1CX Analytische chemie: theorie en oefeningen

Uit Diana's examenwiki
Versie door Achraf Zrirak (overleg | bijdragen) op 6 jun 2018 om 19:11
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Juni 2018

Theorie 1. a) Het gemeenschappelijk ion effect kwalitatief uitleggen en kwantitatief uitleggen a.h.v. PbI2 dat oplost in 0,1 M KI. b) De rechtstreekse en onrechtstreekse invloed van de pH uitleggen bij de oplossing van Mg(OH)2 en calciumoxalaat.

2. a) De titratie van 100 ml AgNO3 0.1 M met Na2CrO4 0,05 M bij toevoeging van 0 mL, 90 mL, 100 mL en 110 mL titrans. Vervolgens dient men de pAg en pCrO4 te berekenen en in een grafiek weer te geven in functie van het volume toegevoegd titrans. b) De werking van de indicator fluoresceïne bij de titratie van Cl-ionen met Ag-ionen met de methode van Fajans theoretisch uitleggen.

Oefeningen 1. a) Een massa kaliumdichromaat (K2Cr2O7) wordt opgelost in een maatkolf van 50 mL en vervolgens wordt hiervan 5 mL gepipetteerd en in een andere maatkolf (verschillend volume) overgebracht en aangelegd. Dit wordt enkele keren gedaan telkens met verschillende volumes. Uiteindelijk dient men de concentratie kaliumdichromaat in mmol/L te geven en de concentratie chroom in mg/L. b) Het oplosbaarheidsproduct van Pb(OH)2 berekenen bij een bepaalde pH.

2. De pH berekenen van een mengsel van HCl, HBr, CH3COOH en CH3COONa. Alle volumes en concentraties zijn gegeven.

3. De evenwichtsconstante van een redoxreactie berekenen als de standaardreductiepotentialen van gelijkaardige redoxreacties zijn gegeven. (Deze reacties samen kunnen onrechtstreeks leiden naar de reactie waarvan je de evenwichtsconstante moet berekenen.)

Juni 2016

theorie 1 vragen over oplosbaarheid (temperatuur, gemeenschappelijk ion, pH rechtstreeks kunnen aantonen via berekening met behulp van Ksp en elektrolyt) 2 redoxtitratie van cerium met ijzer en dan nog bijvraagjes over redoxindicatoren


Augustus 2015

1. a) Leg uit welke factoren de oplosbaarheid beinvloeden, rechtstreekse pH en onrechtstreekse pH das aan da hand van Mg(OH)2 en calciumoxalaat b) Leg met de H2S methode van Noyes het neerslaan metaalionen uit en de invloed van de pH

2. A) Geef de redoxtitratie van Fe2+ 100ml 0.1M met MnO4- 0.02M bij ph 0, 2 en 4 na toevoegen van 0 ml, 90ml, 100ml en 110 ml MnO4- B) Leg de werking uit van een indicator die gebruikt wordt bij een jodi en jodometrie. Iets met thiosulfaat...

Oefeningen:

1. oefeningen met m%, molfractie, d, formaliteit, normaliteit, molaliteit 2. Bereken de PH van H3PO4 + NaOH mengsel. 3. Redoxpotentialen


Juni 2016

Theorie

1) a. Verband tussen oplosbaarheid en opslosbaarheidsproduct van stoffen met verschillende formule aantonen met AgCl en Ag2CrO4

b) Invloed van gemeenschappelijk ion aantonen met Ba(IO3)2 in aanwezigheid van KIO3.

2) Complexometrische titratie: Mg2+ met EDTA.

Oefeningen:

1) Oplosbaarheid en Verdunning

2) pH berekenen van een mengsel van 50ml NH4Cl 0,1M; 20ml NH3 0,05M ; 10ml NaOH 0,05M en 20ml KOH 0,05M

3) Cu2+ 0,2M reageert met een overmaat van Pb a) Kev afleiden en berekenen b) Esysteem en concentratie Cu2+ bij evenwicht berekenen

Juni 2014

Theorie (2vragen)

1. a) methode van Noyes, ma ni gwn da, specifiek het verschil tss 2 en 3 waardig positieve metaalionen in zuur en basisch milieu

b) uitrekenen bij welke pH CdS kwantitatief is neergeslagen en kijken of MnS bij die pH al begint neer te slaan

2. a) cerimetrie: Kev berekenen voor oxidatie van Fe2+ met Ce4+

b) titratiecurve (E ifv V) voor Ce4+ getitreerd met Fe2+ en E-waarde berekene bij 0, 10, 100 en 110ml toegevoegd titrans

OF

1) Oplosbaarheid

-> aangroei + kiemvorming met Q-s/s uitleggen (met grafieken)

-> colloidale kristallijne neerslag: hoe bekomen?

-> dubbele elektrische laag

-> gravimetrie: wrm geen colloidale neerslag?

2) Neerslagtitratie

-> bij 0ml, 90ml, 100ml (=EP) en 110ml -> pCr2O7 en pAG -> titratiecurve (met beide p-functies erin)

-> methode van Mohr en Fajans (indicators uitleggen)

OF

1) Factoren die de oplosbaarheid beïnvloeden

-> Je hebt een MI-neerslag (ik weet niet juist meer welk metaal) en daaraan voeg je KI toe. Leg de invloed van het gemeenschappelijk ion kwalitatief en kwantitatief uit.

-> Leg de rechtstreekse invloed van de pH kwantitatief uit a.d.h.v. Mg(OH)2 bij pH= 1, 5 en 12.

-> Leg de invloed van elektrolyten uit.

(TIP: Dit kwantitatief uitleggen doe je best door de oplosbaarheid s te berekenen)

2) Neerslagtitraties

-> Een titratiecurve van het type M2Z (Ag2CrO4) uitwerken (met de vereenvoudigde berekeningen: 0ml; 10 ml voor E.P., op E.P., 10 ml na E.P.).

-> Leg de werking van de indicator (K2CrO4) bij de methode van Mohr uit. Aan welke voorwaarden moet er worden voldaan? Wat gebeurt er als de pH te zuur/te basisch is?

-> Leg de werking van de indicator (fluoresceïne) bij de methode van Fajans uit. Aan welke voorwaarden moet er worden voldaan?

Oefeningen:

1. geg: H2SO4 25 m% en N=6,02; gezocht: de rest

2. pH berekenen, KOH, HCl en (COOH)2

3. MnO4-/MnO2 en Cu2+/Cu+, bereken MnO4-

OF

1. geg: verschillende stoffen waarvan jij nog de juiste M moet zoeken (zoals tabel oef 30)

gezocht: a) de concentratie die je bekomt als je deze stoffen samenbrengt (mengt)

b) hoeveel liter van deze concentratie (= gegeven) moet je erbij doen om een mengsel te bekomen met deze concentratie (=gegeven)

2. de pH berekenen van een mengsel van 3 stoffen

3. het volume berekenen dat nodig is aan HCl om PO43- te titreren tot een pH van 3,63. De concentratie PO43- en HCl zijn gegeven, het volume PO43- ook.


Juni 2014.

Analytische Chemie Theorie:

1.oplosbaarheid
a) Leg uit de invloed van rechtstreekse pH en onrechtstreekse pH das aan da hand van Mg(OH)2 en calciumoxalaat
b) Bij methode van Noyes, gebruiken we H2S als neerslagreagens. Wanneer zal een neerslag kwantitatief neerslaan? (leg da gwn uit met Cd2+/Mn2+
2. redoxtitraties.

a) Kev geven van Fe(2+) en MnO4- en ook uitleggen , eigenlijk dat gewoon in functie van de pH

b)zet de titratiecurve uit voor pH=0,... waarbij het volume van MnO4- uitgezet t.o.v. E-waardes. (Fe2+ + MnO4-) Bereken u reductiepotentialen bij 0mL, 90mL, 100mL, 110mL

c) verwoord de standaardisatie van S2032- met IO3- gewoon door reactievergelijkingen te geven. (zie labo!)

en ook wanneer en waarom gebruiken we zetmeel als specifieke redoxindicator.
Oefeningen: 
- 2 mengsel waarvan g de pH moest berekenen mengsel 1: NaOH + H3SO3 mengsel 2: HNO3 + NaCl 
- bereken de oplosbaarheid van PbI2 + hoeveel van de 5g gaat niet oplossen in 2L? 
- gaat de oplosbaarheid van PbI2 verhogen, verlagen, hetzelfde blijven bij toevoeging van NaI 0.100M 
- HNO3 m%=50% en N=10.4 . Geeft de molaliteit, dichtheid en molfractie. 
- Reductiepotentiaal bepalen

juni 2012

theorie

1) alles van hoofdstuk 5 (kristallijne/colloidale neerslag) 2) - afleiding Kev bij complexen - titratie curve ijzer 2 en cerium 4 - alles over inwendige redoxindicatoren

oefeningen

1) vraag gelijk tabel p.30 2) complexometrische titratie van ijzer 2 en cerium 4 de concentratie van ijzer 3 fzo bepale 3) weetk ni meer


Juni 2011

Theorie

1)a) Verklaar rechtstreekse en onrechtsreekse invloed van pH op de oplosbaarheid adhv de voorbeelden Mg(OH)2 en CaOx b) Verlkaar de invloed van elektrolieten op de pH 2) a) voor de redoxreactie van Fe2+ en Mno4- de K'ev berekenen b) titratie van Fe2+ 100ml 0.1M met MnO4- 0.02M bij ph 0, 2 en 4 na toevoegen van 0 ml, 90ml, 100ml en 110 ml MnO4- c) iets met thiosulfaat bij jodi en jodometrie


Vraag 1: a) de formule alfeiden voor de berekening van amfoteer H2PO4-

   vereenvoudigde formule + correcte formule

b) titratiecurve van H3PO4 met HCl tekenen en berekenen met vereenvoudigde formules

   alle belangrijke punten weergeven

c) juiste indicator kiezen voor elk equivalentiepunt van b)

   (tabel met indicatoren is gegeven)

Vraag 2: a) uitleggen wat een chelaatverbinding is + de stabiliteit van complex uitleggen i.f.v. de pH en de lading van de metaalionen b) titratiecurve van 10,0 ml Mg2+ 0,100M met EDTA 0,100M berekenen en tekenen.

   na toevoegen van 5ml, 10ml en 11ml EDTA

c) de werking van Eriochroom Zwart T uitleggen a.d.h.v. een titratie van Ca2+ via de directe methode


vraag1 a) relatieve oververzadiging ifv v_kiemvorming en V_aangroei b) werkomstandigheden voor kristallijne en colloïdale neerslag c) wrm gn colloïdale neerslag bij gravimetrische bepaling d) leg elektische dubbellaag uit adhv AgCl

vraag 2 a) afleiding van Kev van Fe2+ met Ce4+ b) titratiecurven van Fe2+ met Ce4+ c) leg redoxindicator uit d) leg werking van ferroine uit bij cerimetrie (Ce4+ met Fe2+)


vraag1: heel hoofdstuk 5 (kiemen - aangroei van neerslaande deeltjes) vraag2: berekenen van Kev van Fe2+ en Ce4+

Oefeningen

1) pH- berekeningen

a) H2SO4 + KOH
b)  HNO3 + KOH + NaCl

2) gegeven: K2CrO4-opl: 0. 0136m en 1.49N. bereken .... (zie oef 30 (die tabel) )

3) pH van begin neerslag en kwantitatieve neerslag: gegeven concentraties Co en H2S

4) zie herhalingoef redox: oef 8b) N2 + N2O4 <-> NO

  leid af en bereken Kev
   Reactie spontaan? en Kwantitatief?
Vraag 1: gegeven: HNO3: 10,4 N en 50,0 m% a) tabel p.30 cursus
  bereken M, m, g/l, X, dichtheid

b) Verdunning:

   25ml HNO3 (10,4 M) wordt in een maatkolf van 500ml gebracht en aangelengd met H2O.
   Hiervan wordt 10ml gepipetteerd in een maatkolf van 200ml en aangelengd met H2O.
   Bereken de eindconcentratie van de HNO3-opl + #mg HNO3/100ml

Vraag 2: bereken de pH van het mengsel: 50,00ml NH4Cl 0,100M 10,00ml NH3 0,050M 20,00ml KOH 0,050M 10,00ml NaOH 0,050M

Vraag 3: Hoeveel ml HCL (0,0982M) moet men toevoegen aan Na3PO4 (0,100M) om de kleuromslag van MO waar te nemen?

Vraag 4: Redoxtitraties: aan 0,0200M Cu2+ wordt een overmaat Pb toegevoegd. a) Kev afleiden en berekenen b) bij evenwicht Esysteem berekenen + [Cu2+] berekenen