1LB Beginselen van de chemie

Uit Diana's examenwiki

Augustus 2017

1. 3 reacties gegeven met de reagentia in letters uitgeschreven: -Schrijf de reacties zowel in ionaire als moleculaire vorm uit (indien mogelijk). -Wat voor reactie is het (als ze opgaat) en leg uit waarom. -Duid de niet-oplosbare en slechtoplosbare verbindingen aan

2. 1 redox reactie uitwerken

3. molecule gegeven met Z en EN gegeven: - Geef de elektronenconfiguratie weer - Teken de lewisstructuur - Wat voor binding tussen de atomen en leg uit.

4. reactie gegeven met S en H gegeven. - Wat gebeurt er indien de T stijgt? - Wat gebeurt er als atoom/molecule X wordt toegevoegd?

5. Leid de formule af om de zuurconstante bij sterk verdunde zuren te berekenen, welke wet is dit?

6. Combinatie oefening en gewone oefeningen: Stoichiometrie, concentratie berekeningen en chemisch evenwicht

Januari 2014

EXAMEN VAN 07/01/2014

Oefeningen

Vraag 1

- 5 reacties uitwerken (naam RP uitgeschreven in woorden) (5p) - 3 redoxreacties (3p) - 8 oefeningen op naamgeving (beide richtingen)(2p)

Vraag 2

- 2 oefeningen op evenwichtsconstanten (4.5p)

Vraag 3

- 1 oefening op gaswetten, m%, dichtheid, ppm (5.5p)

Januari 2013

EXAMEN VAN 11/01/2013

Theorie

Vraag 1: Leg uit: covalente binding en ionbinding met HNO3 en NaCl. + 2 uitbereidingsvragen daarover

Vraag 2: Als een reactie snel verloopt bij kamertemperatuur, wat is dan zijn activeringsenergie? - Leg uit met energieverloop en Arrhenius vergelijking.

Vraag 3: 2 SO2 + O2 ↔ 2 SO3 + 197 kJ/mol Wat gebeurd er met het evenwicht als het volume van HI wordt vermindert? (een vraag: hoe kan HI verminderd worden als deze NIET in de vergelijking is gegeven?? ) Wat gebeurd er met het evenwicht als HI wordt afgekoeld?

Multiple choice vragen

Oefeningen

Lector: Hilde Janssen

  1. Reacties uitschrijven + splitsen in ionen en vernoemen welke reactie het is. 
  2. 2 Redoxreacties.  
  3. Vraagstuk met bepaal de brutoformule van een CHON verbinding.  
  4. Vraagstuk met een evenwichtsreactie van H2 + I2 <=> 2HI (Gegeven: beginmol H2 en I2 + eindmol HI) met hoeveel mol H2 moet je toevoegen als je van 0,4mol naar 0,480 mol HI wilt gaan? (zoeken in evenwichtsreactie: x) 
  5. Vraagstuk waar je met m%, M, ppm en ppb vanalles moet doen. 

EXAMEN VAN 11/01/2013

Theorie

Vraag 1: Leg uit: Hoe komt een ion of covalente binding binding tot stand met CaBr2 & HNO2.

Bijvragen:

- Elektronenconfiguratie van alle elementen en laatste schil tekenen. - Hoe ontstaat ion en covalente binding tot stand komen (met jouw vb.) - De lewisstructuur van hno2 (gegeven), daar moest je de hybridisatie van uitleggen ook aanduiden van de datieve bindingen.

Vraag 2: Ging over chemisch evenwicht; je kreeg een evenwichtsreactie en dan vroeg ze wat er gebeurt met dat element. Als je de temperatuur laat stijgen of als ge de druk laat dalen (in die aard).

Bijvraag:

Welke reacties het rapst voorloopt met of zonder activeringsenergie tekenen met de arrhenieusverloop ofzo en het energiediagram

- Meerkeuzevragen

Oefeningen

Eerste blad was reacties en namen schrijven. Tweede blad was zo een oefening dat je de brutoformule moest zoeken. Evenwichtsoefening Oefening over redoxreactie kwalitatief

Januari 2011-2012

EXAMEN VAN 24/01/2012

Theorie

Vraag 1:

a) Hoe en waarom ontstaat een ionbinding? Leg uit aan de hand van CaBr2.

b) Hybridisatie bepalen van O in H2O, N in NH3 en van de 3 C-atomen in C3H4.

Bijvraag: de geometrie van het molecule geven. Bijvraag: zijn de moleculen polair of apolair?

c) Waarom heeft H2O een hoger kookpunt dan C3H4?

Vraag 2:

H2 + I2 <----> 2HI met delta = -10 kJ. Hoe stelt het evenwicht zich in bij a) het verlagen van de temperatuur en b) het vergroten van het volume. c) Welke invloed heeft de temperatuur op de snelheid? (uitleggen m.b.v. Maxwell-Boltzmann curve)

Bijvragen: activeringsenergie schetsen en hoe je deze kan verlagen.

Vraag 3:

In een oplossing van MnO42- wordt een Cu-plaatje en een Zn-plaatje ondergedompeld. Welke reactie zal plaatsvinden? Je kreeg 4 reacties geven met de E°-waarde erbij en zo moest je dus de 2 reacties vinden waarvan uw delta het grootst was.

Oefeningen

idem als examen van 17/01/2012.


EXAMEN VAN 17/01/2012

Theorie

Vraag 1:

a) Wat is hybridisatie ? sp, sp2 en sp3 hybridisatie uitleggen met CH4, C2H4 en C2H2. Hoeken (als bijvraag)geven.

b) Enkele moleculen worden gegeven (H20, NH3 en C3H4). Hybridisatie van bepaalde atomen geven + moleculen tekenen.

c) Waarom is het kookpunt van H2O hoger dan .... (lang koolstofmolecule) --> H-bruggen.

Vraag 2:

H2 + I2 <----> 2HI met delta = -10 kJ. Wat gebeurd er bij verdunnen ? En bij temp. verhoging ? Snelheidsvergelijking geven.

Vraag 3:

a) pH's berekenen van verbindingen, deze dan van laagste naar hoogste pH rangschikken b) Standaardreductiepotentiaal en nernstvgl van een redoxkoppel bespreken.

  • Algemene Nernstvergelijking: (E ox/red = E°ox/red - 0.059/ n log [red] / [ox] )
  • Redoxkoppel (Fe3+ & Fe2+)    
  • Fe3+ + e- <----> Fe2+  



Oefeningen

Vraag 1: 2 niet-redox en 2 redox reactie's

Vraag 2: Analyse van onbepaalde stof ( vb: HxCyOz -> zoek x,y,z )

Vraag 3: Chemisch evenwicht

Vraag 4: Concentratie's van stoffen


Januari 2010-2011

Theorie

Vraag 1: Wat zijn sigma en pi-bindingen. leg uit met behulp van een voorbeeld. het aanntal elektronene van C, O, H, P,... wordt gegeven. (geef van elk atoom in welke schil(len) de elektronen liggen en hun eventueel aangeslagen en gehybridiseerde toestand + teken het molecule)

Vraag 2: a)Geef de formule van Kv en Kp. b)gegeven: evenwichtsmengsel van H2+I2 en 2HI, delta H = -10kJ. wat gebeurt er bij opwarming, verkleining van het reactievat en toevoeging H2?

Vraag 3: weet ik niet meer

Oefeningen

Vraag 1: -2 niet-redox reacties -2 redoxreacties -2 complexen benoemen + 2 omgekeerd

Vraag 2: CxOyHz, zoek x,y en z. MM= 147

Vraag 3: mengsel van gassen: SO3(0,100mol) + NO2(0,200mol) <--> SO4(0,100mol) + NO(0,150mol) in een vat van 5l Kev = 85,0 wat zijn de concentraties van de gassen bij evenwicht

Vraag4: weet ik niet meer

Theorie (Andere reeks)

  1. (Mondeling)

a) Wat zijn sigma- en pi-bindingen. Leg uit via een zelf gekozen voorbeeld (molecule). Wat zijn hun specifieke kenmerken? Volgende atomen mag je gebruiken: C, O, H, P, N, S (aantal elektronen gegeven).
b) Welke krachten houden CH3OH-moleculen samen in vloeibare toestand?
c) Geef de hybridisatie en geometrie van H2S + teken de ruimtelijke structuur (orbitalen) met bijpassende hoeken.

  1. (Mondeling)

H+ I2 <--> 2HI   met deltaH = -10kJ
a) Naar waar verschuift het evenwicht bij opwarming? Verklaar. Geef de snelheidsvergelijking van deze reactie.
b) Wat verstaat met onder activeringsenergie? Verklaar met een energiediagramma.

  1. (Schriftelijk)
    a) Wat zijn de 'zuurconstante' en de 'baseconstante'. Leg uit met een zelf gekozen voorbeeld.
    b) Rangschik volgens stijgende pH, zonder kwantitatieve berekeningen. (10-tal moleculen waarvan je de reactie met water moet opschrijven. (Van enkelen is de Kz en Kb gegeven, niet van allemaal.)

Oefeningen (Andere reeks)

  1. 2 niet-redox reacties + 2 redoxreacties + 2 complexen benoemen + 2 complexen formule schrijven.
  2. CaObHcNd (0,0100 mol): zoek a,b,c en d. Reactieproducten met hun massa + molaire massa zijn gegeven.
  3. N2 (conc = 0,300 mol) en H2 (conc = 1,0 mol) vormen samen NH3 (evenwichtsconc = 0,200 mol) bij V = 1 l. 
  4. Bereken de evenwichtsconstante en tot welk volume moet het mengsel samengedrukt worden om een evenwichtsconc van 0,250 mol voor NH3 te bekomen (bij zelfde temperatuur)?
  5. Oef op redoxreactie met overmaat en m%.

2009-2010

Theorie

Vraag 1: Leg covalente en ionische binding uit (je kreeg 2 bindingen gegeven, welke van de 2 is een ionische en welke een covalente binding en werk deze uit) en geef de lewisstructuur van CO2 en sterisch getal en orbitalen en geometrie.
Vraag 2: chemisch evewicht: geef constante Kc en naar welke kant verschuift het evenwicht bij afkoelen, in een groter reactievat en welke wet is dit?
Vraag 3: Wat is een buffer, geef de vereenvoudigde formule door afleiding en doe dit adhv een voorbeeld en wat is een ideale buffer?

Oefeningen

Vraag 1:

  • 2 gewone reacties aanvullen, als ze niet opgaan uitleggen waarom

   en aanduiden met een streepje of het een gas of een neerslag  is

  • 2 redox reacties waarvan 1 autoxidoreductiereactie,
  • 2 complexen

vraag 2, 3 en 4 ??? (Onbekend maar zijn er wel)

2008-2009

Theorie

  • Wet van Hess
  • Delen van het proef examen worden zeker gevraagd
  • De soorten bindingen en een voorbeeld tonen met gegeven atomen