcepten toe op de case
  3. Wat zijn de supply-chain vraagstukken waar HEMA nog moet aan denken voor ze verder uitbreiden in Duitsland ?
  4. nog iets
  1. Geef de bouwstenen van het agile concept
  2. nog iets
  3. Leg uit : bullwhip effect (illustreer ook met een voorbeeld), en geef de oorzaken hiervan
  4. Presentatie Carmans: wat is het doel van on shelf availability in de retail?

Augustus 2010

  1. Geef de 4 vormen van ketenintegratie en vindt een voorbeeld ervan terug in de tekst. (Oplossing: Fysieke, informatie, besturing en grondvorm integratie)
  2. Verklaar Continue herbevoorrading
  3. 2de case: Wat zou het bedrijf in de tekst kunnen verbeteren om een betere Supply chain te hebben
  1. Waarom worden Lean en Agile terecht DSCM concepten genoemd?
  2. Wat is het Bullwhipeffect en hoe kan je het voorkomen?
  3. Verklaar waarom ICT belangrijk is in de SCM. Waarom komt ECR tekort aan SCM?

Juni 2010

Reeks b

  1. Welke verbeterconcepten (ECR) vindt je terug.
  2. In de case zegt men dat de productie verdeeld is over verscheidene landen. Wat is de logica hierachter en leg de relatie met het KOOP
  3. Op welke van de vier logistieke deeltrajecten ligt de nadruk?
  1. Wat versta je onder DSCM? Leg uit
  2. a) Geef de bouwstenen van agile en leg uit.  b) Wat is volgens jouw het beste lean/agile? Leg uit en geef een voorbeeld
  3. a) Wat is het belang van de prestaties in de keten te meten? b) Geef 3 verschillen/overeenkomsten tussen de modellen
  4. a) Wat verstaan we onder intercompany pricing? (Gastpresentatie tijdens het jaar)  b) Welk aspect (SC Financieel) is hier belangrijk?

Juni 2009

  1. Welke verbeterconcepten (ECR) vindt je terug
  2. De productie in de case worden verdeeld over verscheidene landen. Wat is de logica hierachter, en wat is de relatie met het KOOP?
  3. Op welke van de vier logistieke deeltrajecten ligt de nadruk?
  1. Wat is het belang van de prestaties in de keten te meten?
  2. Som 4 eigenschappen op van het SCOR-model, en geef uitleg.

Customer Relationship Management

Juni 2012, 8u30

  1. Wat is het relatie beleid per relaties fase, geef omschrijving en leg uit
  2. Kan een discounter aan CRM doen + uitleg? (neen, ze gebruiken operationele excellence strategie, en niet de costumer intimacy strategie)
  3. Leg volgende begrippen uit: multi-channels, cross-selling, klantenpiramide
  4. Wat zijn de mogelijke problemen als je drie kanalen hebt : telefonie-, website- en saleskanaal (het kwam erop neer dat vooral concurrentie tussen de diensten ervoor gingen zorgen dat ze om de klant via hun dienst binnen te halen andere voorwaarden gingen doen.)
  5. Welke 3 strategiën zijn er en leg uit.
  6. Wat zijn de voordelen van een kanaal via internet, voornamelijk dus een website


  1. Case


Juni 2011, 8u30

  1. Wat is de relatielevenscyclus?
  2. Hoe kan een supermarkt aan customer intimacy doen?
  3. Wat is het verband tussen commitment en vertrouwen?
  4. Wat is het mogelijk verband tussen klantkennis en een dalende commitment in de groeiperiode?
  5. Wat zijn de belangrijkste communicatiemiddelen die front-end beschikbaar zijn?
  6.  ???
  1. Case

Juni 2010

Reeks b

  1. Waarom is het niet aangeraden voor een bedrijf om zowel Operational excellence, Product leadership en Customer Intimicy samen toe te passen? Leg uit en illustreer a.d.h.v. een voorbeeld
  2. Geef de vier basiselementen van CRM. Waarom is CRM meer dan zomaar een ICT-project?
  3. Leg uit: retentie, lifetime value en congruentie
  4. Hoe kan men in een supermarkt Customer Intimicy toepassen? Leg uit
  5. Aan welke eisen moet een bedrijf voldoen om CRM toe te passen? Leg uit
  6. Een callcenter bestaat uit 4 elementen. Leg uit.
  1. Case over KLM

Bedrijfsbeheer 2 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Dit vak is niet zo moeilijk. Naar de lessen gaan hoeft eigenlijk niet. Gewoon een 2-3 tal dagen op voorhand beginnen te studeren voor je examen en je haalt normaal wel een voldoende.

Beroepsgerichte communicatie (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Dit vak bestaat uit 2 onderdelen: Communicatietechnieken (2SP) en Taalbeheersing (1SP). Hoewel er in de studiewijzer staat dat dit vak enkel door permanente evaluatie wordt geëvalueerd, is er voor Taalbeheersing toch een examen ingericht. Je moet voor Taalbeheersing ook 3 werkjes maken voor PE, welke voor het einde van de kerstvakantie binnen moeten zijn. Voor het examen heb je via mail een voorbeeldexamen gekregen van de heer Bouving, wat goed weergeeft wat je moet kennen. Ga in je oefeningen nog eens snuffelen of je alles begrijpt. Uitleg over de onderwerpen van spelling vind je in het boekje "10 voor spelling". Voor Taal is de uitleg enkel in de klas gegeven (alhoewel), hiervoor zal je dus moeten surfen en kritisch zijn. Veel succes!

Communicatie in het Engels - deel 2 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Vak vervangen met 2TX Testing sinds 2016.

Inhoud

Lectoren

Norbert Valckx

Zoals de lessen doen vermoeden, stelt het examen weinig voor. Aan het begin van het semester wordt gevraagd een tekst te schrijven, die telt voor permanente evaluatie. De aandacht wordt tijdens het examen vooral (of misschien zelfs enkel) gelegd op de communicatieve vaardigheden: lezen en schrijven. Echte leerstof wordt tijdens het jaar amper of niet gezien en bijgevolg ook niet getest op het examen zelf.

Examens

Januari 2013 (Valckx)

Januari 2012 (Duerinckx)

Januari 2012 (Valckx)

  1. 3 schriftelijke vragen i.v.m. in de les geziene teksten:
    1. invloed van ICT op "domestics" (huishoudelijke robots) (10 regels)
    2. persoonlijke mening over "capital punishment" (10 regels)
    3. pro's en contra's van gamen (10 regels)
  2. [Mondeling] Verschillende mogelijkheden:
    1. opinievraag over een in de klas gezien thema
    2. vraag over een geziene film
    3. vraag over zelfgeschreven paper
  3. schrijf een klachtenbrief (situatieschets gegeven)
  4. vertaaloefening: 3 stukjes tekst (van 3 à 6 regels) van Nederlands naar Engels

Januari 2009

Het examen is deels mondeling, deels schriftelijk. Het schriftelijk deel bevat volgende dingen:

Communicatie in het Frans - deel 2 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Juni 2013: Verschueren

Mondeling

per twee:

Elk stelt ook een vraag aan de medestudent over de vraag die hij beantwoordt.

Schriftelijk

2012: Verschueren

Mondeling: per twee:

Elk stelt ook een vraag aan de medestudent over de vraag die hij beantwoordt.

Schriftelijk:

Examen '10

Mondeling op 8 van de 12 punten, schriftelijk op 4.
Mondeling:

Schriftelijk:

Examen '09


Databanken (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 35% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Algemeen

W. Bertels / P. De Mazière

Databanken is opgesplitst in Databanken 1 en 2 (elk 3stpn).

Databanken 1

Lessen zijn niet verplicht, maar er worden aanwezigheden opgenomen. Als je maar 4u of minder mist, mag je extra bladen meenemen naar het examen. Zo ook voor oefeningen maken (of extra opdrachten). Maximaal 6blzn. Leerstof: SQl (subqueries, joins, vensterfuncties, indexen), Hiërarchische en Netwerk DB

Databanken 2

Naar de les gaan is niet verplicht. Tijdens dit semester moet je in groepjes van 3 of 4 een opdracht maken om openboek examen te verdienen. Je mag dan alles meenemen wat je wil, als het maar op papier staat. Zorg dus dat je in het begin van het semester tijdens het kiezen van de groepjes aanwezig bent. Maak je geen opdracht of slaag je hier niet voor dan mag 3 zelf geschreven pagina's meenemen naar het examen.

Juni 2017

12 juni 8u30

1. Wat is acid? Wat is het verband met NoSql?

2. Schrijf triggers voor integriteit op een schema

3. Schrijf een recursieve cte op dat schema

4. Wat zijn xml en json in verband met postgresql?

1 juni 8u30

1) mondeling: wat is referentiële integriteit leg uit, geef grondige voorbeelden.

2) maak een functie die als input een tabelnaam heeft en als output de kollomhoofden en datatype

bv: tabel(k1 text,k2 integer)

   output:
   k1 text
   k2 integer

3) Wat is een dirty read ? Geef een voorbeeld hiervan met transaction. Maak ook een view met het gegeven voorbeeld waarbij alle geiten hun nummer en mogelijke aandoening getoond worden.

4) wat zijn de nadelen van ORDMS + geef telkens een voorbeeld.

1 juni namiddag

1) mondeling: uitleggen wat cartesisch product is + voorbeeldquery maken met inner join, en dan vroeg hij op het examen de volgorde van uitvoer van die query + hoeveel rijden er overbleven na de join met using + na de where

2) pc en mondeling: trigger schrijven voor een tabel "geit" en wanneer ge een geit toevoegt, moet ge voor de insert aan een zelfgemaakte tabel audit toevoegen wat de situatie was voor de insert + ook info naar die audit tabel zetten na de insert

3) schriftelijke query: van de geit tabel de stamboom geven van een geit met CTE

4) schriftelijk: 4 manieren om te beveiligen: staat in de pp's: was grant, view, stored procedures & roles

Januari 2017

9 Januari

(Van wat ik mij herinner)

Volledig schriftelijk, 2u tijd (1.5u gerekend)

1) In welke SELECT componenten kun je gebruik maken van gecorreleerde subqueries? (10min)

2) Code voor het creëren van een tabel met een aantal attributen gegeven. Wat is hier goed/slecht aan (inhoudelijk, fysisch en sql) (10min)

3) Code voor een hiërarchische DB programma gegeven. Wat voor DB is dit? Wat geeft dit als output? (10min) (zelfde programma als vorig jaar)

GU    ZAAL
          PATIENT
          GENEESMIDDEL (GNAAM = VALIUM)
GU    ZAAL (ZAALNR = key1zaalkey)
PERFORM UNTIL STATUS1NOTOK
     GNP    VERZORGSTER
     PERFORM UNTIL STATUS2NOTOK
           DISPLAY VERZORGSTER
           GNP   VERZORGSTER
     END-PERFORM
GN    ZAAL (ZAALNR <> key1zaalkey)
          PATIENT
          GENEESMIDDEL (GNAAM = VALIUM)
     IF DBSTATUS1OK
     GN   ZAAL (ZAALNR = key1zaalkey)
     END-IF
END-PERFORM

4) 3 verschillende queries gegeven die hetzelfde doen (een user teruggeven op basis van één van zijn eignschappen), adhv 6 j/f vragen bepalen welke de snelste is. (kwam ongeveer op het volgende neer denk ik: ) (10min)

 > a) select *
      from users
      where id="123546"
               1) Deze query is de snelste omdat id een uniek attribuut is.
               2) Deze query is niet de snelste omdat het id zeer hoog is, 
                  dus hij waarschijnlijk vrij ver in de de lijst van id's gaat moeten zoeken om deze user te vinden.
 > b) select *
      from users
      where hash="ea02e3a20e3ae23265"
                1) Deze query is de snelste omdat het een hash is.
                2) Deze query is niet de snelste omdat een hash niet per se uniek is (en hier ook niet).
 > c) select *
      from users
      where joindate="05-12-06" (met de eerste user gejoind op "05-12-06")
                1) Deze query is de snelste omdat deze eerst in de lijst staat (eerste user dan gejoined).
                2) Deze query is niet de snelste omdat timestamp een complex attribuut is.

5) Query met rollup gegeven. Bespreek hoe de uitvoer hiervan eruit gaat zien. (10min)

6) Vergeten (10min)

7) 4 queries maken (met subqueries, aggregatiefuncties en joins) (40min)

14 Januari 2016

De Mazière

THEORIE

1) twee tabelen + query geef output en kan het beter


2) Mondeling: Wat is een transactie en wat is het nu, wat zijn de gevaren en oplossingingen hiertegen + wat is commit + rollback.

3) Hoe kan je een RDB toch forceren om over te erven + welke van de 4 DML ... kan je gebruiken om in 1 commando aan datamanipulatie te doen.

OEFENINGEN

Bertels

Volledige examen achter deze link

13 Januari 2016

De Mazière

THEORIE

1) Mondeling: geef het verschil tussen gecorreleerde en niet-gecorreleerde subqueries. Illustreer dit aan de hand van een voorbeeld. Geef ook de voor- en nadelen van beide queries (performantie-gewijs ...)

a) Bijvraag: Wat zijn de 4 soorten subqueries?

b) Hoe kan je de performantie van een subquery testen?

2) Wat zijn de verschillen tussen hierarchisch en netwerk model?

3) Hoe worden relaties gemaakt in een NoSQL database? wat is het verschil met een rdbms hierin? geef ook een voorbeeld. Wat heeft dit voor gevolgen?

OEFENINGEN

1) Je kreeg een query:

SELECT t1.nummer, t1.kolom1, (SELECT count(*) from tabel2 WHERE tabel2.nummer = t1.nummer)

FROM tabel1 as t1, tabel2 as t2

WHERE t1.nummer < 3

Tabel1
nummer kolom1
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
6 6
Tabel2
nummer kolom1
1 10
2 20
3 30
4 40

a) Geef de output:

b) Kan de query optimaler? Zoja, maak ze.


2) Gegeven een blad met een aantal tabellen over bakkers en broden.

a) Toon alle bakkers met maximaal 4 generaties in de familie die bakker zijn. (Kan je doen met with_recursive of alle tabellen joinen met allemaal left outer joins of 4 aparte queries voor 4-3-2-1 generaties en deze met union samensmelten)

b) Toon alle bakkers van "Janssens Jan" langs vaders kant. Output moet [regnr persoon] - [rregnr vader] zijn. (Dit moest met with_recursive gedaan worden).

c) Toon voor de bakker die het meest aantal broden gebakken heeft in januari 2015, de klantnaam met de kleinste bestelling (op basis van de prijs) aan wie de bakker ooit heeft geleverd.

d) Geef een stored procedure die prijs van de broden aanpaste.

e) Sorteer de bakkers aflopend op basis van het aantal klanten in 2016. Vermeld per bakker het aantal broden gebakken voor dat jaar en de gemiddelde prijs per bestelling.

Augustus 2015

De Mazière

THEORIE

1) Gegeven 2 tabellen en een query. Schrijf deze query zo optimaal mogelijk en leg uit waarom hij optimaler is.

2) Mondeling: Geef de 4 soorten subqueries en leg grondig uit met voorbeelden. Kort antwoord: Scalaire, rij, kolom - en tabelsubquery + uitleg en voorbeelden.

3) Gegeven een netwerk DBMS met code. Op basis van die code moet je de output bepalen. (In januari was dit een hiërarchisch DBMS)

4) Hoe kan je bij RDBMS (niet ORDBMS) een eigen datatype definiëren? Laat met een voorbeeld ook zien hoe je dit kan gebruiken.

OEFENINGEN

Databank over plaatsen (spots) waar klanten materiaal kunnen huren, met tussentabel klant_huurt_materiaal en ook een rating tabel.

!!Vergeet niet te oefenen op WITH RECURSIVE, in januari en augustus waren 2 van de 5 queries met recursie!!

1) Geef alle klanten waarvan de vader en grootvader ook ooit klant zijn geweest, zonder het veld 'generatie' te gebruiken. (recursie)

2) Geef de volledige generatie van klant 'Big Z' weer in formaat [klant] - [vader van klant]. (recursie)

3) Geef van de speler die in 2014 het meeste materiaal gehuurd heeft, zijn meest bezochte spot.

4) Geef een stored procedure die alle ratings voor 2010 verwijderd.

5) Geef van alle spots, aflopend gesorteerd op cumulatieve rating, het totaal aantal unieke klanten.

Januari 2015

20/01

THEORIE 1) bespreek 1 op 1 of 0 relaties, hoe je de referentiële integriteit kan bewaren, geef een voorbeeld met een tabel en schrijf in SQL code

2) geef 4 duidelijk verschillende manieren van gegevensbeveiliging en hun SQL code

3) welke van de 2 is de meest performante code (2 codes gegeven met hun explain eronder)

4) netwerkdatabank vraag over RETENTION

5) vergeten

OEFENINGEN databank over een bank gegeven

1) gegeven querie = select * from 8 verschillende kolommen. Wat wordt er geselecteerd?

2) Verander alle rekeningen met naam Berchtem naar Bertels en zorg dan dat met 1 instructie (niet dezelfde) alles terug ongedaan kan worden

3) geef alle info over rekeningen die afgelopen 2 dagen zijn aangepast (laatste is laatste 2dagen bewerkingen niet vanaf vandaag hier bestaat een tabel over (maar niet gegeven) WTF)

4) geef alle vrouwelijke eigenaars van een rekening die begint met een cijfer, een % teken bevat in het midden en eindigt op CH of CF weer

5) vergeten

12/01

THEORIE

1) Gegeven tabel met per rij (land, goals, hematocrietgemiddelde) :

a) Wat is de uitvoer van SELECT COUNT(*), MAX(k.hematocrietgemiddelde) FROM wk w cross join wk k GROUP BY w.goals

b) Bedenk een zinvolle output en geef hiervoor alternatieve query

2) (mondeling) Leg uit: transacties: voordelen/nadelen, hoe werkt het, voorbeeld..

3) Gegeven was code en model van een db (Hiërarchische?), hiervan moest je geven welk soort GBS dit was en van de code moest je de uitvoer geven.

4) ORDBMS: geef de 4 verschillende soorten indexen, indien deze niet bestaan, wat gebruikt men i.p.v. deze indexen

OEFENINGEN

Databank met geiten/wedstrijden/jaarproductie/behandelingen..

1) Gegeven query, klopt dit? Zoja, optimaliseer, zonee, wat klopt er niet?

2) Geef alle geiten welke een behandeling hebben gehad in de afgelopen week en waar hun ras begint met 'melk'

3) Geef de geit(en) dewelke aan alle wedstrijden hebben meegedaan

4) Schrijf procedure om alle geiten die minder dan 10 L (kg) opbrengst per jaar hebben te verwijderen

5) Geef de hele boom van geiten beginnende vanaf geit met nr 1. (Recursieve functie in de stijl van vader uit cursus)

Augustus 2014

18/08

  1. Mondeling
    1. Wat betekent relationele integriteit? Hoe kunnen we dit gebruiken?
  2. Schriftelijk
    1. Create table query gegeven, leg uit wat je anders zou doen en waarom.
    2. Wat is het verschil tussen GN en GNP? Wat is de uitvoer van volgende query? (hiërarchisch query gegeven)
    3. Wat is oid/guid (ref())? Leg uit en geef de voor- en nadelen.
    4. 5 querys schrijven (serverdatabank)

Augustus 2013

voormiddag 20/08 (Bertels)

  1. Mondeling
    1. Geef 3 mogelijkheden om gegevens af te schermen van gebruikers. Wat zijn de mogelijkheden met procedurele sql? Hoe zou je dit als databankbeheerder aanpakken (voorbeeld)? (en nog wat)
  2. Schriftelijk
    1. Query gegeven
      1. Wat is de uitvoer van deze query?
      2. Leg nu uit in gewoon Nederlands?
    2. Wat betekenen de volgende begrippen en horen ze bij hiërarchish of netwerk?
      1. CRU
      2. Set
      3. GRIDAK
      4. GNU
    3. Geef 3 concepten die geïntroduceerd zijn bij ORDBMS. Leg uit, geef een voorbeeld en wat zijn de voor- en nadelen?
    4. 5 Querys schrijven (een databank over fietsen)

namiddag 21/08 (Beheydt)

  1. Mondeling
    1. Je moest twee tabellen maken met twee rijen en de andere me drie rijen en daar een select instructie schrijven en stap per stap de volgorde uitleggen
  2. Schriftelijk
    1. Query gegeven met een aantal fouten, je moest deze aanpassen
    2. De verschillen tussen een hiërachische en een netwerkdatabank
    3. Iets van indexen bij een ORDMS
    4. 5 Querys schrijven (een databank over een Onderneming en zijn medewekers aan een project)

Januari 2013

voormiddag 07/01 (Bertels)

  1. Gegeven:SELECT count(*), sum(k.goals) FROM wedstrijden w inner join wedstrijden k where w.goals = k.goals group by w.goals; Gevraagd:
    1. Geef de output van deze query (adhv. tabel)
    2. Geef een alternatief om nuttige informatie uit deze tabel te krijgen. Geef de opgave, query en output.
  2. Wat is XML en geef een voorbeeld. Wat is het doel van (meerdere) XML bestanden. Voor en nadelen van XML voor dataopslag.
  3. Wat zijn (volgens jou) mogelijke nadelen van de nieuwe concepten van ORDBMS?
  4. <<mondeling>> Wat is een cartesisch product? Geef een voorbeeld en leg bij een eenvoudige query de stappen uit, en waar het cartesisch product zich bevindt. (bijvraag: kan je een voorbeeld geven van cartesisch product in de group by?(GROUP BY WITH CUBE))
  5. 6 Query 's --> databank over geiten
    1. Geef alle wedstrijden waar meer dan 15 verschillende geiten aan hebben deelgenomen. De wedstrijd met de laatste datum mag er niet bij.
    2. Geef wat info over de derde oudste geit.
    3. Geef alle geiten die deelnamen aan minstens 2 en maximum 5 wedstrijden. (hier kwam nog een klein stukje bij)
    4. Geef alle geiten die hun eigen moeder zijn (het zijn boeddhistische geiten)
    5. Maak een view van alle geiten en indien ze deze hebben hun behandelingen
    6. ...

Melk is goed voor elk...

voormiddag 10/01 (Beheydt)

  1. mondeling
    1. Geef de 2 of 3... soorten procedurele objecten die mogelijk zijn in een ORDBMS. (TRIGGER EN STORE PROCEDURES/FUNCTIONS) Bijkomende vraag om van beide een voorbeeld te geven om bij een deleteinstructie overeenkomstige records in een andere tabel te verwijderen (op basis van gegeven ERD) in pseudocode
  2. schriftelijk
    1. Gegeven: GHN, ROOT, INSERTION AUTOMATIC, GRIDAK, CRU: bespreek en geef aan in welk soort database deze voorkomen (hiërarchisch of netwerk)
    2. Bespreek GUOID/OID en hoe je er tabellen mee verbindt via REF. Wat zijn de voor en nadelen?
    3. Geef aan hoe men in een RDBMS slechts een deel van de rij en/of kolommen van een tabel kan tonen aan de gebruiker (en dus een deel afschermen). Geen ook een voorbeeld aan de hand van de gegeven ERD. (Met een view die een deel van de basistabel selecteert en waarbij je enkel rechten geeft voor de view aan de user)
    4. 5 queries waarvan één delete, gemiddeld niveau

Namiddag 10/01 (Bertels)

  1. Mondeling
    1. Wat zijn indexen? Wat is het verschil met een clustered index?
  2. Schriftelijk
    1. Een slimme databasebeheerder maakt gebruik van transactions. Ga je hier mee akkoord? Leg uit waarom? Wat zijn de voor- en nadelen van transactions.
    2. Enkele begrippen van hiërarchische en netwerkdatabanken verklaren + zeggen bij welke databasesoort ze horen. (Set, Leaf, GNU, ...)
    3. Zijn er verschillen tussen een ODBMS en een ORDBMS? Indien ja, geef 3 verschillen. Indien nee, leg uit wat ze doen. Leg overerving in en ORDBMS uit aan de hand van een voorbeeld.
    4. 5 queries waarvan één update. Niveau SQL-dropbox.

Geniet van de wind.

Januari 2012

voormiddag 09/01 (Beheydt)

  1. Verbeter volgende query: SELECT count() FROM spelers AS Micheal WHERE naam = "Charlie Skyer"
  2. Gegeven:SELECT *, wk.hematocrietghalte FROM wedstrijden WHERE hematocrietgehalte/goals>6 OR 2=36; met daarbij de tabel wedstrijden. Gevraagd:
    1. geef de output van deze query (adhv. tabel)
    2. twee termen worden uitgelegd, waarna je een nieuwe query moet geven, rekeninghoudend met de twee termen
  3. [Mondeling] Wat is redundantie & hoe pakt men dit aan binnen RDBMS?
  4. Geef de belangrijkste verschillen tussen hiërarchische en netwerk databanken
  5. Hoe is SQL-injectie mogelijk?
  6. Gegeven: een databank (ERD, ER, overzicht van de velden/tabel), de syntax van SQL-instructies Gevraagd: een aantal query's (niveau SQL Dropbox)

namiddag 09/01 (Beheydt)

  1. Verbeter een query (FROM was fout geschreven (FORM), ...) + Er stond een aggregatiefunctie in de WHERE. (Deze hoort alleen in de SELECT en HAVING clausules, NIET IN WHERE!!)
  2. Mondelinge vragen
    1. Wat is referentiële integriteit? Leg dit uit a.d.h.v. een voorbeeld.
    2. Wat betekent CASCADE, RESTRICT en SET NULL.
  3. Welke 3 dingen kan je bij ORDBMS wel gebruiken, en in een RDBMS niet? geef een voorbeeld bij elk deel.
  4. Wat is RSS?
  5. Wat is MongoDB ? (document-georiënteerde db) + hoe worden gegevens opgeslagen in MongoDB?
  6. Een stored procedure-script schrijven
  7. Een aantal queries schrijven met behulp van een door hen gegeven database (oei, aj, de sjef is daar, het was een vergissing!)

Augustus 2011

voormiddag 23/08

  1. verbeter volgende query:

Select naam, sum(zwartgeld) Form bank Where sum(zwartgeld)>255

  1. (mondeling) Wat is relationele integriteit en leg uit met een voorbeeld
  2. wat is rss
  3. geef de 3 voordelen van ORDBMS tov RDBMS. Geef ook enkele voorbeelden
  4. 5 query's

Januari 2011

Reeks 1A (10/01/11 13u, Bertels)

  1. Select count(*), max(w.goals) from wk w, wk k order by k.hematocrietgemiddelde
    1. volgende tabel is gekend: (landen, goals, hematocrietgemiddelde) Belgie, 38, 47.00 Japan, 8, 45.00 China, 8, 47.00
    2. vraag: wat is de uitvoer van de querie. wat is er zinvoller, geen de querie + uitleg
  2. Hoe kan men views gebruiken om restricties te geven bij select en aanpassingen.Voorbeeld. Hoe kan men dat buiten revoke/grant en views nog doen. Geef een voorbeeld (= mondeling)
  3. Een hierarchische gegevensbankvoorbeeld 'leg uit wat het programma doet' + Wat is GHN en GN + verschil uitleggen
  4. Is er een verschil tss OODBMS en ORDBMS, zoja leg uit, zoniet geef 3 kenmerken van een OODBMS. + leg overerving uit van tabellen bij ORDBMS
  5. 4 verschillende queries : 3 selects, 1 update

Januari 2010

Reeks 1A (19/01/10 8:30u, Martens)

  1. 4 SQL-queries, gegeven zijn een aantal tabellen en uitleg + een syntaxbundel van SQL
  2. Theorie RDBMS
    1. Mondeling: Welke verschillende joins bestaan er om kolommen samen te voegen. Geef bij elke join een voorbeeld gebruik makend van de bijgevoegde SQL-bundel en geef de voor -en nadelen tussen al deze joins.
    2. Schriftelijk: Wat zijn Stored Procedures? Wat is het nut? Geef een voorbeeld m.b.v. de bijgevoegde SQL-tabellen.
    3. Wat is een index? Wanneer gebruik en waarom? Geef een voorbeeld m.b.v de bijgevoegde SQL-tabellen
  3. Theorie van de andere gegevensbanken
    1. Gegeven een hierarchische ERD-model en een stukje code (GHU =(NAAM = 'Martens) VAK DLET). Leg uit stap voor stap wat dit programma doet, wat de output zal zijn en teken een schematisch voorbeeld om het programma te illustreren.
    2. Netwerkdatabanken; geef de voor -of nadelen ten opzichte van een hierarchische databank.
    3. OODBMS en ORDBMS: Wat is het nut van overerving en is dit bij OODBMS of ORDBMS?


Reeks 1B (19/01/10 13u, Martens)

  1. 4 SQL-queries, gegeven zijn een aantal tabellen en uitleg + een syntaxbundel van SQL
  2. Theorie RDBMS
    1. Wat zijn sleutels? Waarvoor worden ze gebruikt? Welke verschillende soorten sleutels zijn er? Illustreer met voorbeelden uit de gegeven tabellen van de SQL-vraag.
    2. Wat zijn transacties? Leg het nut uit, illustreer met een voorbeeld aan de hand van de gegeven tabellen uit de SQL-vraag
    3. Wat is zijn catalogustabellen? Kan je daar als SQL programmeur iets mee doen?
  3. Theorie van de andere gegevensbanken
    1. Gegeven een ERD, hoe zou je het omzetten naar een hiërarchische gegevensbank? Leg uit waarom je daarvoor kiest, welke de voor- en nadelen zijn.
    2. Gegeven hetzelfde ERD, hoe zou je dat omzetten naar een netwerkdatabank? Leg uit waarom je daarvoor kiest, vergelijk met de hiërarchische.
    3. In de mondelinge vraag ging het over sleutels, wordt dat bij ORDBMS en OODBMS hetzelfde toegepast? Indien niet, leg uit wat het verschil is. Geef de eventuele voor- en nadelen van deze aanpak.


Reeks 5A(19/01/10, Bertels 8u30)

  1. Je krijgt een voorbeeld van een 'CREATE TABLE' instructie. Verschillende dingen zoals foreign keys en constraints ontbreken. Bespreek en verbeter.
  2. Bespreek 'Referentiële integriteit'
  3. Leg uit en geef voordelen en nadelen van 'WITH or WITHOUT OIDS'.
  4. Cobol code van een hiërarchische databank , wa doet het programma ? + Leguit : GN en GNP.
  5. Hele ERD en tabel-beschrijvingen om de rest van de oefeningen op te lossen (website voor de scouts) :
  6. 3 Queries
  7. Voorbeeld van een SELECT-statement + wat het resultaat 'zou moeten zijn'. Bespreek of dit werkelijk zo is en verbeter indien nodig.
  8. Maak een view die alle leiders weergeeft en het aantal nieuwsberichten dat zij gepost hebben.
Vraag 1,2 en 4 mochten mondeling voorgelegd worden, naar andere oefeningen mocht gevraagd worden (mits eventuele puntenaftrek).

Januari 2009

SQL:

Mondeling:

Theorie:

Een andere student kreeg dit op zijn examen:

Augustus 2009

Samenvattingen

Financieel management (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

vanaf 2012-2013

Dit vak werd geschrapt en vervangen door IT en management

Algemeen

D. Van Overtveld

Het examen is een schriftelijk en gesloten boek examen waarvoor je 3u de tijd krijgt. In 2009 werd het examen verbeterd op 20 punten, maar was er ook een werkstuk waarin men een fictief bedrijfje met sportkoek/sportdrank moest oprichten en binnen twee jaar rendabel moest laten draaien. Dit werkstuk telde toen mee voor 8 van de 20 punten, best wel belangrijk dus om daar wat tijd en moeite in te steken ook al komt de hele opgave niet zo duidelijk over.

Vanaf het schooljaar 2009-2010, is deze taak individueel geworden en bestaat dit werk nog uit het opmaken van een financieel plan. De taak telt mee voor 5 van de 20 punten. In 2011 bestond de opdracht uit een case study of een financieel plan. Deze case study was een open boek probleemstelling waarbij jij de "klant" advies moest geven.

In schooljaar 2011-2012 moest je een financieel plan maken en dit stond op 5 punten van de 20. Je moest zorgen dat je 2 jaar lang break-even draait. Het loont de moeite om zelf over je boel na te denken, en geen internet tool te gebruiken die een miljoen cijfers teruggeeft waar ge de helft niet van verstaat...

Juni 2012

Juni 2011

  1. a) Op welke manieren kan je interne financiering toepassen. [/3]
  2. b) Wat zijn de voor- en nadelen van factoring. [/4]
  3. c) Wat is het verschil tussen kapitaal- en personen vennootschap. Schrijf het voor de duidelijkheid in een tabel. Geef ook weer welke vennootschapsvorm bij kapitaal- of personen vennootschap horen. [/4]
  4. d) Welke steunmaatregelen zijn er voor opstartende ondernemingen. [/4]
  5. e) Vragen over ratio's (multiple choice en aanvullen). [/5]

- vul aan netto bedrijfswinst aanvullen
- hefboomformule aanvullen
- bruto winst marge of 70 % (Juist/fout/geen van beide)
- netto winst marge of 3 % (Juist/fout/geen van beide)
- Vraag ovver RBBK formule
- Vraag of OS = 42 (Juist/fout)
- Omloop snelheid handelvordering formule aanvullen
- Is bruto winstmarge is groter als netto winstmarge (juist/fout)
- ...
- ...

  1. f) Oefening op sale and lease back [/10]

Eerst moet je 50.000 euro op 5 jaar afschrijven 20% degressief afschrijven.
Daarna wordt het bedrag van 50.000 euro geherinvesteerd en op 7 jaar afgeschreven.
Bereken het fiscaal voordeel.
Gegevens :
Jaarlijkse rentevoet = 6%
belastingsvoet = 24.85%
Waardervermindering = 4% (aflezen in tabel)

Augustus 2010

  1. a) Verklaar uw mening (al dan niet akkoord) rondom volgende stelling: "Zich als zelfstandige vestigen gaat eenvoudig, snel en goedkoop, terwijl dat bij een venootschap dat traag, duur en ingewikkeld is.
    b) Welke onderdelen zitten er in het business plan? Geef korte uitleg bij elk onderdeel
  2. Bereken sale & leaseback. Hoeveel bedraagd de fiscale winst? De firma TRADI-PLUS kocht in 2005 een aantal bouwkranen voor 4 000 000 €. Deze werden lineair afgeschreven aan 20 %. In 2010 wordt de waarde nog geschat op 1 250 000 €. Men verkoopt deze kranen aan een leasingmaatschappij voor de geschatte waarde en men least/huurt deze terug over 5 jaren met een jaarlijks rentevoet van 6,5%. Na afloop van deze 5 jaren, zal men een wederbelegging doen van 1 250 000 € door 2 nieuwe generatie kranen aan te schaffen. Deze nieuwe kranen zal men afschrijven over 10 jaren (10% Lineair). De belastingsvoet bedraag 24,85%
  3. Vraag over berekening met NPV
  4. De firma X realiseerde voor 2009 de volgende omzetten/ maand (X) en een groep van vaste kosten en comissieloon voor haar vertegenwoordigers (Y). De firma wil de relatie kennen tussen beide (x en y) en stelt voor "de hoogste en laagste puntenmethode" toe te passen. Gevraagd: Bereken deze relatie.
    maand   x       y
    jan/09   4200   240
    feb/09   4650   276
    mrt/09   3050   200
    apr/09   3600   227
    mei/09   3840   231
    jun/09   3910   240
    jul/09   4500   269
    aug/09   3960   245
    sep/09    4210   251
    okt/09   4260   256
    nov/09   3700   220
    dec/09   3890   230



Juni 2010

  1. Geef de verschillende vormen van Interne financiering.
  2. Geef de voordelen van factoring + uitleg.
  3. Op welke 2 manieren (of technieken) kunnen semi-variabele of gemengde kosten opgesplitst worden in vaste en variabele per éénheid.
  4. Oefening waarbij je waarden krijgt waarbij je degressief moet afschrijven, CF's bereken en NCW.
    De firma "tradiplus BVBA" overweegt een vrachtwagen met opligger en kraan aan te schaffen bij de firma MAN uit Duitsland.
    Ze stelt een minimaal rendement voorop van 12% op vijf jaar en gebruikt de NCW (netto constante waarde).
    De investering bedraagd  €140 000 en wordt degressief afgeschreven over 7 jaar.
    Na 5 jaar kan ze de investering terug verkopen aan de firma MAN voor 40 000 €.
    De geschatte inkomsten bedragen jaarlijks voor afschrijving en voor belastingen (24,85%) 25 000 €.
  5. Oefening over break-even: Een chocoladerepenfabriek heeft drie repen in haar aanbod. Bereken break-even en maximale winst.
    80% van de repen wordt verkocht aan €0.50 en 20% aan €0.54.
    Reep A: heeft een max. productie van 130.000 repen per dag. De vaste kosten zijn €52.642. De variabele kostprijs per reep is €0.10.
    Reep B: heeft een max. productie van 230.000 repen per dag. De vaste kosten zijn €78.647. De variabele kostprijs per reep is €0.11.
    Reep C: heeft een max. productie van 200.000 repen per dag. De vaste kosten zijn €60.007. De variabele kostprijs per reep is €0.12.

Augustus 2009  

  1. Factoring: leg uit aan de hand van een schema  
  2. Is lease-and-sale back in elke situatie fiscaal voordelig? Leg uit. 
  3. Geef de verschillende vormen van externe financiering 
  4. Verklaar management accounting en financieel accountancy. 
  5. ? 
  6. Bereken NPV en IRR voor een gegeven situatie 
  7. Bereken CF(CashFlow), Hefboomeffect, Brutowinstmarge en ?.


Juni 2009

Los kort op:

  1. Geef de nadelen van factoring
  2. Welke investeringsvormen zijn er?
  3. Waarom is operationele leasing niet wettelijk in België?
  4. Wat is het verschil tussen financieel management en management accounting?
  5. Welke manieren van interne financiering zijn er?
  6. Bereken NPV en IRR gegeven een aantal waarden.
  7. Resultaatrekening en balansrekening oefening
    1. Geef Cash Flow
    2. Brutowinstmarge
    3. Hefboom
    4. Acid Test (gebruikt op het examen een naam die hij slechts 1 of 2 keer gebruikt in de les)

IT & Management (old) (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Algemeen

Deze pagina bevat examenvragen van het vak IT&Management voor 2015? en is niet noodzakelijk gerelateerd aan het vak 2TX IT & Management Dit vak wordt gegeven door Paul Deckers

Het examen is volledig schriftelijk en bestaat uit drie delen (Cost accounting, project en procesmangement en duurzaam ondernemen)

Augustus 2013

Cost accounting

Vraag 1 Je kreeg een balans en je moest zeggen of deze onderneming zijn schulden kon betalen en wat je anders zou kunne doen als CEO indien dit niet het geval was

Vraag 2 Een oefening op break even analyse

Vraag 3 Een oefening op financiële algebra


Project en Procesmanagement

Vraag 1 Alles rond kwaliteit(wat is het, wie kijkt dit na? , waar te vinden in prince2, stelling dat hoge kwaliteit goed is en of het terug te vinden is in een business case)

Vraag 2 Termen uitleggen

  1. kritische pad
  2. pilootproject
  3. agile (in 4 woorden)
  4. 5 beheersaspecten van een project
  5. topatletensyndroom

Vraag 3 De 3 fasen bij change management en hoe te verhelpen

Duurzaam ondernemen

Je kreeg een tekstje over hoe dat ze pendelaars proberen te verhelpen

  1. Pas het 3P concept toe
  2. PAs dit in de 4de samenleving, zo ja welk aspect?

Juni 2013

Cost accounting

Vraag 1 Je kreeg een balans en je moest zeggen of deze onderneming zijn schulden kon betalen en wat je anders zou kunne doen als CEO indien dit niet het geval was

Vraag 2 Een oefening op break even analyse

Vraag 3 Een oefening op financiële algebra


Project en Procesmanagement

Vraag 1 5 kenmerken van een project

Vraag 2 Wat is een business case waar komt het voor binnen Prince2

Vraag 3 Een aantal termen uitleggen

Vraag 4 Tips tegen weerstand van het veranderingsproces

Duurzaam ondernemen

Vraag 1 Geef een definitie van duurzaam ondernemen

Vraag 2 Pas het 3P concept toe op Cradle to Cradle of Prison Complet

Internetprogrammeren (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2021-01-23). 38% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Algemeen

Doorheen het jaar werk je via een tutorial aan een eigen webproject met het Spring-framework.

Voor het schriftelijk gedeelte wordt gevraagd om een nieuwe functionaliteit toe te voegen aan een bestaande webapplicatie. Daarnaast krijg je een paar theorievragen. Het mondeling gedeelte bestaat uit het verdedigen van het project. Er wordt gepeild naar zowel de kennis over als het inzicht in de onderwerpen die aan bod gekomen zijn tijdens de lessen.

De Major behandelt vanzelfsprekend meer onderwerpen.

Examens

Juni 2020 (Corona)

Minor - W. Creuwels

PE

Examen

Door corona was het examen dit jaar een online assessmentgesprek via Microsoft Teams. Dertig min voor het examen kreeg je een mail met een story die je dan kon voorbereiden. Tijdens het examen moest je de story toelichten a.d.v. bestaande code in je PE project + enkele theorie vragen. Individuele stories:

Major - W. Fransen & T. Eversdijk

PE

Examen

Praktijk: de uitbereiding op het project was een uitbereiding op API keys. Een key heeft oftewel READ of WRITE permission. (boolean isWriteable) Theorie:


Juni 2018

…

Juni 2014

Schriftelijk

Mondeling

Eindversie van frameworkproject tonen en code uitleggen.

Juni 2013

Schriftelijk

om deze te kunnen veranderen.

Bonuspunten voor mooie code (bv. Command-pattern en jstl)

Mondeling

Eindversie van frameworkproject tonen en een beetje code uitleggen


Juni 2011

Voorstellen van een groter eindwerk naar keuze. Keuze uit JSP, JSF, Flex. Een van je projecten van dagelijks werk moet je nu iets beter maken en crash-vrij. Indien je voor JSP of JSF kiest, moet je dit met Persistency doen. Als je voor Flex kiest, hoeft dit niet. (maar levert wel pluspunten op indien je dat doet).

SN-Netwerkbeheer - deel 1 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

3 Juni 2014 voormiddag

Theorie

Het theoretisch examen is bijna exact hetzelfde als de voorbeeld examens die je kan maken per hoofdstuk op de netacad website. Slaag je erin om op deze voorbeeld examens 75%-80% gemiddeld te halen dan kan dit examen echt geen enkel probleem zijn.

Praktijk

Je gaat een netwerk moeten opzetten met 2 routers en 2 pc's. Op dit netwerk ga je multiarea OSPF moeten configureren.

3 Juni 2014 Namiddag

Idem als hierboven maar EIGRP ipv OSPF ! & Named ACL

Juni 2012 - 2013

Tijdens het jaar door krijg je het eerste CCNA examen (CCNA1) voorbeeldvragen hiervan vind je overal op het internet terug. Ga niet uit dat de on-line examens hetzelfde gaan zijn als het examen dat jij krijgt. Cisco heeft meerdere examens dan degene die je on-line vindt. Als je de lessen niet snapt kan je altijd hulp vragen aan meneer Geens, die zal je met plezier helpen of doorverwijzen naar het machtige internet!

Zorg ervoor dat je op CCNA1 minstens 70% haalt of je mag je examen niet meedoen!

Het examen zelf bestaat uit een theoretisch gedeelte (40%) van CCNA2 examen (zie dat je de peer review op voorhand hebt ingevuld) en 60% praktijk. Praktijk examen bestaat vaak uit dat je een 3 router netwerk moet maken met 1 van de 3 protocollen en extra specificaties op deze protocollen moet uitvoeren (metric length, cost, delay, priority,...). Bij enige computer-problemen mag je altijd iemand van netwerkbeheer erbij halen want af en toe zit er wel eens een router in die gewoon vreemd doet of een switch die nog oude configuraties laadt. Daarom altijd eerst de startup-config erase en reloade!

Let er op dat je ook op het praktijkexamen minstens 70% haalt.

SO-Digitale beeldbewerking (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Juni 2012

Versie 1 (05/06/2012)

  1. Schriftelijk
    1. Bij het donkerder maken van een afbeelding, verschijnen er groene plekken. Waarom? Hoe kan je dit oplossen? (Je krijgt de code die dit probleem veroorzaakt)
    2. We willen een afbeelding blurren. Alleen krijg ik als resultaat een donkerdere afbeelding. Waarom? Hoe kan je dit oplossen? (Je krijgt wederom de code)
    3. 5 histogrammen en afbeeldingen, je moet het juiste histogram bij de juiste afbeelding plaatsen (meerdere afbeeldingen kunnen hetzelfde histogram hebben)
    4. 4 ja/nee vragen over transformaties
  1. Mondeling (= programmeren en uitleggen + tonen)
    1. Implementeer gaussiaanse blur (je krijgt de formule voor 1d gaussiaanse blur)(grayscale en RGB)
    2. Implementeer Contrast Stretching (grayscale en RGB)
    3. Implementeer een methode waardoor je een afbeelding lichter kan maken volgens het meegegeven histogram

Versie 2 (5/06/2012)

  1. Schriftelijk
    1. 5 Cumulatieve histogrammen linken met 5 afbeeldingen
    2. 2 gegevens programma's verbeteren.
  1. Mondeling
    1. Convolutie implementeren en Gaussiaans vervagen implementeren. (Formule werd gegeven)
    2. Contrast stretching voor 8-bit Grayscale, improved contrast streching voor 8-bit grayscale en contrast streching voor RGB afbeeldingen
    3. Puntoperatie waarvoor de formule moest afgeleid worden uit een grafiek.

Versie 3 (18/06/2012)

  1. Schriftelijk
    1. Fout zoeken bij contrast stretching.
    2. 6 histogrammen bij de juiste "afbeelding" zetten.
    3. Fout zoeken in code waarom bij het roteren van een afbeelding er puntjes komen in de uitkomst en een verkeerde draaihoek
    4. 4 vragen over contrast en dynamic range (waar/onwaar)
  1. Mondeling (= programmeren en uitleggen + tonen)
    1. Implementeer Gaussian Blur (8-bit afbeelding) en vervolgens controleren op randen, normaliseren en Fast Guassian Blur implementern (formule voor gauss1d is gegeven)
    2. Implementeer Transformatie (punt-operatie) met 3x3 matrix voor te draaien rond de linkerbovenhoek en het middelpunt (via before e.d.)
    3. Implementeer Chroma Keying (blauw i.p.v. groen) (HSV naar RGB is meegegeven)

Juni 2011

Reeks 3B (01/06/2011)

  1. Een LoG-filter is een combinatie van twee filters. Geef wat uitleg over dit filter en over beide basisfilters. (Schriftelijk: 3 punten)
  2. Leg uit wat contrastrek is. Wanneer kan er een probleem optreden? Geef de verbeterde versie. (Schriftelijk: 3 punten)
  3. Wat is een onscherp masker? (Schriftelijk: 2 punten)
  4. Programmeeropdracht: toon een cumulatief histogram van een grijswaardenafbeelding. (Mondeling: 5 punten)
  5. Programmeeropdracht: maak een 3x3 gewogen mediaanfilter. (Mondeling: 5 punten)

SO-Geavanceerde technieken voor webapplicaties (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Juni 2017

Mondeling

Demo project WebApp. Vragen:

Theorie vragen:

Praktijk Donderdag 8 Juni 2017 Voorraadkast inventaris. Producten hebben naam, aantal en rek. Geen dubbelen producten (op naam) Zowel producten toevoegen als het overzicht moeten op dezelfde pagina. Elke gebruiker moet asynchroon producten kunnen toevoegen en de producten die andere hebben toegevoegd zien verschijnen. Geen jquery of push gebruiken, enkel xhrhtmlobject en polling, moet json gebruiken in return. Mag in eigen project of een nieuw project gemaakt worden.

Vrijdag 9 Juni 2017 Lijst van studenten tonen: naam, vak, datum, uur (van examen) en studenten kunnen toevoegen. Allemaal zonder jquery of angular. Het moest met polling en json gebeuren. Alle functionaliteiten op 1 pagina tonen. Mag in eigen project of een nieuw project gemaakt worden.

Juni 2015

Mondeling:

Het project dat gemaakt moest worden gedurende het schooljaar wordt mondeling overlopen. (demo) Hierna worden enkele vragen over de code gesteld en enkele theorie vragen:

Praktijk:

Ze wou een inventaris van haar schoenenkast bijhouden. Een schoen bestaat uit een merk,kleur en een maat. Men moet schoenen kunnen toevoegen op asynchrone wijze. (form laten te voorschijn komen via document.CreateElement()) De webpagina is voor iedereen beschikbaar (dus moet niet inloggen) en moet up-to-date gehouden worden via Polling.

Juni 2012

Elke Steegmans

Nieuw project maken, (simpele) applicatie schrijven die gebruik maakt van pull en XML.


Mondeling:


Nieuw project, Versie 1

4 steden tonen met hun temperatuur. Iedereen kan de temperatuur aanpassen en moet worden gewijzigd (pull) op elke andere browser.

Nieuw project, Versie 2

Krantenkop (met titel) kunnen toevoegen via form op een pagina met een overzicht van de krantenkoppen. Via pull moet deze lijst van krantenkoppen automatisch up-to-date blijven op elke andere browser.

Nieuw project, Versie 3

Blog met topics en reacties. Je moet geen extra topics kunnen toevoegen. Iedereen kan reacties toevoegen aan een topic en via pull moet deze lijst up-to-date blijven.

Nieuw project, Versie 4

Maak een pagina waar je 2 getallen kan ingeven. Wanneer er 2 getallen zijn ingegeven wordt de som van deze getallen berekend (aan de server kant) en op de pagina teruggeven. Alle uitkomsten worden bijgehouden en onder mekaar weergegeven. De nieuwste uitkomst komt in een andere kleur te staan zodat dit duidelijk is. Deze pagina kan door iedereen bekeken worden, zorg er voor dat anderen ook alle uitkomsten krijgen te zien wanneer ze op deze pagina komen en dat wanneer een nieuwe som wordt gemaakt deze ook direct voor hen te zien is. Maak gebruik van XML en POLLINg (GEEN push/Jquery)

Nieuw project, Versie 5

Maak een pagina waar je bestellingen kunt maken van ijsjes. Je hebt 3 smaken: vanille, mokka en chocolade. Als je de bestelling verandert, moet dit bij iedereen veranderen. Als je de bestelling wijzigt, moet de prijs worden getoond. De prijs wordt berekent als volgt: 1.5 euro per bol Chocolade of Mokka, en 1 euro per bol voor vanille. De prijs moet berekend worden aan de server side. Je moet XML en polling gebruiken.

Juni 2011

Reeks 2 Groep 3

Voeg deze functionaliteiten toe aan je webapplicatie:

Je moet ook één functionaliteit naar keuze volledig uitleggen.

Statistiek (old) (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-25). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Algemeen

Roby Roels

Geeft 7 lessen statistiek, heel erg enthousiast en aangenaam om les te volgen. Geeft een examen met twee vragen: een schriftelijke uit hoofdstuk 1 tot 3 en een mondelinge vraag uit hoofdstuk 4 tot 6. Tijdens het jaar wordt er aandacht besteed aan het uitwerken van de oefeningen door gebruik te maken van Excel. Op het examen is dit ook beschikbaar, je moet slechts aantonen welke functies je dan gebruikt hebt. Het mondeling verloopt heel relaxt, je krijgt nog een beetje hulp bij de schriftelijke vraag als het nodig is en hij geeft wat hints als je op het mondeling niet meer specifiek alles weet. Daarnaast zijn er ook nog 2 kleine bijvraagjes.

Augustus 2012

Reeks 2,  Roels

Vraag 1
Printerfabrikant HashPee verkoopt printers, maar deze bevatten heel wat kalibratiefouten. Zo is het dat wanneer in Word een lijn van 25cm wordt afgedrukt, de afgedrukte lijn altijd groter of kleiner is dan 25cm. Je kan stellen dat de lengte van deze lijnen normaal verdeeld is met een gemiddelde van 24.85 en een variantie van 0.0289cm².

(a) Aangenomen dat 10% printers die de langste lijnen printen niet worden verkocht, wat is de maximale lengte van een lijn bij een printer die kan verkocht worden?

(b) Bij het lukraak kiezen van 9 printers uit de hele productie, wat is de kans dat er 3 of meer printers een lijn afdrukken met een lengte kleiner dan 24.65cm?

(c) Bij het lukraak kiezen van 9 printers uit de hele productie, wat is de kans dat de gemiddelde lijnlengte zich tussen 24.92 en 25.15cm bevindt?

Vraag 2
Een winkel heeft een heel aanbod MP3's. Een hippe opa vraagt zich af of ze ook MP3's hebben met een opslagcapaciteit van 120GB hebben. De winkelier vindt er geen, maar is wel bereid een schatting te doen van de kostprijs. Hiervoor doet hij een onderzoek op 5 MP3-spelers, met een opslagcapaciteit van respectievelijk 0.5, 1, 2, 8, 16GB en een kostprijs van respectievelijk 12, 14, 17, 171, 228€ (de kostprijzen zijn een benadering van de opgave).

(a) Bereken Pearsons correlatiecoëfficiënt.

  1. Wat toont deze correlatiecoëfficiënt aan?
  2. Wat kan je aan de hand van de uitkomst zeggen over deze correlatie?

(b) Bereken, indien nodig, de regressierechte.

(c) Bereken (schat) de prijs van een MP3-speler met een opslagcapaciteit van 120GB.

  1. Geef 1 reden waarom deze schatting betrouwbaar is, en de werkelijke prijs dicht zal benaderen.
  2. Geef 1 reden waarom deze schatting niet betrouwbaar kan zijn, en het resultaat dus sterk zal verschillen van de werkelijke prijs.

Januari 2012

Reeks 5,  Roels

  1. Vraag 1
    1. Printerfabrikant HeerlijkPrinten (HP) produceert inktpatronen waarmee gemiddeld 3250 papieren kunnenbedrukt worden. Op de doos van het inktpatroon staat vermeld dat 80% van de inktpatronen minstens 3000 kunnen beschrijven. Waaraan is de variantie gelijk indien deze stelling klopt?
    2. Het formularium (8 blzs) zit niet bij de cursustekst en de lector besluit het dan maar zelf af te printen, dit voor alle 150 cursussen. Hij heeft nog een oude inkjetprinter en hij weet dat hij met 1 inktpatroon gemiddeld 1050 bladzijden afdrukt met een variantie van 120 bladzijden. Stel dat je lukraak 8 inktpatronen kiest hoe groot is dan de kans dat je met minstens 3 inktpatronen niet zou kunnen toekomen?
  2. Gegeven een tabel met webpagina's in kB en bezoektijd in seconden. Bereken de correlatiecoëfficiënt van Pearson.
    1. Wat duidt deze correlatiecoëfficiënt aan?
    2. Wat kunnen we besluiten uit de waarde van de coëfficiënt?
    3. Teken indien zinvol de regressierechte.
    4. Maak een schatting van de bezoektijd voor een bestand van xxxx kB groot.
    5. Geef minstens één goede reden waarom dit een accurate schatting zou kunnen zijn.
    6. Geef minstens één goede reden waarom dit geen accurate schatting zou kunnen zijn.

Januari 2011

Reeks 3A-B 21/01/11 13u00, Bertels)

  1. Vraag 1: 900 Linux en 50 windows PCs, van linux zijn er 0.1% defect en van windows 4%.
    1. Wat is de kans dat je achter een werkende linux pc zit?
    2. Wat is de kans dat je achter een werkende windows pc zit?
  2. Vraag 2: Gemiddelde temperaturen voor cpu's:

AMD Athlon 90C - 95C AMD Athlon64 65C - 70C AMD Athlon64 Mobile 95C - 100C AMD Athlon MP 90C - 95C AMD Athlon XP 85C - 90C

gevraagd: Valt de steekproef binnen de gemiddelde temperaturen die hierboven vermeld staan? Bereken dit met een betrouwbaarheidsinterval van 95% en 99%. De standaardafwijking van de sensor is 2 graden celcius.

14 elementen in de steekproef:

AMD Athlon 10 waarden AMD Athlon64 1 waarde AMD Athlon64 Mobile 1 waarde AMD Athlon MP 1 waarde AMD Athlon XP 1 waarde

Tip: Het heeft geen nut om cpu's met slechts 1 waarde te bekijken. Groepeer alles tesamen.


Januari 2010

Reeks 1A (12/01/10 08u30, Roels)

  1. Vraag 1 (Schriftelijk)
    1. Een website administrator wilt zijn site een beetje leven inpompen, en besluit om een spelletje toe te voegen aan zijn site. Hij schrijft een computerprogramma dat per reeks 10 keer een waarde gooit. De kans op een 1 is 15%, de kans op een 2 is 53% en de kans op een 3 is 32%. Bij de 2e reeks, wordt het lot overgelaten aan 3 dobbelstenen. Wanneer de som van de dobbelstenen kleiner of gelijk is aan 4, dan komt er de waarde 2 in de reeks, anders de waarde 3. Wanneer 3 maal voor rij 1 en rij 2 dezelfde waarde voorkomt, win je het spelletje, anders, verlies je.
      Winnend voorbeeld:
#
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Reeks 1
2
2
1
3
2
3
1
3
2
1
Reeks 2
2
3
2
3
3
2
3
3
3
2
      1. Bereken de kans dat op een plaats in de tabel, bijvoorbeeld de 7e, zowel de eerste als de tweede reeks hetzelfde getal heeft.
      2. Wat is de kans om dit spelletje te winnen?
  1. Vraag 2 (schriftelijk)
    1. Printerfabrikant HashPee maakt printers. Volgens een onderzoek is er een afwijking in de lengte van de printlijn. Deze zou 25cm moeten zijn, maar blijkbaar is daar een lichte afwijking. De variantie is 0,0297 cm². Het gemiddelde muX is onbekend. Na 5 testprintjes zijn de resultaten (5 getallen rond de 25, bv:) 24,96 & 25,71 & 24,33 & 24,67 & 25,48
      1. Bereken het 99% betrouwbaarheidsinterval met het ongekende populatiegemiddelde. Tussenstappen zijn gevraagd, dus niet enkel excel functie en uitkomst.
      2. De CEO van HashPee beweert dat meer dan de helft van de geprinte papieren boven de grens van 24,5cm liggen, is dit waar? Verklaar je antwoord kort.
      3. Hoeveel testen moet men doen om voor een betrouwbaarheidsinterval van 99% met een maximale breedte van 0,25cm over te blijven.

Reeks 1B (12/01/10 13u, Roels)

  1. Vraag 1 (Schriftelijk)
    1. Een fabrikant van inktpatronen. Het aantal bladzijden dat je met één patroon kan afdrukken is normaal verdeeld met het gemiddelde gelijk aan 3500.
      De kans dat je meer dan 3250 bladzijden kan afdrukken bedraagt 80%. Bereken de variantie.
    2. In de cursus statistiek ontbreekt het formularium van 8 blz. Het aantal pagina's die een inktpatroon kan afdrukken is normaalverdeeld met een gemiddelde van ? en een standaarddeviatie van ? (Sorry, ik weet de getalletjes niet meer). De docent wil dit zelf afdrukken, dit zijn 140 exemplaren. Hij wil dit doen met maximaal 1 inktpatroon. Stel dat je 8 inktpatronen nakijkt, wat is de kans dat minstens 3 falen om alles af te drukken?
  2. Vraag 2 (Mondeling): Gegeven is een tabelletje van 5 metingen. Het gaat over bestandscompressie, het aantal kB voor en na compressie.
    1. Bereken de correlatiecoëfficiënt.
      1. Wat kan je hiermee aantonen?
      2. Verklaar of er een zinvol verband is. Wees volledig.
    2. Als er een zinvol bestand is, bereken de regressierechte.
    3. Doe aan de hand van de regressierechte een voorspelling voor een bestand met begingrootte van 540kB.
      1. Geef minstens 1 reden waarom dit een zinvolle voorspelling is.
      2. Geef minstens 1 reden waarom dit geen zinvolle voorspelling is.
    4. Leg uit hoe je met de relatiecoëfficiënt kunt aantonen of er een exponentieel verband is.
    5. Bijvragen
      1. Welke waarden kan de relatiecoëfficiënt aannemen? Welke waarden geven aan dat er een correlatie is?
      2. Wat als de relatiecoëfficiënt 0 is of in de buurt van 0 ligt?

Reeks 5A (Januari 2010 - Bertels)

  1. Een dag voor het examen statistiek begeeft de voeding van je computer het (en die van een klasgenoot). Geen nood want jij gooit nooit iets weg en hebt dus nog 6 voedingen in de kast liggen. Van die 6 zijn er 2 defect.
    1. Wat is de kans dat je lukraak 2 niet defecte voedingen uit neemt?
    2. Wat is de kans dat als je lukraak 2 voedingen neemt waarvan 1 defect is?
  2. Je krijgt een Excel document met daarin verschillende CPU's (met hun aantal MHz) en een benchmark resultaat:
    1. Is er een verband tussen de benchmark en het aantal MHz? Leg dit verband uit
    2. Welke waardes heb je gekozen voor X en welke voor Y en waarom (hoe kom je daarbij)?
    3. Zijn er manieren om deze steekproef te verbeteren?
    4. Dan nog iets met een formule maar dat ben ik vergeten.

Het modelinge examen is een korte bespreking van het hele examen. Bertels zal aanduiden wat er nog mankeert waardoor je dit nog kan aanvullen. Echt diep op in gaan die hij niet (althans toch niet bij mij). Het enige extra dat ik moest uitleggen was wat het resultaat van de correlatie juist betekende (hoe je dit dus moest interpreteren).


Wiskunde 3 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Januari 2017

STATISTIEK (vak hervormd)

3 Grote vragen:

1) oefening met kansberekening.

2) oefening met hypothesetoets. (H6)

3) oefening met samenhang tussen variabelen. (H7)



Januari 2016

Deel 1: Algoritmitiek (Phillipaerts)

1a) Benoem volgende bomen (binaire zoekboom, complete binaire boom, binaire min-heap, binaire max-heap)

1b) Geef alle interne nodes van eerste boom

1c) Geef alle ? van tweede boom (Vergeten wat het was)

1d) Geef de volgorde wanneer boom C als array

1e) Geef de volgorde van afprinten adv de post-order

2a) wat doet volgende code :

   public static void mysteryR(int count){
   LinkedList<String> ll = new LinkedList<String>();
   ll.addLast("0");
   ll.addLast("1");
   while (ll.size() > 0){
      String r = ll.removeFirst();
      if (r.length() == count){
         System.out.println(r);
      }else{
         ll.addLast(r + "0");
         ll.addLast(r + "1");
      }
    }
   }


2b) Schrijf de recursieve vorm van voorgaande functie. Je mag hulpmethodes gebruiken maar enkel lokale variabelen; geen klassevariabelen dus.

     public static void mysteryR2(int count) {
     mysteryR2(count, "0", "1");
     }
     public static void mysteryR2(int count, String r1, String r2){
          if(r1.length() == count){
              System.out.println(r1);
              System.out.println(r2);
          }else{
              mysteryR2(count, r1 + "0", r1 + "1");
              mysteryR2(count, r2 + "0", r2 + "1");
          }
     }

Leuk voor de oplossing maar dit is beter

     public static void mysteryRecuvie(int count){
           mystery(Math.abs(count),"");
     }
     private static void mystery(int count, String str){
     	if(str.length() == count)
     		System.out.println(str);
     else
     	{
     		mystery(count, str + "0");
     		mystery(count, str + "1");
     	}
     }

3a) Een of andere prof bewees in 1950 dat elke graaf van grote n waarbij elke knoop minstens n verbindingen had automatisch een hamiltoniaans pad heeft. Gegeven:

     public boolean isZoEenSoortGraaf(boolean[][] graph){
     	for(.........................................)
     		int degree = 0;
     		for(.............................................)
     		        if(.........................)
     				degree++;
     		if(......)
     			return false;
     	return true;
     }

vervolledig bovenstaande code

3b) Wat kan je doen om bij bovenstaande code minder iteraties te hebben? Je hoeft geen code te schrijven maar wel uit te leggen.


Deel 2: Statistiek

1) Gegeven een gemiddelde en een variantie.

1a) Geef een 90%-betrouwbaarheidsinterval.

2b) onder welk getal vallen de 8% kleinste gegevens.

3b) vergeten

4b) vergeten


2) Gegeven een tabel met processoren, hun klokfrequentie en hun ranking

2a) Is er een aannemelijk lineair verband?

2b) Indien wel; geef de correlatie weer

3b) Wat gebeurt er in het geval van een uitschieter? Wat geeft dit voor onze tabel?

4b) Welke problemen zie je opduiken in deze tabel? Wat kan er beter?

Augustus 2015

Deel 1 : Statistiek (Wim Bertels)

1a) In een doos zitten er 10 cd'r. Wat is de kans dat alle 10 voorbij 1000 uren gaan als je weet dat de gemiddelde levensduur 1200 is en variantie = 10000.

  STAND.NORM.VERD((1000-1200)/100)) = 0.02275
  => P(Z>1000) = 1-0.02275 = 0.97725
  => P(alle 10) = 0.97725^10 = 0.7944

1b) Stel dat de gemiddelde levensduur niet gegeven is. Wat is de gemiddelde levensduur van een cd'r als je weet dat 7% van de cd'r kapot gaan voor 1000 uren?

  (1000-µ)/100 = STAND.NORM.INV(0.07)
  => (1000-µ)/100 = -1.47579
  => µ = 1147.579

2) Vraag over lineairverband/regressierechte

Deel 2 : Ausseloos

1) Recursieve preorder schrijven voor een CompleteIntTree (nodes worden in een array gestoken).

  public class CompleteIntTree{
       private int[] array;
       private int size;
       public CompleteIntTree(int capacity){
            array = new int[capacity];
            size = 0;
       }
       // Andere methoden die garanderen dat de boom compleet blijft.
       public void printPreorder(){
            printPreorder(0);
       }
       public void printPreorder(int index){
            if(index>=size) return;
            System.out.print(array[index]);
            printPreorder(2*index+1);
            printPreorder(2*index+2);
       }
 }

2) Schrijf een iteratieve getMaxDepth() methode. ZOEK DE FOUT:

 public int getMaxDepth(){
   Queue<BinaryNode<E>> queue = new LinkedList<BinaryNode<E>>();
   queue.add(root);
   int diepte = 0;
   while(!queue.isEmpty()){
       diepte++;
       for(int i=0; i<queue.size(); i++){
            BinaryNode<E> node = queue.poll();
            if(node.left!=null) queue.add(node.left);
            if(node.right!=null) queue.add(node.right());
       }
   }return diepte;
 }

JUIST:

 public int getMaxDepthItt(){
   Queue<BinaryNode> queue = new LinkedList<>();
   queue.add(root);
   BinaryNode node;
   int depth=0;
   while(!queue.isEmpty()){
     depth++;
     int nodes = queue.size();
     for(int i=0;i<nodes;i++){
       node = queue.poll();
       if(node.left !=null)queue.add(node.left);
       if(node.right !=null)queue.add(node.right);
     }
   }
   return depth;
 }

3) Schrijf een recursieve countBetween(double a, double b) methode in een BST.

Januari 2015

Deel 1 : Statistiek (Wim Bertels)

1) Arne en Bob gaan soms samen naar school, de kans dat Arne te laat is, is 0,25. De kans dat Bob te laat is, is 0,20. De kans dat Arne te laat is als Bob te laat is, is 0,70.

a) Kans dat ze beiden te laat zijn.

b) Kans dat alleen Arne te laat is.

c) Kans dat ze beiden OP TIJD zijn.

d) Wat is de kans dat bij zeven willekeurige dagen, Arne net één dag te laat is.

2) Wat houdt een Pearsoncoëfficient van -1 juist in? Omschrijf dit duidelijk.

3) een winkel houdt statistieken bij van de winkelwagens. Er is een ongekend gemiddelde en een standaardafwijking van 64 €. je hebt 12 winkelwagens en een berekend gemiddelde van 81. (de exacte getallen van de opgave weet ik niet meer.)

a) je moet een 94% betrouwbaarheidsinterval berekenen hiervoor.

b) wat zegt dit interval over je winkelwagens?

c) Bereken de betrouwbaarheid bij een breedte van 50 euro. --

Deel 2 : Mario Ausseloos

1) Schrijf de recursieve functie voor countPos() in een BST. Bedoeling is een recursieve functie te schrijven die telt hoeveel positieve getallen er in deze BST zijn.

2) Schrijf de iteratieve functie lookup(E target) in een pointer implementatie van een BST.

3) Gegeven code: HamiltonianCycleBacktracking, vul 4 lijnen code aan.

Januari 2014

Deel 1 Statistiek (Wim Bertels)

De eerste vraag varieerde licht tussen verschillende versies van het examen.

1. Men verkoopt meiklokjes waarvan 9/10 uitkomen, 1/10 niet. De bollen worden willekeurig verpakt in dozen van 10 verpakt en de firma garandeert dat er in elke doos minstens 9 bollen zitten die uitkomen.

A) Hoe groot is de kans dat je een doos koopt waarin er 2 of meerdere bollen zitten die niet uitkomen? (Dus: hoe groot is de kans dat aan de eigenschap niet wordt voldaan) (Zie oefening 13 pag 72)

X = aantal bollen dat niet uitkomt

p = 0.1

q = 0.9

n = 10

Binomiale verdeling opstellen en uitrekenen P(X>=2)= 26.39%

B) Een winkelier koopt bij de groothandelaar 100 dozen van deze bollen. Wat is de kans dat precies 3 van deze dozen de gegarandeerde eigenschap niet hebben?

X = aantal dozen die niet voldoen aan de eigenschap

p = 0.2639

q = 0.7361

n = 100

P(X=3) = 3.6804 * 10^-10

2. Vraag over criminaliteitsratio's. Er moesten betrouwbaarheidsintervallen worden berekend waar 99% en 99.5% van de gevallen binnen lagen. Gegeven was een tabel met ratio's van 18 steden en de populatievariantie. Daarna volgde er nog 2 kleine theorievragen (in de aard van: waarom een steekproef onbetrouwbaar is en hoe men de variantie kan berekenen.) Daarna volgde er nog een vraag met juist/fout opgaves (geen verklaring nodig, het juiste moest omcirkeld worden.)

Deel 2 Mario Ausseloos

1. Een boom werd gegeven en moest doorlopen worden via postorder, we moesten de volgorde opschrijven. Er moest aangeduid kunnen worden of die boom een binaire boom was (of niet), met verklaring. Tot slot moest er ook nog aangeduid worden of die boom een AVL boom was (of niet), met verklaring erbij.

Post-order = Eerst linker sub-boom doorlopen, dan rechter sub-boom doorlopen, dan waarde printen.

Binaire boom = Max. 2 kinderen per node, linkerkind heeft altijd een kleinere waarde, rechterkind altijd een grotere

AVL boom = Binaire boom waarbij het verschil in diepte voor elke node niet groter is dan 1

2. Recursieve methode om in een binaire boom het maximum te vinden (getMax())

  public int getMax()
  {
     if(root == null) return Integer.MIN_VALUE;
     return getMax(root);
  }
  private int getMax(BinaryNode node)
  {
     if(node.getRight() == null) return node.getData();
     return getMax(node.getRight());
  }

3. Iteratieve methode om in een Binary Min Heap het maximum te vinden. De array van de min heap mocht niet volledig worden overlopen.

Opgelet: De laatste waarde van een Binaire Min Heap is niet altijd de grootste waarde! Oplossing is enkel de 2e helft van de boom na te kijken, aangezien nodes in de 1e helft van de boom kinderen hebben en dus nooit de max. kunnen zijn.

   public E getMax() {
   		
       if(size == 0) return null;
   		
       int max = 0;
       // We checken enkel de 2e helft van de boom
       // Nodes in de 1e helft van de boom hebben kinderen en kunnen dus
       //  onmogelijk de max. zijn.
       for(int i = (int) Math.ceil(size / 2); i < size; i++) {
           if(heap[i].compareTo(heap[max]) > 0) {
               max = i;
           }
       }
   		
   	return heap[max];
   }

4. Schrijf de isValid()-methode voor HamiltonionCycleFinderBruteforce

   private boolean isValid(boolean[][] graph, int[] cycle){
   	
   	int[] sortedCycle = cycle.clone();
   	Arrays.sort(sortedCycle);
   	
   	for(int j = 0; j < cycle.length - 1; j++){
   		if(sortedCycle[j] == sortedCycle[j+1]){
   			return false;
   		}
   	}
   	
   	for(int i = 0; i < cycle.length-1; i++){
   		if(!graph[cycle[i]][cycle[i+1]]){
   			return false;
   		}
   	}
   	
   	if(!graph[cycle[cycle.length-1]][cycle[0]]){
   		return false;
   	}
   	
   	return true;
   }

5. Gegevens was wat code, controleer of de code werkt en zoja, leg uit waarom, en zonee, verklaar waar de bugs zich bevindt. (Was de printCodes()-methode van HuffmanTree.)

Correcte versie:

   private void printCodes(HuffmanTreeNode node, ArrayList<Integer> code) {
   
   	if(node.left == null && node.right == null) {
   		System.out.println(Arrays.toString(code));
   		return;
   	}
   	
   	if(node.left != null) {
   		code.add(0);
   		printCodes(node.left, code);
   		code.remove(new Integer(0));
   	}
   	
   	if(node.right != null) {
   		code.add(1);
   		printCodes(node.right, code);
   		code.remove(new Integer(1));
   	}
   }

We gebruiker new Integer(...) bij het verwijderen van de code omdat we het Integer object 0 of 1 willen verwijderen, niet de index.

Wiskunde voor informatici - deel 2 (2TX)

Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-20). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.

Inhoud

Algemeen

J. Van Hee

Geeft dus het stuk Wiskunde. Bij hem kan je ook een werkstukje maken over landschappen, dan hoef je geen examen te doen. Normaal zijn het 2 vragen op het examen en een beetje mondeling.

Het is beter dat je het werkje maakt, je kan gebruik maken van alles wat je vindt op het net en kan veel punten verdienen.

Januari 2013 (G. Jonge)

Geen scilab, geen rekenmachine, enkel pen en papier

Januari 2012 (J. Van Hee)

Alles in scilab programmeren, oefening klaar dan komt hij die met u overlopen

1.Simplexmethode

 -Schrijf de pivoteer functie
 -Gebruik deze om een minimalisatieprobleem op te lossen
 (waren 4 vgl en 3 onbekenden => 5x9 matrix
 (niet-standaardmethode => Omvormen naar M = -m (dus eerst vermenigvuldigen met -1 en teken omdraaien)
 -Begintableau en eindtableau geven
 -Alle variabelen geven (die verschillende soorten)

2.Determinanten

 -Schrijf het algoritme van Laplace uit
 -Gebruik om deze om de determinant van een 5x5 matrix te berekenen
 -Van welke O is dit? (O(n!), waarom: recursief werken tot ge uitkomt bij een 1x1 matrix
 (Hij vroeg: Als mijn programma er 1sec over doet om een 10x10 determinant te berekenen, hoe lang doet hij er dan over om een 11x11 te berekenen => *11)

3.Floyd

 -Schrijf zowel het kortstepad algoritme als het toonweg algoritme
 -Gebruik deze om van een netwerk (9 knooppunten) de kotste paden te vinden. (9*9 = 81 elementen, dus oppassen dat ge er geen verkeerd intypt :( )
 -Wat is het langste pad (dus het langste korte pad) = grootste element uit die ene matrix
 -Gebruik de toonpad methode om dit pad te reconstrueren
 (Je moet dat ook kunnen uitleggen adhv dat voorbeeld, dus daarvoor moet je in die pointermatrix van A naar B gaan)


Januari 2012 (M. Ausseloos)

Schriftelijk:

  1. Vragen i.v.m. transformatiematrices
    1. Je krijgt de transformatie matrix en je moet zeggen wat die doet.
    2. Je moet de transformatie matrix geven voor een draaing rond de oorsprong van 60° in wijzerzin, de elementen moeten in breuken of gehele getallen staan (dus je moet weten wat de cos(60°) enzo zijn.)
  2. Geef het bewijs dat iedere matrix maar 1 unieke inverse heeft.
  3. Een boer wil kippen en konijnen kweken. Hij wilt maximaal 16 dieren. Hij wilt maximaal 10 kippen. Hij heeft een totaal budget van 180 euro, de winst per kip is 10 en per konijn 20 euro. De kosten per kip zijn 5 en per konijn 15 euro.
    1. Gebruik de simplex methode om de maximale winst te berekenen en het aantal kippen / konijnen dat hij daarvoor moet kweken.
    2. Welke variabele geeft aan hoeveel hij nog over heeft van zijn budget?
  4. Je kreeg een stelsel.
    1. Bereken de (P)LU van de coëfficientenmatrix.
    2. Bereken zo efficient mogelijk de determinant van die coëfficientenmatrix.
    3. Gebruik Cramer om het stelsel op te lossen.
  5. Je krijgt een gerichte en gewogen graaf.
    1. Gebruik het algoritme van Dijkstra om het kortste pad vanaf punt G naar elk ander punt te bepalen.
    2. Maak een lijst van elk punt, het pad dat hij aflegd en het gewicht vanuit punt G naar dat punt.

Mondeling (ging heel snel):

  1. Waaraan moeten twee matrices aan voldoen om ze te vermenigvuldigen? (kolommen A = rijen B)
  2. 2 vrienden berekenen allebei een matrix, de ene doet A*B en de ander doet B*A, ze komen een verschillend resultaat uit, hebben ze een fout gemaakt?
  3. Ze berekenen nu elk de determinant van hun uitgekomen matrix, de determinant verschilt, hebben ze een fout gemaakt?
  4. Je wil 3 transformaties uitoefenen op een punt, hoe ga je tewerk? Hoe noemt het resultaat?
  5. Je krijgt een verbindingsmatrix en je moet zeggen of die graaf gericht is of niet (veel enen en nullen).

Januari 2012 (M. Ausseloos)

1. Vraag i.v.m. transformatiematrices. Je krijgt de punten/ coördinaten van een L-vormige figuur. A. Schrijf een transformatiematrix die 2 transformaties in eens kan uitvoeren. Je moet de figuur draaien over een hoek van 90 graden, tegen de wijzers in. Vervolgens spiegelen over de Y-as. B. Teken nu je resultaat en je oorspronkelijke figuur in een assenstelsel.

2. Bewijs dat det(A ^ -1) = 1 / det(A) + geef hierbij de nodige uitleg.

Je begint met het feit dat een matrix A maal zijn inverse gelijk is aan eenheidsmatrix (I).

A * A^-1 = I Je neemt van beide delen de determinant. det('A * A^-1) = det(I) De determinant van een eenheidsmatrix = 1, aangezien dit een driehoeksmatrix is met op de hoofddiagonaal allemaal 1-en (en de determinant van een driehoeksmatrix is het product van de getallen op de hoofddiagonaal). Je weet ook volgens een geziene formule dat det(A * B) = det(A) * det(B). Hieruit haal je dus: det(A) * det (A^-1) = 1 Nu nog het juiste lid van plaats verwisselen en je bekomt: det(A ^ -1) = 1 / det(A)

3. PLU-factorisatie. Een toepassing zoals reeds gezien in verschillende labo's en lessen.

4. Je krijgt een matrix. Bereken hiervan de determinant + leg hoe je tot deze rekeningen komt, stap voor stap. Telkens dus ontwikkelen naar de meest 'makkelijke' rij ... Een toepassing zoals reeds gezien in verschillende labo's en lessen.

5. Bereken het kortste pad in het netwerk volgens algoritme van Dijkstra. Een toepassing zoals reeds gezien in verschillende labo's en lessen.

Januari 2011 (Jan Smans)

1.

1 je krijgt een figuur op papier
2 teken deze figuur in scilab (hiervoor moet je gewoon plot2d gebruiken en een matrix ingeven)
3 draai deze over een hoek van 110° (in wijzerzin) = T1
4 spiegel deze over de eerste bissectrice = T2
5 vergroot de figuur met een vergroting van 3 op de x-as en 2 op de y-as = T3
6 maak Ts: de 3 bovenstaande transformatiematrixen samenvoegen dus

2.

1 Schrijf een functie in scilab om te pivoteren over een bepaalde rij: pivoteer(M,rij,kolom)
2 Een maximumprobleem: Los deze op met behulp van de functie pivoteer(M,rij,kolom) die je net geschreven hebt

Mondeling:

Als je klaar bent met een oefening komt de leerkracht tot bij u.
Hij stelt een paar vraagjes over de oefeningen zoals bijvoorbeeld bij oefening 1.3 moet je sin en cos gebruiken, hij vraagt hoe je hieraan komt...
Idem voor oefening 2.

September 2010

Herexamen (mondeling uitleggen):


1. Floyd in scilab.

2. Simplex met maximumprobleem: pivotfunctie in scilab en daarmee eindtableau en resultaat vinden

Januari 2010

Door omstandigheden is het een volledig schriftelijk examen geworden deze keer, met 3 ipv 2 vragen.

Reeks 1B (07/01/10 8u30, Van Hee)

  1. Transformatiegedoe
    Gegeven een aantal willekeurige punten, willen we die eerst spiegelen volgens de eerste bissectrice (y=x, hoek van 45°), de punten die we dan bekomen zullen we roteren onder een hoek van 72° in uurwerkzin en dan nog een schaalverandering toepassen van 3 eenheden op de x-as en 4 eenheden op de y-as.
    Geef de samengestelde matrix om die transformaties in één stap uit te voeren.
  2. Kortste Pad (Gegeven is een gemengde, gewogen graaf)
    1. Schrijf in scilab de methode floyd om de afstandmatrix en de P-matrix te berekenen. Schrijf ook de methode toonpad die het pad uitschrijft.
    2. Geef de kortste pad matrix en de P-matrix
    3. Welk pad heeft de langste afstand? Leg uit hoe je daar aan komt.
    4. Wat is het pad van deze maximale lengte? Leg uit hoe ge daar aan komt.
  3. Simplexmethode
    1. Schrijf in scilab de pivoteermethode en schrijf de code over.
    2. Gebruik nu deze code om volgend minimalisatieprobleem op te lossen:
      1. Gegeven een hoop vgl. en een minimalisatievgl. Geef het eerste tableau en vertel hoe je daartoe gekomen bent.
      2. Leg uit hoe je het eerste pivogetal bepaalt.
      3. Geef het eindtableau en geef aan welke waarden alle basisvariabelen en alle spelingsvariabelen hebben gekregen. Wat is het minimale punt?
      4. Controleer deze uitkomsten en toon aan dat het klopt.

Januari 2009

  1. Leg uitgebreid uit wat een random landschap is
  2. Geef de voordelen van één van deze methodes
  3. Geef de nadelen van één van deze methodes
  4. een oefening op simplexmethode ( algoritme maken + gebruiken in oefening )