1LB Celbiologie

Uit Diana's examenwiki

15 januari 2015

Hoofdvraag: gegeven: tekening van cytoskelet, a) boenoem de aangeduide delen (actinefilamenten, intermediaire filamtenten en microtubuli) b) geef de functies en opbouw van deze structuren c) afbeelding van centriolen gegeven, wat is dit en wanneer wordt het gebruikt? d) spermacel: uit wat opgebouwd + tekening

Bijvraag 1: Mendeliaanse overerving : oefening

Bijvraag 2: Verschil tussen chromatine en chromosomen en leg een verband

Bijvraag 3: meerkeuzevragen

Bijvraag 4: 10 begrippen uitleggen (telomere, mesosomen, leptoteen,...)

16 Januari 2013

A) HOOFDVRAAG: Gegeven: Coderende aminozuursequentie van glucosetransporter (met intron erbij)

  1. Is dit een perifeer eiwit of een integraal? 
  2. Geef de primaire mRNA 
  3. Geef de mRNA 
  4. Geef de eiwitsequentie van dit mRNA 
  5. vergeten 
  6. Hoort deze DNA-suquentie tot het stuk van de celmembraan of het andere deel?  
  7. Puntmutatie van 1 letter, wat gebeurd er? 
  8. Leg uit hoe de glucosetransporter gevormd wordt met organellen en hun functies.  

B) Juist/Fout vragen

C) Bijvraag Wat is de functie van amylase? Leg uit met chemische structuur en geef de macromoleculen. Waar worden deze macromoleculen opgeslagen en in welke vorm? Geef chemische structuur en leg uit.

Januari 2009

Hoofdvraag:

  1. Leg de mitose uit van een cel waarbij n=4. Kan deze cel meiotsch delen? (neen, is een haploïde cel)  

Bijvragen:

  1. Een vraag over rRNA: hoe het synthese proces heet (transcriptie), welk enzyme nodig is (RNA polymerase), waar het geproduceerd wordt (kernlichaampje) en de functie van rRNA (bouwsteen van ribosomen). 
  2. Geef de splitsingswet (2de wet) van Mendel + een zelfgekozen voorbeeld.
  3. Geef drie bestemmingen van de blaasjes van het golgi-apparaat (lysosomen, extracellulair en celmembraan) , welk biomolecule wordt getransporteerd? (eiwitten)
  4. Leg uit: het celmembraan is semi-permeabel.

Stellingen: Je krijgt 2 stellingen gegeven waar op je met juist/fout moet antwoorden en je antwoord verklaren of verbeteren.

  1. De lagging DNA streng wordt continue bijgemaakt. (fout: de leading DNA streng wordt continu bijgemaakt)
  2. De werking van een competitieve inhibitor daalt als men de concentratie van het substraat verhoogd. (juist)

Januari 2010

Hoofdvraag:

  1. Je krijgt een matrijsketen van DNA en daar moet je de aminozuren van geven, en dan alles uitleggen zo van 'waar? mechanisme? molecuulnaam?'.

Bijvragen:

  1. Geef de splitsingswet van Mendel + een zelfgekozen voorbeeld
  2. Teken een eukaryotische cel na de mitose voor de cytokinese met 2n=4 en benoem alle delen
  3. De plaats in de cel geven van 10 begrippen. (Bv: H2O2=peroxysomen)

Stellingen:

  1. 1-huizige planten bevatten 1-huizige bloemen
  2. Een cel in een hypertonische oplossing, lyseert

Januari 2011

Hoofdvraag:

  1. Leg de meiose I uit. Maak duidelijke tekeningen en benoem alle delen.

Bijvragen:

  1. Welke bestanddelen zijn er nodig in een cel voor eiwitsynthese. Waar in de cel heeft dit plaats?
  2. 2 foto's: Welk organel zie je + beschrijf kort hun functie. (mitochondrie + RER)
  3. Oefening op Mendeliaanse overerving. Welke wetten zijn van toepassing, leg uit.
  4. Leg uit met een voorbeeld: Secundair actief transport. (Na+/glucose-pomp)
  5. 5 juist/fout vragen. Indien juist, verklaar. Indien fout, verbeter.


Januari 2012

Hoofdvraag:

  1. Je krijgt een matrijsketen van DNA en daar moet je de aminozuren van geven, en dan alles uitleggen zo van 'waar? mechanisme? molecuulnaam?'.

(let op de matrijs lees je af van 3' naar 5')

Bijvragen:

  1. Geef de uniformiteitswet van Mendel + een zelfgekozen voorbeeld
  2. Teken een eukaryotische cel na de telofas en voor de cytokinese van mitose met 2n=4 en benoem alle delen + vraagje of 2n=4 ook meiotische deling zou kunnen ondergaan (JA)
  3. De plaats in de cel geven van 10 begrippen.( pectine, ORI, H2O2=peroxysomen, autofagie, signaalpeptidase, actief centrum, chiasmata, enkele fosfolipidenlaag,tight junctions,mesosomen)


Stellingen:

  1. Niet-competitieve remming: Werking een niet-competitieve inhibitor kan die vermindert worde door substraat consentratie te verhogen
  2. Een dierlijke cel in een hypertonische oplossing, lyseert

Samenvattingen

Samenvatting Charlotte Paesen