2CX Keuzemodule biochemie

Uit Diana's examenwiki

MICROBIOLOGIE

JUNI 2018

[MONDELING]

1) Je krijgt een celwand en moet zegge of het grampositief of negtief is. Er zijn dinge aangeduid die je moet benoemen en functie van geven. (Teichonzuur, NAM/NAG, fosolipe, peptidoglycaanlaag, periplamsatische ruimte,...)

2) MRSA is resistent tegen een peniciline. Leg werking peniciline uit normaal. Geef manier waarop bacteriën zich resistent maken. (Pomp, andere acceptor, andere reactie, afstoten,...)

[SCHRIFTELIJK]

2) Ontsmetting en sterilisatie

a. leg verschil uit tussen desinfectans en antiseptica

b. leg Fenol uit al desinfectans en antiseptica

c. Geef een niet chemische sterilisatiemiddel


3) Leg uit

a. Biofilm

b. Antisepticum/desinfectantia

c. Zoönose

d. Waterafficiteit

4) uitleg gegeven, begrip geven

5) stikstof cyclus uitleggen en tekenen

JUNI 2017

[MONDELING]

1) Teken een grampositieve bacterie in detail en duid aan: Teichon, nucleoïd, NAM en hapanoïde. Leg de 4 termen in groot en breed uit. Ze zal hier over doorvragen, gelijk uitleggen wat de peptidoglycaanlaag doet.

2) Waar of niet waar?


a. Bij melkzuurfermentatie wordt melkzuur gefermenteerd en wordt CO2 en H2O vrijgezet.

b. Bij gebruik van penicilline zal lactobacillus resistent worden.

3) Je krijgt een celwand en moet zegge of het grampositief of negtief is. Er zijn dinge aangeduid die je moet benoemen en functie van geven. (Teichonzuur, NAM/NAG, fosolipe, peptidoglycaanlaag, periplamsatische ruimte,...)

4) MRSA is resistent tegen een peniciline. Leg werking peniciline uit normaal. Geef manier waarop bacteriën zich resistent maken. (Pomp, andere acceptor, andere reactie, afstoten,...)

[SCHRIFTELIJK]

1) Micro-organismen en temperatu

a. Geef het afsterven van bacteriën in functie van temperatuur en geef hier een woord uitleg bij waarom.

b. Geef de 5 groepen (Psychrofiel, psychrotroof,...) en hun groeitemperaturen


2) Ontsmetting en sterilisatie

a. leg verschil uit tussen desinfectans en antiseptica

b. Alcohol als ontsmettingsmiddel uitleggen

c. Geef een niet chemische sterilisatiemiddel


3) Leg uit

a. Chemotaxis

b. Biofilm

c.antisepticum/desinfectantia

d. Zoönose

e. Waterafficiteit

4) uitleg gegeven, begrip geven

5) stikstof cyclus uitleggen en tekenen

JUNI 2016

MONDELING

1) Teken een grampositieve bacterie in detail en duid aan: Teichon, nucleoïd, NAM en hapanoïde. Leg de 4 termen in groot en breed uit. Ze zal hier over doorvragen, gelijk uitleggen wat de peptidoglycaanlaag doet.

2) Waar of niet waar?

a. Bij propionzuurfermentatie wordt propionzuur gefermenteerd en wordt CO2 en H2O vrijgezet. --> Niet waar

b. Een virus bevat naakt DNA --> Niet waar, enkel vanaf het in de gastheercel is ingespoten

Tip: - Zorg dat alles perfect voorbereid is, letterlijk op de vraag antwoorden is niet genoeg. Heb hier inzicht over en geef meer informatie, dan komt het wel goed :)

- Ze geeft wel aanwijzingen op het mondeling examen erlangs zit, let hier goed op ;)

SCHRIFTELIJK

1) Micro-organismen en temperatuur

a. Geef het afsterven van bacteriën in functie van temperatuur en geef hier een woord uitleg bij waarom.

b. Geef de 5 groepen (Psychrofiel, psychrotroof,...) en hun groeitemperaturen

2) Antibiotica

a. Geef de werking van penicilline weer

b. Geef 2 andere werkingsmiddelen van antibiotica

c. Geef 2 redenen waarop een bacterie resistent zou kunnen worden tegen antibiotica

3) Leg uit

a. Chemotaxis

b. Conjugatie

c. Denitrificatie

d. Vaccinatie

e. zoögenese

4) Geef de woorden

Grondlegger medische micro-biologie: Robert Koch

2 bacteriesoorten die sporen vormen: ....

Etc, ik weet ze niet meer allemaal

AUGUSTUS 2015

MONDELING

1) groeicurve tekenen + elke fase uitleggen + in welke fase worden er endosporen gevormd? (geef ook bacteriën)


2) Waar/niet waar

a. peptidoglycaanlaag zorgt voor bescherming tegen osmotische druk (+ verklaar)

b. Bacteriën die aan Lithotrofie (Nitrificatie) doen, zijn belangrijk voor de stikstofcyclus


SCHRIFTELIJK


1) Ontsmetting en sterilisatie

a. leg verschil uit tussen desinfectans en antiseptica

b. Alcohol als ontsmettingsmiddel uitleggen

c. Geef een niet chemische sterilisatiemiddel


2) Virussen:

a. Geef algemene structuur, benoem de onderdelen en waaruit ze opgebouwd zijn.

b. Leg uit: lytische infectie door bacteriofaag

c. Leg uit hoe lytische infectie een rol kan spelen in de verspreiding van AB-resistentie


3) Leg uit in max. 5 regels:

a. Biofilm

b. LPS

c. Sulfonamide

d. ...


4) Omschrijving gegeven, jij moet begrip/naam invullen

a. Melkzuurfermentatie

b. Auxotroof

c. Pasteur

d. ...

JUNI 2015

MONDELING

1) Afbeelding van gramnegatieve bacterie (hoofdstuk 3, peptidoglycaanlaag etc); delen benoemen + functies


2) Waar of niet waar

a. Penicilline is een goed (selectief toxisch) AB

b. Bacteriën die aan nitraatademhaling doen, zijn van belang in de stikstofcyclus.


SCHRIFTELIJK

1) Groei

a. Bespreek de invloed van temperatuur op de groei van micro-organismen (+ grafiek)

b. Geef een overzicht op basis van de groei in een temperatuurgebied


2) Virussen:

a. Geef algemene structuur, benoem de onderdelen en waaruit ze opgebouwd zijn.

b. Leg uit: lytische infectie door bacteriofaag

c. Leg uit hoe lytische infectie een rol kan spelen in de verspreiding van AB-resistentie


3) Leg uit in max. 5 regels:

a. Chemotaxis

b. Stationaire (groei)fase

c. Wateractiviteit

d. Protozoa

e. Commensalisme


4) Omschrijving gegeven, jij moet begrip/naam invullen

- Robert Koch

- Saccharomyces Cerevisiae

- auxotroof

- heterotroof

...





IMMUNOLOGIE

JUNI 2015

VRAAG 1:

In bijlage zit een Engelse tekst waarin de procedure van een ELISA-test (vaste drager, sandwich) beschreven staat.


- Stel de situatie (teken well met moleculen) voor op het moment net voor toevoegen van substraat

- Is deze test direct of indirect?

- High dose hook effect:

1) Wanneer komt dit voor?

2) Hoe ziet de dosis-respons curve er dan uit?

3) Hoe kan je dit voorkomen?

- Waarom stopreagens toevoegen? + voorbeeld van een stopreagens geven en werking uitleggen

- Meting bij 2 verschillende golflengten, waarom?

- ?

- ?


VRAAG 2:

Zwangerschapstesten zijn gebaseerd op het opsporen van LH (Luteïniserend Hormoon). Omschrijf de verschillende stappen die bij deze passieve inhibitie-agglutinatie test doorlopen worden (reagentia benoemen!)


VRAAG 3:

Waar of niet waar? Verbeter de fouten. (5 stellingen waarbij soms 3 stellingen in 1 stelling zaten)


- Agglutinatie is gevoeliger dan precipitatie; direct Coombs test is agglutinatietest; inhibitie-nefelometrie en Fahey-test zijn precipitatietesten.

- IgM is pentameer dus decavalent, daarom beter voor precipitatie dan IgG.

- ?

- ?

- ?


VRAAG 4:

Definieer volgende begrippen:


- Prozone

- Hapteen

- Adjuvans (+ geef een voorbeeld)

- Nanobody (+ tekenen)


VRAAG 5:

- Wat zijn de effectorfuncties van antilichamen?

- Omcirkel alle vormen van immuniteit waar deze antilichamen bij horen:


o Aangeboren immuniteit

o Verworven immuniteit

o Humorale immuniteit

o Celgemedieerde immuniteit


VRAAG 6:

- Wat zijn MHC-moleculen en wat is hun rol in het immuunsysteem?

- Geef een vergelijkend overzicht van MHC I-moleculen en MHC II-moleculen.

Bespreek hierbij de structuur, werking (beknopt), type cel waarop ze voorkomen, type cel waarmee ze communiceren, uiteindelijke effect

- Benoem de verschillende delen op onderstaande prent en omschrijf wat er gebeurt

(afbeelding met T-killer-cel en antigenpresenterende cel, B7 en CD28 (zijn al benoemd) en MHC II molecule)


AUGUSTUS 2015

(dit examen was makkelijker dan in Juni en blijkbaar doet ze dat wel meer ;) )


VRAAG 1:

  • Leg FPIA uit: met reagentie
  • Competitie of sandwich?
  • Heterogeen of Homogeen?
  • Geef de respons/concentratie curve
  • Leg de detectie uit


VRAAG 2:

Er was een complementsysteem uitgelegd: toon aan of antilichamen zijn aangemaakt voor een bepaalde bacterie:

  • welke spelers zijn er in het Complementsysteem (complement, Bacterie, Hemolysine, staal) -> ook zeggen wanneer je incubeert of wast
  • verdunningsreeks gegeven (eerste 5 geen Hemolyse/lysis, dan 1 een beetje en de rest volledig): welke well moet je gebruiken als je de MHD (of titer? weet niet meer) wilt berekenen?
  • leg uit wat er in well 12 gebeurd is + teken zijaanzicht (volledige lysis)
  • ...


VRAAG 3:

  • geef 3 verschillen + gelijkenissen tussen Mancini en Ouchterlony
  • ...


VRAAG 4:

woorden uitleggen:

  • HAMA
  • 'LOR' van ELISA
  • Heickelberger-kendall curve
  • ...


VRAAG 5:

vergelijk aangeboren en verworden immuniteit


VRAAG 6:

  • wat is een naïeve B-cel ?
  • wat is een plasmacel?
  • Leg het proces uit hoe een naïeve B-cel wordt geactiveerd tot een plasmacel


JUNI 2017

VRAAG 1:

In bijlage zit een Engelse tekst waarin de procedure van een ELISA-test (vaste drager, sandwich) beschreven staat.


A. Stel de situatie (teken well met moleculen) voor op het moment net voor toevoegen van substraat

B. Is deze test direct of indirect?

C. Waarom stopreagens toevoegen? + voorbeeld van een stopreagens geven en werking uitleggen

D. Meting bij 2 verschillende golflengten, waarom?

E.

F. High dose hook effect:

 1) Wanneer komt dit voor? 
 2) Hoe ziet de dosis-respons curve er dan uit?
 3) Hoe kan je dit voorkomen?

G. Er worden monoklonale AL gebruikt. Wat zijn dit? Wat zijn antigen determinanten? Voor- en nadelen van monoklonaal tegenover polyklonaal? Techniek geven die AL maakt.


VRAAG 2:

Zwangerschapstesten zijn gebaseerd op het opsporen van LH (Luteïniserend Hormoon). Omschrijf de verschillende stappen die bij deze passieve inhibitie-agglutinatie test doorlopen worden (reagentia benoemen!)


VRAAG 3:

Waar of niet waar? Verbeter de fouten. (5 stellingen waarbij soms 3 stellingen in 1 stelling zaten)

- ?

- Agglutinatie is gevoeliger dan precipitatie; direct Coombs test is agglutinatietest; inhibitie-nefelometrie en Fahey-test zijn precipitatietesten.

- IgM is pentameer dus decavalent, daarom beter voor precipitatie dan IgG.

- Digitale ELISA is beter dan de klassieke ELISA?

- FPIA is omgekeerde evenredig bij concentratie en signaal.


VRAAG 4:

Definieer volgende begrippen:

- Fab

- Prozone

- Hapteen

- Adjuvans (+ geef een voorbeeld)


VRAAG 5:

- Wat zijn de effectorfuncties van antilichamen?

- Omcirkel waar deze antilichamen bij horen:


 o	Aangeboren immuniteit
 o	Verworven immuniteit
 o	Humorale immuniteit
 o	Celgemedieerde immuniteit


VRAAG 6:

- Wat zijn MHC-moleculen en wat is hun rol in het immuunsysteem?

- Geef een vergelijkend overzicht van MHC I-moleculen en MHC II-moleculen. Bespreek hierbij de structuur, werking (beknopt), type cel waarop ze voorkomen, type cel waarmee ze communiceren, uiteindelijke effect

- Benoem de verschillende delen op onderstaande prent

(afbeelding met T-killer-cel en antigenpresenterende cel, B7 en CD28 (zijn al benoemd) en MHC II molecule)