1VX Celbiologie

Uit Diana's examenwiki

Januari 2009

Hoofdvraag:

- Geef een overzicht van de genexpressie. Leg verband met DNA, RNA en proteïnes

 ( staat letterlijk in de cursus, maar meer details geven)


Bijvragen:

- je krijgt de tekening = 1 vetzuurketen

                  Wat is dit? Leg uit en waar komt deze voor

                  Is deze wateroplosbaar of niet? Verklaar.

- Geef de functie van centriolen. Wees volledig.

- Wat is TER?

   Geef de functie.

- Stelling juist of fout en geef verbetering indien fout, leg uit indien juist.

             Tijdens de interfase wordt het DNA continu vermenigvuldigd

(Michaël R.)

Januari 2010

gegeven een dna streng, maak hiervan een aminozuur en leg de verschillende stappen uit

teken een eukaryote cel na de mitose en voor de cytokinese en n=4

juist of fout: ionen kunnen langs het plasmamembraan


Januari 2012

(Marthe)

hoofdvraag: beschrijf de functie van een tight junction en een darmepitheel cel. Toon ook aan met een tekening en benoem alle getekende onderdelen.

Bijvraag1 Waar komen deze voor in de cel. Zetmeel: H2O2: cholesterol: celplaat:

bijvraag 2 voor wat staat ATP? Waarvoor dient ATP in de cel ?

Bijvraag 3 wat is tRNA. Via welk proces wordt tRNA gevormd? Welke soort biomolecule is tRNA? Welke enzyme zorgt voor de synthese van tRNA? Wat is er kenmerkend aan tRNA?

Bijvraag 4 ( waar of niet waar en verklaar)

Een persoon met het syndroom van down(mongolisme) heeft 47 chromosomen.

Januari 2013

Hoofdvraag (8punten)

1) is een insuline receptor een intergraal of een perifeer eiwit

2) ...

3) Gegeven het coderende streng van het DNA, geef de mRNA

4) Geef de aminozuursequentie van dit mRNA

5) Bevindt de insuline receptor van dit mRNA zich in het membraan of niet, verklaar

6) Wat gebeurt er als er een mutatie is met ... nucleotide

7) Leg DNA replicatie uit aan de hand van een schets (transcriptie, translatie)


Bijvraag 1 (4punten)

Juist of fout vraag (in totaal 20 vragen), giscorrectie: juist +0,2; fout -0,2; geen antwoord 0

1) Zuurstof kan vrij door het celmembraan diffunderen (dus zonder gebruik te maken van transporteiwitten)

2) Triglyceriden bestaan uit 1 glycerol molecule en 3 vetzuurstaarten

3) In de membranen van het ER komt geen cholesterol voor

4) Indien op de coderende streng van het DNA de code CGGC voorkomt, zal deze op het mRNA GCCG zijn

5) Het eerste aminozuur dat onstaat bij de translatie van een eiwit is steeds methionine

6) De gameten zijn de enige haploïde cellen in het menselijke lichaam

7) De profase is de eerste fase van de mitose


Bijvraag 2 (in totaal 4punten)

Vul aan (8 vragen)

1) Een andere (Latijnse) naam voor een hartspiercel is...

2) ... zijn opgebouwd uit glycerol, 2 vetzuren, een fosfaatgroep en een base

3) Een haploïde cel met 15 verschillende chromosomen bevat in totaal ... chromosomen

4) Het suikerrijke buitendeel van de celmembraan wordt de ... genoemd

5) ... is een nucleïnezuur dat een anticodon bevat


Bijvraag 3 (4punten)

Wat is afgebeeld op de foto. Met welke techniek is deze foto genomen. Maak een schets van dit celorganel en beschrijf het in 6 regels.

Januari 2016

1) DNA overschrijven

• van de gegeven template streng (gen van insuline) mRNA maken

• van de gevonden mRNA overschrijven/vertalen naar aminozuren

• een gegeven template streng van een rund deze ook vertalen en kijken naar het verschil tussen de bovenste en wat daar de gevolgen van kunnen zijn

• Wat bepaalt hoeveel insuline er uit de cel wordt gestuurd?

• Het proces van een gen naar een eiwit dat extracellulair gaat. Geef de celorganellen en cel procedures. (Translatie en transcriptie)

2) Juist of fout ( GIS correctie) (8)

3) Vul in (8)

4) Wat is actief transport, soorten en geef een voorbeeld en leg kort de werkwijze uit.

Januari 2017

1) Schets de verschillende fases van mitose en leg elke fase beknopt uit.

2) Juist/Fout met gis

3) Invulvraag.

4) Het celmembraan is selectief permeabel. Geef twee manier van transport doorheen het celmembraan en leg uit met glucose.