Chemie Fase 2

Hieronder vind je elk vak in Fase 2 van Chemie CC = Keuzetraject Chemie CB = Keuzetraject Biochemie CM = Keuzetrajct Milieutechnologie CP = Keuzetraject Procestechnologie

Cel- en weefselkweek (CB)

Energie en energietransport (CP)

Focus op het werkveld (CM)

Focus op het werkveld (CM)

Juni 2022

Docent: L. Jacoby

Je krijgt een volledige casus over een hinderlijke inrichting, werk zoveel mogelijk uit zoals bij de opdracht doorheen het jaar:
Aspectenanalyse, PESTLE, SWOT, advies moet je proberen te maken. Er wordt niet verwacht dat je dit even grondig uitwerkt zoals bij de opdracht doorheen het jaar, je moet gewoon zo veel mogelijk doen in 3u tijd.

 

Zoek volgende info op en verwijs naar waar je ze hebt gevonden.
(Gewoon Emis.Navigator gebruiken, was niet moeilijk.)

  1. Krijg je als student chemie, milieutechnologie een diploma milieucoördinator B?
  2. Krijg je als student chemie, milieutechnologie een diploma milieucoördinator A?
  3. ...
  4. ...

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2011 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Vraag 1 (Schriftelijk)

Vraag 2(Mondeling)

Vraag 3 (Mondeling)

Oefeningen

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2012 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

vraag 1: leid de gemiddelde kinetische energie en middelbare snelheid af voor een ideaal gas hierbij was uw kinetische energie gegeven en nog twee andere bijhorende formules


vraag 2: leid de entropie af voor temperatuur en druk. hierbij was je formule dH = tdS +vdP gegeven dacht ik

vraag 3: Geef de dampsamenstellingscurve van een positieve en negative uitwijking van raoul

Geef de dampsamenstelling van twee niet mengbare vloeistoffen en de temperatuur. ook moesten we de afleiding van stoomdestillatie geven

oefeningen q w dh du dg en df reversibel en isotherm berekenen en isotherm en bij constante druk van 1atm

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2014 juni examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2

Theorie:

1) A + B ==> P [A]0=[B]0

v = k[A]

- Afleiden van snelheid waarmee A en B vertrekken (+grafisch weergeven)

- Hoe bepaal je experimenteel de snelheidsconstante? (+grafisch weergeven)

- Leid de halfwaardetijd af.


2) Adsorptietheorie van katalysator uitleggen + 4 redenen waarom snelheid toeneemt


3) Vibratie-rotatiespectrum uitleggen

- Geef het absorptiespectrum en verklaar met energetische overgangen

- Welke twee gegevens (fysische grootheden) kan je hieruit afleiden?


Oefeningen:

1) 2A ==> B

- [B] en t gegeven: toon aan dat deze reactie van de eerste orde is

- Bereken k, t1/2 en [A] na 0,4 u


2) Ontbinding van ozon (steady state)

- toon aan dat v = -1/2 d[O3]/dt = k [O3]²/[O2]

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2015 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Lector: Kinnaes

Examen 1

Theorievragen:

1. Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren

2. Formule voor entropie i.f.v. T en P afleiden en interpreteren

3. Een vraag rond stoomdestillatie


Oefeningen:

1. q, w, dU, dH, dF en dG bepalen, zowel reversibel als irreversibel (enkel temperatuur, drukverandering en uitwendige druk (bij irreversibel) gegeven)

2. Zeggen of een proces spontaan was of niet (vormingsenthalpie en entropie RG en RP gegeven)


Examen 2

Theorievragen:

1. a) Van der Waals vergelijking afleiden en uitleggen wat de constanten betekenen.

b) Het verloop van Z i.f.v. uitzetten in een grafiek en uitleggen met woorden (niet afleiden)

2. Leg adiabatische expansie uit voor zowel een reversibel als een irreversibel proces

3. a) Teken het dampdruksamenstellingsdiagram en het vloeistofsamenstellingsdiagram van een oplossing met een negatieve afwijking t.o.v. Raoult

b) Leg colligatieve eigenschappen uit a.d.h.v. de volgende formules:


Oefeningen:

1. q, w, dU en dH bepalen

2. Zeggen of een proces spontaan is of niet en zoniet bij welke temperatuur het dan wel spontaan is (vormingsenthalpie en entropie RG en RP gegeven)

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2015 juni examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2

lector: Kinnaes

 

Examen 1


1) Geef de vergelijking voor de concentraties van A, B en C bij deze parallelle reactie. Geef het verloop van de concentraties per tijd grafisch weer.

Hoe bepaal je grafisch (en experimenteel) de snelheidscte? (schriftelijk en staat op /3,5)


2) Bepaling van n en k a.d.h.v. halfwaardetijd uitleggen. (mondeling en staat op /2,5)


3) Foscorescentie uitleggen m.b.h.v. energie-overgangen (grafisch weergeven).

Waarom zijn sommige organische moleculen gekleurd? (ook grafisch uitleggen). (mondeling en staat op /6)


Oef:

1) bewijzen dat de reactie van orde 1 is + waardes bepalen (zoals k en t1/2) (/5)

2) bewijzen dat de reactie van orde 1 is a.d.h.v. steady-state + de globale snelheidscte geven (/3)

 


Examen 2


1) Snelheidsvergelijk van deze reactie afleiden: 2A + B -> P


2) De kenmerken van fysische en chemische adsorptie geven


3) Rotatiespectrum geven + uitleggen


Oef:

1) waardes bepalen voor een 2de orde reactie (k en t1/2 enzo)

2) oef op steady-state bij de 3de orde

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2016 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Examen 1

Theorie:

Schriftelijk:

1)

a. afleiding tot (dU/dT)v = cv en (dH/dT)p = cp halen uit de formule voor de warmtecapaciteit, de inwendige energie en enthalpie.
b. Hieruit molaire warmtecapaciteiten afleiden

Mondeling:

2) De differentiaalvergelijking van de vrije Gibbs-energie afleiden en van 1 van de 2 differentialen integreren volgens de ideale gaswet. (er kan er maar 1 geïntegreerd worden)

3)

a. Temperatuur-samenstellingsgrafiek tekenen van een gedeeltelijk mengbare oplossing (+ bijvragen)
b. dampdruk-samenstelling en temperatuur-samenstelling grafiek tekenen van een ideale oplossing.

Oefeningen:

4) dS berekenen in een cyclisch proces

5) proces spontaan of niet (molaire entropiëen, temperatuur en reactie-enthalpie gegeven)

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2016 juni examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2

lector: Kinnaes

Theorie 1

1) A + 2B -> C met v= k.[B]^2 (schriftelijk)

a) Integreren + grafiek

b) B = 2[A]0 => integreren en ifv. [A] schrijven


2) 3 formules die je moet kunnen plaatsen + verklaren (mondeling)

a) formule van botsingstheorie

b) x/m => adsorptie (Heterogene katalyse) -> bijvragen: namen van isothermen, ...

c) grafiek van een volgreactie als k1 << k2


3) vibratie-rotatiespectrum uitleggen, tekenen, ... (mondeling)

Oefeningen 1

1) partiele ordes bepalen (+ bewijzen dan alpha =0): v = k . [a]^alpha . [B]^beta . [C]gamma

2) k bepalen

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2017 augustus examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Schriftelijk

1) Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren, gegeven is: ek = mc²/2 en c(ms) = sqrt(c²)

Mondeling

2) De dS afleiden in functie van P en T, gegeven is: dH = TdS + VdP. interpreteren: wat als P en T stijgen/dalen

3) Geef dampdruk-samenstellingsdiagramma en overeenkomstig temperatuurs-samenstellingsdiagramma van:

   a. niet ideale oplossing die een positieve afwijking heeft tov. Raoult
   b. een niet-mengbaar mengsel en hieruit stoomdestillatie uitleggen

Oefeningen:

1) q, w, U,G, H bepalen

2) Reactie is gegeven met entropie van elke stof, enthalpie van de stoffen en temperatuur. Berekenen of reactie spontaan is of niet. Zo niet spontaan, uitrekenen welke temperatuur nodig is om de reactie spontaan te laten verlopen.

 

 

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2017 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Examen 1

Theorie:

1) Formule voor cms en Ek afleiden en interpreteren, gegeven is: ek = mc²/2 en c(ms) = vierkantswortel(c²)

2) De entropie afleiden in functie van P en T, gegeven is: dH = TdS + VdP.

3) Vraag uit 2.19, geef de temperatuur-samenstellingsdiagramma en dampdruk-samenstellingsdiagramma van:

   a. niet ideale oplossing die een positieve afwijking heeft tov. Raoult
   b. een niet-mengbaar mengsel en hieruit stoomdestillatie uitleggen

Oefeningen:

1) q, w, U, F, G, H van zowel reversibel en irreversibel bepalen, drukverandering en uitwendige druk (bij irreversibel) is gegeven en T = cst

2) Reactie is gegeven met entropie van elke stof, enthalpie van de stoffen en temperatuur. Berekenen of reactie spontaan is of niet. Zo niet spontaan, uitrekenen welke temperatuur nodig is om de reactie spontaan te laten verlopen.

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2017 juni examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 2

1) A + 2B -> C met v= k.[B]^2 (schriftelijk)

a) Integreren + grafiek

b) B = 2[A]0 => integreren en ifv. [A] schrijven

2) 3 formules die je moet kunnen plaatsen + verklaren (mondeling)

a) formule van botsingstheorie

b) y=x/m=Pa/1+bP => adsorptie (Heterogene katalyse) -> bijvragen: namen van isothermen, ...

c) grafiek van een volgreactie als k1 << k2

3) vibratie-rotatiespectrum uitleggen, tekenen, ... (mondeling)

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2018 augustus examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Schriftelijk

a) Geef de verhouding van Cv en Cp (molaire). Beging met de basis formule voor warmtecapaciteit en maak gebruik van de eerste hoofdwet van de thermodynamica.

b) Teken de grafiek van het volume in functie van de druk. duidt hier op aan Andrews isotherme, kritische isotherme, Boyle isotherme en kritischpunt. geef ook de fase toestanden (gas of vloeistof) op de grafiek.

Mondeling

1) Leid de verandering van de Gibbs-vrije energie af met druk (P) en temperatuur (T). Maak gebruik van de verhouding tussen de entropie (S) en uitwendige energie (U). Gebruik ook de eerste (dU = w + q) en tweede (dS = q/T) wet van de thermodynamica.

2) b. Geef de temperatuur-samenstellingsgrafiek van twee semi-mengbare stoffen met een boven kritischpunt. (worden vragen gesteld)

a. Geef de dampdruk-samenstellingsgrafiek van twee ideaal mengbare stoffen. Geef ook de bijhorende temperatuur-samenstellingsgrafiek.

Oefeningen

1) Bereken de ΔSsyst, ΔSomg en ΔSuni voor verschillende systemen (isotherm reversibel, isotherm irreversibel, adiabatisch reversibel en adiabatisch irreversibel)

2) Bereken van een reactie of ze spontaan is of niet. Indien niet spontaan berekenen bij welke temperatuur wel.

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2019 januari examen

Dit examen viel vroeger onder het vak Fysicochemie - deel 1

Schriftelijk

1) Geef de afleiding voor Cv=dU/dT en Cp=dH/dT. Maak gebruik van de formule voor warmtecapaciteit, de 1e hoofdwet van thermodynamica en de relatie tussen inwendige energie en enthalpie.

 

Mondeling

1) Leid de verandering van de Gibbs-vrije energie af met druk (P) en temperatuur (T). Maak gebruik van de verhouding tussen de entropie (S) en uitwendige energie (U). Gebruik ook de eerste (dU = q + w) en tweede (dS = qrev/T) wet van de thermodynamica.


2)a. Geef de dampdruk-samenstellingsgrafiek van twee ideaal mengbare stoffen. Geef ook de bijhorende temperatuur-samenstellingsgrafiek. Wat weet je over intermoleculaire krachten, dHmeng en dVmeng?


b. Leg colligatieve eigenschappen uit a.d.h.v. de volgende formules + toon aan dat dit effectief colligatieve eigenschappen zijn + waarvan zijn deze (on)afhankelijk (3 zaken):

formule voor dampdrukverlaging

formule voor kookpuntsverhoging (beide vormen van de afleiding kennen, want je moet ze helemaal uitleggen!)

(het diagram tekenen is een meerwaarde voor het antwoord!)


Oefeningen


1) Gegeven: 5,0 mol van een ideaal diatomisch gas bevindt zich initieel bij 2,0 atm en 400K en wordt aan volgend cyclisch proces onderworpen:

A) isotherme samendrukking tot 3,0 atm.

B) isobare temperatuurstijging tot 600K.

C) willekeurige terugkeer naar de begintoestand.

Gevraagd: bereken dS voor elke stap.


2) Gegeven: Endotherme ontbinding van koper(II)oxide tot koper(I)oxide bij 25°C en 1atm:

    4CuO -> 2Cu2O + O2

dH

    Reactie = 143,7 kJ/mol (!kilo!Joule)

dS:

    CuO = 43,0 J/K.mol
    CuO = 100,8 J/K.mol
    O2 = 205,0 J/K.mol

Gevraagd: Gaat de reactie bij gegeven omstandigheden spontaan op? Indien niet, bereken de temperatuur waarbij dit wel spontaan verloopt.

Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2022 Januari Examen

Lector: A. Kinnaes, open vragen en oefeningen, 2u20 (wij kregen 3uur (+30% extra tijd))

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Theorie


Vraag 1 (2 punten)

Z ifv p grafiek geven
Type I en II, uitleggen wat verschil of zoiets

image-1643232867441.png

Vraag 2 (2 punten)

Smeltcurves water en meeste stoffen gegeven en zeggen met vgl (clayersonvgl) wat verschil is en wrm

image-1643232941333.png

Die grafiek kreeg je dus, wel zonder de (dp/dT) dat moest je dan als uitleg geven

Vraag 3 (2 punten)

entropie isochoor ideal gas reversibel
Afleiden
A)Differentiaal vertrekkende van tweede hoofdwet thermodynamica en dU gebruiken en eerste hoofdwet.
B) integreren
C)
D)


Oefeningen


Vraag 1 ( 4 punten)

Thermodynamica

  1. Zeggen of reactie spontaan is of niet (was niet spontaan)
  2. Indien niet spontaan zeggen bij welke temperatuur wel
Vraag 2 (6 punten)


Kinetica: 2de orde reactie aA->P

  1. Aantonen dat het tweede orde reactie is
  2. k berekenen
  3. Massa berekenen bij bepaalde tijd (300min.)
Fysicochemie (CC, CB, CM, CP)

2022 Augustus examen

Lector: A. Kinnaes, open vragen en oefeningen, 2u20 (wij kregen 3uur (+30% extra tijd))

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Theorie (50%)


Vraag 1 (2 punten)

Gegeven de van 't Hoff  vergelijking (zie formularium), geef de grafiek voor een endotherme reactie waaruit je de enthalpie kan halen en zeg hoe?

Alles staat op de dia hieronder

vanthoff.PNG


Vraag 2 (3 punten)

Leg uit met vergelijking (zie formularium) waarom voor een zuiver stof sublverd.PNG?

Het zijn de vergelijkingen die onder "Thermodynamica>fase-evenwichten" staan op het formularium Clapeyron/ Clausius-Clapeyron vergelijking.


Vraag 3 (5 punten)
  1. Leid onder differentiaal vorm de Gibbs-energie af bij isobare omstandigheden, vertrekkende van de definitie voor Gibbs-energie G = H - T.S, gebruik het verband tussen de enthalpie en de inwendige energie en de eerste en tweede hoofdwet van de thermodynamica?
  2. Wat gebeurt er met de Gibbs-energie als de temperatuur stijgt?
  3. ???

Puntje 1 was de verwoording wel wat anders en mss dat ik wat vergeten ben en puntje 3 weet ik niet meer wat de vraag was, maar ben vrij zeker dat er 3 deelvragen waren. Puntje 2 ben ik wel zeker.



Oefeningen (50%)


Vraag 1 ( 5 punten)

Thermodynamica

Er werd gegeven dat je stikstofgas had met M=28 g/mol en een druk van 1,0 atm en een temperatuur van 298K, het volume werd verdubbeld. Bereken de entropie bij:

  1. Reversibele isotherme expansie
  2. Irreversibele isotherme expansie
  3. Reversibele adiabatische expansie
  4. Irreversibele adiabatische expansie

Als ik het goed heb stond er bij 1 van de 2 of beide adiabtische expansies nog iets bij over dat de einddruk niet de begindruk was, maar 0,5 atm maar weet niet meer zeker. Kan zijn dat ik bij de gegevens ook iets ben vergeten, maar denk van niet.


Vraag 2 (5 punten)

Kinetica

Gegeven: Reactie 2A->B

t (min.) 0 10 20 30 40
cB 0 0,089 0,153 0,200 0,230 0,312
  1. Aantonen dat het 1ste orde reactie is en k berekenen.
  2. Concentratie berekenen bij bepaalde tijd (0,4u.)

Gevorderde synthese en karakterisatie (CC)

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2013 juni examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

1 ) KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p) :

a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's)
b) Wat is de mobiele fase ?
c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken)
d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken 
e) Toepassing 
f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC)
g) Tekening krijg je en CIEF uitleggen ( 2de vraag hoe kun je proteïnen detecteren -> mobilisering met NaCl)
h) Het fractioneringsbereik bij exclusiechromatografie uitleggen

2) FLUORIMETRIE (4p) :

a) Onderscheid maken tussen fluorimetrie en neflometerie (beide blokschema's tekenen)
b) Zeggen wat het basis doel is van beide technieken 
c) Welke detector gebruik je ? (algemeen + vb)
d) Welke golflengte selector gebruik je ? (algemeen + vb)
e) Toepassing van beide (algemeen + vb)
f) Bij fluorimetrie welk concentratiegebied werk je het beste (LAAG/HOOG) en welk verschijnsel treedt op ?
g) Techniek dat gelijkt op neflometrie (turbimetrie) en verschil uitleggen tussen beiden

3) Absorptie (3p)

a) Uitleggen van vlam AAS enkel straal aan de hand van blokschema en elke onderdeel bondig bespreken
b) Wat wordt er als 2de atomisator gebruikt ? wat zijn de voordelen van de techniek ? welke andere werkwijze moet gevolgd worden ?

4) Toepassing/oefening (3p)

a) OEFENING : 2 roosters met d1 = 12 000 spleten/cm en d2 = 4000 spleten/cm gemeten bij 400 nm en 700 nm , bepaal de hoek alfa (lambda = d sin(alfa)) (vergeet niet om te zetten van nm naar m !)
b) Teken bovenstaande situatie uit , voeg er ook splitter aan toe met draagpunt bij 550 nm en schets de grafieken
c) Naarmate er meer spleten zijn heb je GROTERE/KLEINERE roosterconstante d , waardoor je SMALLERE/BREDERE absorptiepieken hebt , waardoor je MINDER/MEER golflengte moeten geselecteerd worden

5) ELEKTROCHEMIE (3p)

a) Verschijnselen die conductimetrie beïnvloeden
b) ... = G . (s/L) ; vul ... aan en benoem ... met eenheid en (s/L) benoemen met bijhorende eenheid
c) mobiliteit tabel gegeven vul eenheid in van uw mobiliteit
d) titratiecurve van HCl en NaOH tekenen en verklaren , teken titratiecurve van NH4Cl en NaOH erbij
Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2015 augustus examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

lector: S. Arickx

VRAAG 1 (7 punten)

a) HPLC en GC met elkaar vergelijken (blokschema's, mobiele/stationaire fase, detectoren, keuze kolom afhankelijk van..., kolommen, toepassing, elutieprobleem oplossen door)

b) Van Deemter vergelijking geven + elke term benoemen. Grafiek voor GC en HPLC tekenen en zeggen welke term het verschil bepaalt en waarom dit verschillend is


VRAAG 2 (6 punten)

De afwijkingen op de wet van Lambert-Beer geven, uitleggen, oplossing geven en grafisch voorstellen.


VRAAG 3 (3 punten)

a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid.

b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid

c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven).


VRAAG 4 (4 punten)

a) Oefening op roosterconstante + aanduiden wat juist is in een zin (gaat over de roosterconstante, wat er gebeurt als deze kleiner/groter wordt)

b) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp)

c) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit.

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2015 juni examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

lector: S. Arickx

VRAAG 1 (6 punten)

2 chromatogrammen + uitleg gekregen


a) Wat is gebonden fase chromatografie?

b) Type kolom uitleggen + is dit NPLC of RPLC?

c) Gradiënt elutie uitleggen

d) hoe bekom je telkens een evengroot aan analiet volume in de kolom?

e) Hoe gebeurt de detectie? Leg kort uit

f) Oefeningen op capaciteitswaarde en resolutie. Resultaten ook interpreteren en voor wat deze 2 een waarde zijn (vb: migratiesnelheid)


VRAAG 2 (6 punten)

Vergelijk vlamfotometrie en moleculaire fluorimetrie met elkaar.


a) Leg het principe uit van beide technieken

b) Teken het blokschema van beide technieken

c) Leg de gebruikte golflengteselector uit (en geve deze ook) van beide technieken

d) Eigenschappen van de gebruikte lichtbron (en geve deze ook) van beide technieken geven

e) Uitleggen voor wat het kan gebruikt worden als analysemethode (en geef een voorbeeld)

f) De ijklijnen van deze technieken lopen in praktijk niet lineair. Teken hoe deze wel verlopen en leg in een zin uit hoe dit komt.


VRAAG 3 (4 punten)

a) Geef de 3 technieken waarmee eiwitten kunnen bepaald worden bij capillaire elektroforese + geef het principe van elke techniek

b) Halfschaduwpolarimeter getekend op 135°. Kleur wat je ziet door de lens (dus in de 2 halve cirkels)

c) vergeten


VRAAG 4 (4 punten)

a) Ag/AgCl referentie elektrode uitleggen + tekenen

b) Dubbel junctie uitleggen + tekenen

c) 2 referentie-elektrode geven + uitleggen + voorbeeld geven

d) Een synoniem voor de conductimetrische mobiliteit is ... . Teken hiervan een grafiek. Geef ook het symbool en de eenheid.

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2016 juni examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

lector: S. Arickx

Vraag 1 (6 punten)

Twee figuren gegeven van gebonden fase chromatografie.

a) wat wordt algemeen bedoeld met "gebonden fase chromatografie"?

b) verduidelijk over welk type kolom het hier gaat. bespreek eveneens de stationaire fase. Gaat het hier om RPLC of NPLC?

c) zijn er aandachtspunten m.b.t. de mobiele fase (voorbereidende stappen)? Leg daarnaast uit wat men met "gradiënt elutie" bedoelt. Waarom wordt dit toegepast?

d) Hoe kan men ervoor zorgen dat er steeds eenzelfde volume geïnjecteerd wordt? (vb. 50 µL)

e) De scheiding van twee componenten op een chromatografische kolom wordt o.a. bepaald door het verschil in migratiesnelheid. Wat is migratiesnelheid? Bespreek in verband hiermee de retentietijd en de verdelingscoëfficiënt en leidt de relatie af tussen deze twee parameters. (Gegeven: tm/tr = verhouding van het aantal mol opgeloste stof in MF tot het totaal aantal mol opgeloste stof in de gehele kolom)


Vraag 2 (6 punten)

Vergelijk vlamfotometrie en AAS (met vlam) door volgende vragen te beantwoorden.

a) Geef het BASISPRINCIPE (omcirkel telkens het juiste antwoord) waarop elke techniek gebaseerd is en omschrijf dit principe. ATOMAIRE / MOLECULAIRE en ABSORPTIE / EMISSIE

b) Teken het (algemene) BLOKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel en één specifiek mogelijk type. Indien in het schema een atomisator aanwezig is, teken deze dan in detail. Gebruik in het schema twee kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: ........), een ander kleur (kleur: ........) voor de verschillende onderdelen.

c) Geef de functie(s) van de vlam

d) Toepassing van deze techniek: algemeen en een concreet voorbeeld geven voor elk.

e) Ijklijn: de ijklijn is geen rechte. Schets deze ijklijn (vergeet de assen niet te benoemen) en duid de afwijking(en) aan.

f) Extra: naast de vlam, kan in principe ook een ....... gebruikt worden. Deze heeft als voordeel dat ............................................................................................................................


Vraag 3 (4 punten)

a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord).

b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen).


Vraag 4 (4 punten)

a) Een kolom (te gebruiken voor gelchromatografie) die een gel bevat met een hoge graad van crosslinking, zal een LAGE/HOGE "water regain" waarde hebben en een relatief KLEINE/GROTE "uitsluitingslimiet" (omcirkel telkens het juiste antwoord).

b) Omcirkel de juiste antwoorden (keuze staan telkens in drukletters) in onderstaande stelling over een transmissierooster: Hoe meer spleten er aanwezig zijn per cm (d.w.z. hoe KLEINER/GROTER de roosterconstante d), des te KLEINER/GROTER de variantie in alfa moet zijn om hetzelfde golflengtegebied te doorlopen, zodat met dezelfde slitopening er MINDER/MEER golflengten geselecteerd worden en de bandbreedte dus KLEINER/GROTER is. Toon deze stelling aan m.b.v. onderstaande oefening over twee transmissieroosters. Het eerste rooster heeft 12000 spleten/cm, het tweede rooster heeft 4000 spleten/cm. Aangezien de lichtbron enkel wit PC licht (400-700 nm) uitzendt, worden enkel de eerste orde golflengten beschouwd. Bereken voor beide roosters de in te stellen hoek alfa om MMC licht van 400 nm te produceren, alsook de hoek alfa om MC licht van 700 nm te bekomen. Stel voor beide roosters de spreiding schematisch voor.

c) Bij conductimetrie beïnvloeden de afstand (l) tussen de twee elektroden en het oppervlak (S) van de elektroden de gemeten geleidbaarheid. De verhouding van deze twee parameters (l/S) wordt ook de ............... genoemd [eenheid .......]. Van welke grootheid worden in onderstaande tabel enkele cijfergegevens weergegeven? Vul het correcte symbool ervan aan in de tabel en geef zowel de korte als de lange benaming: ...................................... Tabel gegeven.

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2017 augustus examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

Vraag 1: KOLOMCHROMATOGRAFIE (7p)

a) Onderscheid maken tussen HPLC en GC (geef beide blokschema's)
b) Wat is de mobiele fase ?
c) Wat is de stationaire fase ? (HPLC : RPLC verklaren ; GC : onderscheid tussen 2 kolommen maken)
d) Vernoem 2 detectoren die je kunt gebruiken 
e) Toepassing  +  voorbeeld
f) Van Deemter vergelijking (2 grafieken tekenen , zeggen welke experimentele waarde gedetecteerd moeten worden , welke factor het verschil veroorzaakt bij GC en HPLC)

Vraag 2: Wet van Lambert-Beer (6 punten)

De afwijkingen geven op Lambert-Beer, uitleggen met grafieken.

Vraag 3 (4 punten)

a) Geef de formule voor de specifieke geleidbaarheid, leg dit uit en geef de eenheid.

b) Doe hetzelfde voor de equivalente geleidbaarheid

c) De titratiecurve van AgNO3 met NaCl geven en het verloop hiervan uitleggen a.d.h.v. de mobiliteiten (deze zijn gegeven).

Vraag 4 (3 punten)

a) Geef de formule, betekenis en eenheid van conductiviteit.

b) De voornaamste techniek om plasma te creëren is ... . Wordt plasma gebruikt bij emissie of absorptie en leg bondig uit.

c) Een tekening is gegeven en jij moet een bepaald onderdeel benoemen en uitleggen hoe het werkt (dit was een holle kathode lamp)

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

2017 juni examen

Dit examen was vroeger voor zowel CC als CB, CM & CP. Momenteel is dit vak verschillend voor deze 2 groepen. Mogelijks is dus niet elke vraag relevant

Vraag 1 (6 punten) Ionchromatografie: 2 chromatogrammen van zowel anionwisselaar en kationwisselaar.

a) waarom komt het ene anion voor het andere anion uit de kolom? waarom komt het ene kation na het andere uit de kolom?

b) het verband tussen de MF en SF bij anionwisselaar.

c) welke twee detecties zijn er, leg beide bondig uit (tekening)

d) formule resolutie geven en hoe je hier aankomt.


Vraag 2 Vergelijking tussen AAS en (moleculaire) spectroflourimetrie.

a) beide principes geven

b) Teken het (algemene) BLKSCHEMA voor elke techniek. Geef voor elke bouwsteen de algemene benaming van het onderdeel én één specifiek mogelijk type. Gebruik in het schema 2 kleuren: één kleur voor de gemeenschappelijke onderdelen (kleur: .........), een andere kleur (kleur:.......) voor de verschillende onderdelen.

c) lichtbron, golflengteselector, detector

d) toepassingen geven, algemeen en een concreet voorbeeld.

e) afwijking in de ijklijn geven in een grafiek, afwijking in één zin uitleggen, grafiek benoemen en afwijking aanduiden.


Vraag 3

a) Leg de werking van de H+ gevoelige elektrode uit (geef hierbij een tekening ter ondersteuning van je antwoord)

b) Wat is een "gecombineerde" H+ gevoelige elektrode? Leg uit in woorden en schets ook dit type elektrode (met aanduiding van de verschillende onderdelen).


Vraag 4 (4 punten)

a) oef op concentratie en absorbantie

b) molaire conductometrie, een synoniem geven. Een tabel was gegeven hiervan, moest de juiste eenheid invullen.

c) 4 grafieken gegeven. Grafiek aanduiden die voor AgNO3 en LiCl was.

Instrumentele analytische chemie (CB, CM, CP)

Januari 2022

Officiële verbetersleutel januari 2022.  Lector: S. Arickx

image-1661195768064.png

 


image-1661195744492.png