1CX Leven in beeld

Uit Diana's examenwiki
Versie door Tom (overleg | bijdragen) op 19 jan 2013 om 19:36

Januari 2012

Dit is een schriftelijk examen.

Hoofdvraag: Leg Meiose 1 volledig uit.

Bijvragen:

  • Leg uit aan de hand van een voorbeeld: secundair passief transport
  • Je krijgt 2 tekeningen van een organel, je moet die benoemen en zijn hoofdfunctie in het kort beschrijven
  • Geef de 4 stappen (niet uitleggen) om glucose af te breken
  • Welke organellen/celdelen/ benodigdheden zijn er allemaal nodig voor de DNA-transcriptie of eiwitsynthese.
  • lokaliseer volgende begrippen door te benoemen bij welk organel op plaats in de cel ze horen

- chiasmata

- kinetochoor

- axonema

- ...

  • Verklaar of volgende stelling juist of fout zijn. indien ze juist zijn, fundeer! Indien ze fout zijn, verbeter ze:

- endergone reacties zijn G>0

- Microtubuli wordt aangemaakt in de spoelfiguur

- ..... Chemie-diffusie.......

-................


Celbiologie januari

Hoofdvraag

Bespreek een celcyclus van een dierlijke cel met n=4. Maak hiervoor duidelijke tekeningen waarop je alle structuren benoemt

Bijvraag 1

Via welk proces wordt mRNA gesynthetiseerd in de cel? Welk enzym katalyseert de synthesereactie? Waar in de eurkaryote cel vindt dit proces plaats? Welke functie heeft het mRNA in de cel? Komt mRNA ook voor in prokaryote cellen Waarom wel of waarom niet?

Bijvraag 2

Lokaliseer de volgende begrippen in de cel door het benoemen van de celstructuur of het celorganel. 1. Tonoplast. 2. Homologe chromosomen. 3. Synthese voor eiwitten.

Bijvraag 3

Geef de algemene vergelijking van de ademhaling. Waar is dit proces gelokaliseerd in de cel. Wees volledig. Wat is het doel van de ademhaling.

Bijvraag 4

Wat is passief transport. Geef een voorbeeld van passief transport doorheen het celmembraan dat je volledig uitlegt. Geef een tekening waarop je alle getekende structuren benoemt

Stellingen

Geef aan of de stelling waar is of niet waar is. Indien de stelling waar is, verklaar dan kort waarom. Indien deze stelling niet waar is, herformuleer deze dan kort zodat ze waar is. 1. Glycogeen is een voorbeeld van een polysacharide bij planten 2. Tijdens de mitose worden de homologe chromosomen van een paar uit elkaar getrokken in de anafase

JANUARI 2012

hoofdvraag: gegeven is de matrijsketen, zet deze om in RNA geef hierbij om welke molecules het gaat, ...

bijvraag 1: -teken de cel na de telofase maar voor de cytokinese, 2n=4, -is dit mogelijk in de meiose : ja/nee, -..

bijvraag 2: verklaar volgende begrippen d.m.v. de celorganellen of structuren te benoemen -chiasmata, -mesosoom, -ORI, -...,

bijvraag 3: -geef de vergelijking van de fotosynthese, -waar vinden de overige deelreacties plaats in de plant, -...

stellingen:

Geef aan of de stelling waar is of niet waar is. Indien de stelling waar is, verklaar dan kort waarom. Indien deze stelling niet waar is, herformuleer deze dan kort zodat ze waar is.

-als een dierlijke cel in een hypertone oplossing word gebracht ondergaat deze een lyseen, -...

Samenvattingen

Samenvatting Charlotte Paesen