2LF Biomedisch onderzoek: moleculaire biologie

Uit Diana's examenwiki

Examen 3 juni 2019:

1.

a) Invuloefening over het hox gen

b) Welk eiwit wordt gebruikt bij dimerisatie en niet bij DNA binding --> basis leucine zipper motief

2.

a) TBP (TATA-box bindingsproteine): functie en uitleg

b) meerkeuzevragen over initiatievolgorde etc.

3.

a) Leg uit: TUTase van het editoom

b) Wat is paternale imprinting

c) Waarom is trisomie van het X-chromosoom niet dodelijk?

d) Leg uit: inducer exclusie van het lac operon

4.

a) UV, mutagenen enz zorgen voor 2 soorten producten in DNA, welke?

b) Wat is het mechanisme van herstel in e coli ongeacht de tijd van de dag (enzymsysteem uitleggen)

c) Welk rescue systeem wordt er gebruikt in prokaryoten bij ss en ds breuken en hiaten in de dochterstreng

d) Leg uit: van regulon tot mutasoom

5.

a) Lambda faag lytische en lysogen cI repressor: figuur aanvullen en uitleggen

b) Hoe gaat een theta replicatie over naar een rolling replicatie?

6.

a) Leg de DNA regulatie uit tussen de S en G2 fase uit

b) Hoe wordt de celdeling stilgelegd bij fase G1 bij DNA schade, leg uit adhv een figuur

Examen 5 juni 2018:

[1]

1. vraag over ziekteFriedreich ataxia met een expansie van trinucleotide GAA. figuur van operator weergeven

a) hoe kan expansie van trinucleotide plaats vinden noem naam van model -->streissinger model door backward slipping

b) duidt promotor aan

c) voor hoeveel nucleotiden codeert het normale transcript

d) hoe vindt silencing van gen plaats --> teken de twee situaties voor deze ziektes

e) iets over sence- antisence control --> ds RNA vorming van mrna transcripten

f) is Oct een proximale of distale promotor

g) vraag over waarom er een 5a en b is? --> alternatieve splicing bedoeld?

h) functie insulator


2) tabel met codons, mutatie van amber stopcodon

a. code amber stop codon

b. welke base mutatie veroorzaakt ander codon

c. waar codeert codon met mutatie voor

d. welk herstelmechanisme in E.coli

f. dit herstel mechanisme zit ook in mens, welke gen mutatie


3)lamda faagvirus

a. wat is het verband tussen CI, CII en CIII. hoe beinvloed dit de levenscyclus

b. hoe vind anti-terminatie plaats --> functie van N uitleggen en Nut L en NutR plaats

c. hoe van miRNA hoe weet je welke steng gids RNA is, duidt aan en leg uit

d. Teken een leucine zipper en leg uit


4) vraag over MAPK

a. RAS actief inactief

b. waarvoor staat MAPK

c. aanduiden wat MAPKKK, MAPKK, MAPK is bij zoogdier --> RAF, MEK, ERK

d. Welke genen geactiveerd en welk effect --> c-fos en C-jun

e. plaatje over LAc uitleggen

- wat is hier weergeven? --> CAP/cAmp

- welk DNA bindingsmotief, duidt dit aan --> HTH

- leg werking uit

Examen 10 juni 2017

- Vraag over glucocortioïden receptor pathway : figuur gegeven --> alle stappen uitleggen van begin tot einde.

- Basale promotor weergeven : alle boxen (bv TATA box) en zeggen wat hier op bindt of interageert

- Waarvoor staat MAPK?

- Maternale en paternale imprinting weergeven voor IgF2 en H16 + figuur tekenen en adh hiervan uitleggen

- E2F, p53, p21, PrB uitleggen + in context gieten

- Virussen (lambda faag): wat wanneer eiwit cro niet actief is? Wat wanneer eiwit CII niet actief is? + lysogene of lytische cyclus zeggen en waarom + casus : rijk medium, Cro is aanwezig en CI is door een mutatie ook aanwezig. Welke cyclus zal worden ingegaan?

- Gevolgen van UV schade + reparatiemechanismen E. coli

Examen 31/05

1. gen code gegeven met hele beschrijving van een onbekend gen en wat deze genen doen.
a) wat betekent 19q13.3
b) bij hypermethylaties van CpG gebieden worden de genen gesilenced, leg het mechanisme uit
c) waardoor vinden er expansies plaats van trinucleotide sequenties (streissinger model)
d) insulator gebied gemethyleerd, hogere expressie van specifiek gen, leg uit

2) alkylering door EMS
a) Uitwerken met boomstructuur
b) bespreek ada regulon en functies van ada eiwit

3) Arabinose operon
a) kleine vraagjes : regulerend eiwit (AraC), wanneer werkt het?, katabolisch of anabolisch
b) cAMP cascade uitwerken

4) lamda faag
genetische kaart gegeven
a) waarvoor dient N
b) hoe het van lysogene naar lytische cyclus overgaat door UV straling
c) Cro gen en CI, uitleggen welke cyclus de lamda faag ingaat waneer deze gerepresseerd worden

5) meerkeuzevragen over hoofdstuk 8
funcitie van ras gen, zeggen als p21 gerepresseerd wordt wat het gevolg is enzo
schema maken van CDK/Cycline, pRb en E2F hoe dit samenwerkt

Examen juni 2011

Mondeling

Bespreek de replicatie bij prokaryoten.
a)welke enzymen/eiwitten zijn nodig vanaf initiatie tot terminatie
b)geef de structuur van de start van initiatie en terminatie
c)bespreek de struct van dna pol III in functie van leading en lagging strand
d)situeer de glijdende klem en lader (en leg uit)

Schriftelijk

-fysicochemische analyse van DNA
iets me grafieken en dan nog 2 gentechnologieën die op die eigenschappen zijn toegepast


-X-inactivatie.
Bespreek + kleine bijvraagjes

-Imprinting
Bespreek in functie van Igf2 en H19. Wat is de functie van de insulator?
Bespreek paternale imprinting vs maternale

-Ge krijgt een DNA voorstelling, geef de 2 mogelijke mRNA. Welke van de twee is de juiste ? Wrm?
Bespreek editosoom

Examen juni 2010

(wees volledig! Een vraag (zeker hoofdvraag) in 10 zinnen beantwoorden geeft je een norse blik en een onvoldoende)

Hoofdvraag (mondeling)

- Bespreek initiatie van translatie bij prokaryoten.

hou hierbij rekening met

- opladen van tRNA met zijn aminozuur (2de genetische code)

- vorming van initiatiecomplex

- verschil tussen formylmethionine tRNA en methionine tRNA

- hoe het peptidyltransferase werkt (opgelet!!! dit is een onderdeel van het ribosoom en het enzym is een rRNA! geen eiwit)

Schriftelijk

Vraag 2: a)de O en de N functie in guanine kunnen gemethyleerd worden door ethylmethaansulfonaat (EMS). Tot wat leidt dit? (transitie/transversie vul in)

b) ada gen staat voor?

c) wat zal het eiwit van het ada gen doen en hoe heet dit?


Vraag 3: De genetische map van de Lambda faag is gegeven. Een 5-tal promoters in de vroege translatie bespreken.

Vraag 4: Interferentie RNA?
Vraag 5:

Een oefening over PCR. a) waarvoor staat PCR? b) Wat wordt er in PCR gesynthetiseerd en schrijf voluit (DNA= deoxyribonucleïnezuur) c) je krijgt een gel electroferese uitslag en het genotype van 4 kinderen. Geef de lengte van een bepaald gen. d) De vier kinderen hebben het gentype: kind 1: AB, kind 2: BC kind 3: AC en kind 4: BB. Geef een plausibele manier waarop een kind kan geboren worden met genotype AA. ( dit is een doordenker daar de ouders bvb: Ma: AB en Pa: BC genotype hebben. Volgens mendeliaans stamboom kan AA nooit!)


Vraag 1: transcriptie eukaryoten => initiatie en alles wat er toe bijdraagt tot vorming van transcriptie initiatie complex. Hoe is de organisatie/activatie van glucocorticoïde receptor? (is over die responsieve elementen)

Vraag 2: triple repeat aandoening. Hoe zichtbaar op chromosoom? Hoe ontstaan? (grondig uitleggen) ...

Vraag 3: mutatie op een guanine. Transversie/transitie? "BER"? Leg dit mechanisme uit

Vraag 4: replicatie prokaryoten. Enzymen met invloed op coiling? Hoe werken ze? Bijvraagjes over linksdraaiend, rechtsdraaiend, in zoutoplossing => effect op L, W, R

Mondeling

Het arabinose-operon. Het operon is "getekend" en je moet zelf de ontbrekende genen enzo invullen. (zo goed als alles) adhv enkele bijvraagjes systemen uitleggen die hier in tussenkomen. Bijvraagje over HTH motief en hoe binding met DNA.