1LB Biochemie

Uit Diana's examenwiki


2018 (Sara Moens)

1 Fisher/ pI van 2 aminozuren

2 Vraag over suiker

3 tekenen nucleotides

4 herkennen sterolen, functies

5 herkennen van verschillende AZ, peptidebinding tekenen.

6 Structuur van moleculen herkennen en naam geven

7 Vetzuur

8 4 termen

2017 (Sara Moens)

Vraag 1. - L fisher Glutamine - L fisher Cysteine - pI Glutamine en pI Cysteine (uitleg, berekening + tekenen)

Vraag 2. - Teken cholesterol - Geef 2 noodzakelijke functies

Vraag 3. - Suiker D-Psicose tekenen in Fisher (C3 epimeer fructose) - Haworth tekenen furanose en pyranose - Is de suiker reduceerbaar?

Vraag 4. - G-A Rna tekenen - Belangrijkste verschil Dna en Rna

Vraag 5. - Vetzuur gegeven, aparte structuren tekenen en benoemen - Functie van dit vetzuur

Vraag 6. - Peptideketen gegeven, aminozuren tekenen + benoemen - Hoe heet de binding en hoe ontstaat die

Vraag 7. - Kader met 4 moleculen, benoemen en zeggen tot welke klassen ze behoren


Vraag 8. - 4 definities (amylopectine, B-keratine, bouwelement en hyperchroomeffect)


2015-2016 (Sara Moens)

4 juni, enkel schriftelijk

1# Teken serine en lysine, geeft hier ook de vorm van bij pH = 5 en teken ze aan elkaar gekoppeld.

2# Teken cholesterol, en geeft 2 redenen waarom dit molecule belangrijk is voor het lichaam

3# Een molecule is gegeven (triglyceride), teken het molecule zoals in de les en benoem elke groep apart + waar in het lichaam zou dit molecule kunnen voorkomen.

4# Een molecule (aminozuur) is gegeven, teken elke groep apart en benoem.

5# Teken een RNA-structuur met G en A, en leg het verschil uit tussen DNA en RNA

6# Een pagina met enkele molecules. Benoemd + duidt aan wat het is, een eiwit/vet/suiker/nucleotide/

7# Turanose bestaat uit glucopyranose en fructofuranose met een alfa 1-3 binding. Teken de fischerprojectie van beiden en daarna de beta vorm van het molecule aaneengeschakeld

8# leg uit: oligoelement, alfa keratine, uitzouting adhv grafiek, zeep

Er mist nog een vraag en enkele bijvragen, maar ik heb niet alles kunnen onthouden...


1. Teken L-Lys en L-Ser (niet-geïoniseerde vorm)

- Teken deze bij pH van 5 (tabel gegeven met pKa-waarden)

- Teken het dinucleotide (+ welke binding?)

2. Teken cholesterol

- Welke 2 essentiële functies heeft cholesterol in het lichaam? + leg uit

3. Getekende tetrapeptide gegeven (dit was Cys-His-Glu-Met)

- Geef naam van molecule (zo specifiek mogelijk)

- Teken de bouwstenen + benoem

- Bevindt deze molecule zich eerder in een zeer zuur milieu, matig zuur milieu, neutraal milieu, matig basisch milieu, zeer basisch milieu? + verklaar

4. Teken D-glucose en D-fructose (lineaire vorm), teken dan de -disacharide met (13)-glycosidische binding

5. Fosfolipide gegeven (met palmitinezuur, linolzuur en choline)

- Teken dit zoals we in de les gezien hebben (dus rechte moleculen)

- Benoem de aparte delen

- Waar in het lichaam komt dit voor?

6. Tabel gegeven met structuren, je moet deze zo exact mogelijk proberen te benoemen (was een eicosanoide, diterpeen, suiker in bootvorm en aminosuiker)

7. Verklaar:

- Oligo-element

- -keratine

- Uitzouting eiwit (+geef grafiek)

- Zeep (structuur + werking)

BLT 2012 - 2013 lector: Sara Moens

10juni

ALLEEN SCHRIFTELIJK (10pag)

1# TEKEN de triglyceride: 1-linoleo, 2-palmito ,3-stearoglyceride (of hoe da da ook noemt...) Welke binding wordt er gevormd? Leg uit Schrap wat niet past: Hoe meer onverzadigde verbindingen hoe hoger/lager het smeltpunt + leg uit

2# Schets galzouten/galzuren , functie=? eigenschappen? voorloper van? etc

3# Teken aphla (dan een disacharidenaam) dit is fructose in de furanose vorm en galactose( beta 1-4 binding) Nog bijvragen...

4# Blad vol met een polypeptide, hoe noemt dit? Uit welke bouwstenen is deze gevormd? Geef de namen en de Fisherprojectie.

5# Fisherprojectie van L-Lys, hierna nog vragen over pI berekenen, en bij bepaalde pH, in welke vorm is het dan aanwezig?

6# Een kader met 3 kolommen: 1) molecule (GEGEVEN) 2) Specifieke naam schrijven 3) Bij welke groep hoort deze? (vetten/eiwitten/nucleïnezuren/suikers...)

7# 4 woorden: oligo-bouwstenen, beta-keratine, Edmans reagens, en dan nog iets. Uitleg geven en een voorbeeld + nog extra dingen apart per woord iets anders

Kan zijn dat ik enkele bijvragen vergeten ben maar dit zijn de grote lijnen.

BLT 2011-2012

7 juni 2012

lector: Sara Moens

Mondeling

1. Gegeven molecule (hyaluronzuur) => Welk soort molecule is dit? Duid alle onderdelen aan (glc, glycosidische binding,..)

Bijvraag: waar in lichaam komt die voor? (extracellulaire matrix bindweefsel)

2. 1-stearo,2-linoleno,3-oleine => Teken de versch componenten, hoe bindingen gevormd worden en dan volledig molecule.

Bijvraag: hoge/lage smeltpunt? wrm?

Schriftelijk

1# Geg: tetrapeptide ser-cys-phe-gly => teken bouw, binding, volledig molec bij lage pH#

2# Tabel suikers: amylose, maltose, fructose => reducerend of niet, soort binding, bouwstenen

3# Teken dADP

4# Teken pyranose-vorm van galactose

5# Leg uit: oligomolecule #+vbn#, verzouting eiwit en VLDL#


07/06/2012

Lector : Sara Moens

Mondeling

1# Welk molecule is dit en benoem alle eenheden, bijvragen van haar zelf

=> Was een vet #

2# Teken een dinucleotide AC en benoem alle eenheden ervan#

Schriftelijk

3# Teken een tetrapeptide binden met Ala-Cys-Tyr-Gly, teken ook hoe de binding gebeurt

4# Teken cholesterol#

5# Teken iso-maltose#

6# Invuloefening van vetten# - Geef aantal dubbele bindingen - Geef aantal C-atomen - Geef plaats van dubbele bindingen#

Vetten waren : Palmitinezuur, stearinezuur, linolzuur

7# Gegeven structuren zeg of het een vet,suiker,eiwit,nucleïnezuur is# Zeg van welke soort het is + geef juiste naam#

8# Geef alle bouw elementen# => C H O N S P K Ca Na Mg Cl

9# Leg uit hoe een eiwit uitzout + grafiek#

10#Teken alle delen van glycoaminoglycanen + functie#


11 juni 2012

Mondeling

1# Welk soort molecule is dit #dinucleotide van het RNA type#? Duid al de onderdelen aan#

   Bijvraagjes: 
   -Verschil DNA/RNA?
   -Teken het ribose in zijn lineaire vorm, hoe leid je de cyclische vorm van het suiker af vanaf zijn lineaire vorm?
   -Welk soort basen zie je #purinesbasen/pyrimidinesbasen#?
   -Is er iets anders aan het molecule? Hoe zou het in zijn normale vorm voorkomen #in RNA#? # de nucleotiden waren via hun fosfaatgroepen aan elkaar gebonden ipv -OH van ribose#

2# Teken het volgende peptide Gln-Phe-Cys-Ala#

   Bijvraagjes
   -Wat voor peptide heb je hier?
   -Wat voor binding werd er gevormd?
   -Hoe zien de delen eruit bij een verschillende pH ?#kation-zwitterionstructuur-anion#
   -Zijn deze toestanden ook nog mogelijk in het uiteindelijke molecule? Zo ja, waar?
   -Welke technieken kan je gebruiken om de volgorde van de aminozuurresten te ontrafelen?


Schriftelijk

3. Teken het volgende triglyceride 1-linoleno-2-oleo-3-stearine.

4. Schets/teken een galzuur/-zout.

5. Teken alfa-lactose

6. Invulschema van mannose, fructose en isomaltose.

   #mono-di-poly- ? ; bindingen? ; basiscomponent? ; reducerend?#

7.Gegeven structuren zeg of het een vet,suiker,eiwit,nucleïnezuur is. Zeg van welke soort het is + geef zo goed mogelijk de juiste naam.

8. Wat zijn oligo-elementen? Criteria + min 1 voorbeeld.

9. Alfa-keratine? Voorkomen, structuur?

10. Wat zijn de bouwstenen van de glycoaminoglycanen? Functie?


11 juni

mondeling:

1) je kreeg een lang eiwit met 5 aminozuren in

- teken de verschillend delen en duid deze aan, je moest ook de drie letter code van de aminozuren kunnen geven

- hoe komt een pepitde binding tot stand en da ok kunnen tekenen en aanduiden in de structuur waar deze zich bevinden

- de naam van het eiwit kunnen geven


2) teken het dinucleotide CA zoals het voorkomt in RNA

- teken eerst al de bouwstenen

- teken hoe de binding tot stand komt

- teken het hele molecule

vraagjes: wat is het verschil met DNA, teken de fisher projectie van ribose en hoe komt dan een cyclische vorm tot stand, op welke koolstoffen gaat de binding gebeuren en dan is het een D of een L en hoe kun je dit zien


schriftelijk

1) teken 1oleo, 2linoleno, 3 palmitino en geef de bouwstenen en hoe de binding tot stand komt

2) teken de pyranose vorm da beta fructose

3) teken cholesterol

4) je krijgt 4 aminozuren bij naam en dan moet je de R groep geven en of het apolair, polair zuur of basich is

5) je krijgt 4 sructuren gevenen, aanduiden of deze tot de suikers, eiwiten,... behoren en zo goed mogelijk de naam ervan geven

6) leg uit

- bio-elementen

- beta keratine #structuur en eigenschappen

- LDL

BLT 2010 - 2011

Reeks 1

Mondeling

1) gegeven een nucleotide

- Welk soort molecule is het? (nucleotide) - Benoem elk deel(vb: cytosine, ribose, fosfaat)

bijvraagjes:

            - Verschil DNA/RNA
            - Wat voor base is cytosine (pyrimidine)
            - Teken het ribose suiker + welke ring heb je (furanose)
            - Welke pyrimidine/purine basen heb je nog

2) Teken het peptide : vb: Ala-Gly-Phe-Cyr

- Welke soort binding is er? peptidebinding

Bijvraagjes:

            - Wat heb je bij zeer lage ph/ hoge ph = kation/anion...

Schriftelijk

  1. Teken het glycolipide 1-palmitino,2-3stearino..
  2. Teken cholesterol
  3. tabel met suikers; vul aan of het een mono/di/poly sacharide is, welke bestanddelen erin zitten, Welke binding (vb: Beta 1-4) en of het reducerend of niet is - gegeven Galactose en Isoamylose
  4. 2 structuren gegeven: 2 meerkeuze vragen bij elke tekening: naam - Welk soort(vet, eiwit, nucleinezuur, ..)
  5. Wat zijn oligo-elementen + geef 2 voorbeelden.
  6. leg uit : iso-elektrisch punt van een eiwit + voorbeeld.

ps: de bijvraagjes bij de mondelinge vragen worden door haar gesteld en staan niet op het vragenblad zelf.

Reeks 2

Mondeling

gegeven een tekening , structuur = peptide van 5 aminozuren , 6 peptidebindingen (NH -Co)

Vraag 1 a) om welke (soort) molecule gaat het ?
        b) Duidt de verschillende delen aan (aminozuren , de aminozuren kunnen benoemen )
Vraag 2 a) Teken sucrose (saccharase) 
          teken beide enkelvoudige suikers liniair en cyclisch en dan leg uit hoe deze 2 aan elkaar binden 
       Bijvraag welke delen bevatten reducerende delen en welke niet ( gaat over de bouwelementen afzonderlijk en wanneer ze gebonden zijn aan elkaar)
       Welke delen zijn deze reducerende delen in de structuur?

Schriftelijk

  1. Schets /teken guanosine monofosfaat
  2. teken cholesterol
  3. invullen bij linoleenzuur ,stearinezuur het aantal dubbele bindingen , en aantal koolstofatomen.
  4. 2x krijg je structuur gegegeven en moet je zeggen wat het is en tot welke groep het hoort (gwn bolletje aanduiden , zijn antwoorden gegeven = (multiple choice))
  5. BETA -keratine uitleggen in 3 regels + 1 voorbeeld
       oligo - elementen uitleggn + 2 voorbeelden geven

Reeks 3

Mondeling

Vraag 1: Gegeven = structuur van een molecule.

 a) Wat voor een molecule is dit? [fosfatidylamine]
 b) Duidt de verschillende delen aan [glycerol, vetzuur 1 (leek op linolzuur, maar de 2e dubbele binding zat op C13), vetzuur 2 (palmitinezuur)
    en choline]
    Bijvragen: - Hoe zien de elementen van dit molecule er uit in niet-gebonden toestand? [glycerol: 3 alcoholfuncties, VZ: carboxyl]
               - Hoe komen deze verbindingen tot stand? [afsplitsing van H2O, vorming van ester]

Vraag 2: Teken het disacharide sucrose (saccharase)

 Teken eerst de samenstellende componenten (liniair en cyclisch). [glucopyranose en fructofuranose]
 Teken dan hoe de verbinding tussen deze componenten tot stand komt. [glycosidische binding]
 Teken tot slot het volledige disacharide.
  Bijvragen: - Wat weet je over D-/L-conformaties? [positie van de -OH op voorlaatste C]
             - Wat weet je over alfa- en beta-suikers? [positie van de -OH op de C naast O in ringstructuur]
             - Als je een lineaire structuur hebt, hoe kan je zien of de OH-groepen naar boven of naar onder staan in de cyclische vorm? Weet
               je dat vanbuiten of kan je dat afleiden? [Ik kende het vabuiten...]
             - Wat weet je over reducerende suikers? Duid de reducerende elementen aan. [bij de monosachariden is het reducerende element de
               OH-groep die betrokken wordt bij de glycosidische binding, bij sucrose zijn die OH-groepen weg dus geen reducerend suiker meer]

Schriftelijk

  1. Teken het dipeptide Glu-Phe zoals het voorkomt in een basisch milieu.
  2. Teken cholesterol.
  3. Geef voor cysteïne en Lysine de zijketen, duid aan of ze polair/apolair en/of zuur/basisch zijn. (cysteïne: -CH2-SH, apolair. Lysine: -(CH2)4-NH3+, polair, basisch)
  4. Multiple choice - gegeven: 2 structuren. Duid aan om welk molecule het gaat en tot welke groep het behoort. (structuur 1: dCTP, nucleïnezuur. structuur 2: galactosamine, suiker)
  5. Leg uit in maximaal 3 regels:
  • - alfa-helix (secundaire structuur eiwit, tussen NH en CO 4 aminozuren verderop)
  • - pseudo-hemoglobine (zie pagina 19 van hoofdstuk 3)

BLT 2009 - 2010

Examen 1

Mondeling

  1. Teken de structuur van glucose alpha 1 1 glucose
  2. Gegeven: een structuur (galzuur) en welke bindingen herken je hierin.
    -Gonaan
    -butaanzuur als rest groep
    ->Galzuur
    Geef de functie van deze structuur.
    -Het emulgeren van vetten in de dunne darm.
  3.  Glutaminezuur krijg je met pK1:2,19  en pK2:9,67 en pKI:3.2 -> Geef de toestand van het molecule bij pH 1, 6 en 10

Schriftelijk

  1. Teken/schets TDP
  2. Wat zijn bouw-elementen? Geef de bouw-elementen
    11- bouwelementen: C,H,O,N,S,P,Na,Ca,K,Mg en Cl
  3. Teken de structuur van linoleenzuur
    C18:3 -> dubbelebinding tussen C9-C10 C12-C13 C15-C16

Examen 2 (andere reeks)

Mondeling

  1. Teken het peptide Lys-Ala-Gln-Ser
  2. Welk molecule herken je en benoem de delen. (RNA: Ribose, fosfaatgroep, base)
  3. Welke biomoleculen worden aangetroffen in het menselijk celmembraan. Beschrijf/schets de structuur ervan. (eiwitten,vetten,suikers)

Schriftelijk

  1. Teken sucrose
  2. Wat zijn bouwelementen en welke zijn er?
  3. Wat weet je over collageen, leg uit.