# 2013 juni examen

1\) In bijlage een handleiding van een ELISA-kit voor het opsporen van insuline met behulp van monoklonale muis anti-insuline.

<dl id="bkmrk-a%29-gaat-het-hier-om-"><dd>a) Gaat het hier om een homogene test? Argumenteer.</dd><dd>b) Is deze ELISA volgens het competitieve of het sandwich-principe? Argumenteer je antwoord en schets de dosis-responscurve.</dd><dd>c) Wat zijn calibratorstalen en waarvoor worden ze gebruikt?</dd><dd>d) Waaruit bestaat het conjugaat? Schets en benoem alle onderdelen.</dd><dd>e) Algemeen: waarvoor staat HAMA in de context van immunologische technieken? Kan dat hier belangrijk zijn? Hoe zou je te werk gaan om eventuele schadelijke gevolgen te voorkomen?</dd><dd>f) Waarvoor staat "hook effect" helemaal onderaan in de handleiding? Hoe beïnvloedt dit het resultaat? Schets (moleculen in de wells) wat er dreigt te gebeuren indien de concentratie boven de waarde X gaat. Wat voor effect heeft dit op de dosis-responscurve? Hoe kan je dit voorkomen?</dd></dl>2\) Een dierenarts onderzoekt een ziek paard. Uit een passieve latex-agglutinatietest blijkt dat er viruspartikels van het West Nile virus aanwezig zijn in het serum van het paard. De titer bedraagt 1,02\*10³ M.

<dl id="bkmrk-a%29-bespreek-het-verl"><dd>a) Bespreek het verloop van deze test.</dd><dd>b) De dierenarts wil een beter zicht krijgen op de ziekte, en wil daarom het absolute virusgehalte bepalen in het serum. Welk van onderstaande tests is hiervoor het best geschikt? (Mancini - Ouchterlony - Widal - geen bijkomende test nodig na de eerste).</dd><dd>c) Het antwoord in vraag b is niet specifiek genoeg. Geef een mogelijke test die wel specifiek is (naam alleen is voldoende) en argumenteer waarom.</dd></dl>3\)

<dl id="bkmrk-a%29-wat-zijn-polyklon"><dd>a) Wat zijn polyklonale antilichamen en waarom worden ze zo genoemd?</dd><dd>b) Hoe worden polyklonale antilichamen aangemaakt? Wat kan je doen om de kans op succes te verhogen?</dd></dl>4\) Verklaar de volgende begrippen:

<dl id="bkmrk-a%29-fitc-b%29-hapteen-c"><dd>a) FITC</dd><dd>b) Hapteen</dd><dd>c) Postzone</dd><dd>d) Nanobody</dd><dd>e) Vacuüm blotting</dd><dd>f) Nitrocellulosemembraan</dd></dl>