2VX Microbiologie van de levensmiddelen - lab

Uit Diana's examenwiki

LABO (mei 2012)

(gegeven: identificatietabel enterobacteriacea, ingrediënten voedingsbodems, waarneming kleuren)
(er moeten 2 bacteriën geïdentificeerd worden)

 
Dag 1 

Praktijk

- Enten van MIU-bodem, Kligler, MCA => ter identificatie/aflezing voor dag 2
- Aflezen van een al geënte citraatbodem
- Gramkleuring en katalasetest uitvoeren: bacterie identificeren: mogelijkheden waren Staphylococcus, Enterococcus, Bacillus en Clostridium.

Theorie 

- Wat is het nut van een lecithinasetest voor een bacterie.
- Wat is het nut van een MUG- test.
- Waarom moet Salmonella opgespoord worden.
- Wat verwacht je van E.coli en Staphylococcus op een MSA-bodem.

Dag 2

- Aflezen resultaten dag 1 en identificeren van onbekende bacterie
- In welk kenmerk verschillen volgende 2  bacteriën (tabel), geef een test waarmee je dit kenmerk kan nagaan.
- Kan je de volgende 2 bacteriën onderscheiden via lysine decarboxylase (tabel gebruiken)
- Zijn Enterococcen schadelijk wanneer ze in levensmiddelen voorkomen. Zo ja, waarom.


THEORIE

 Juni 2012

Mondeling
- Leg het verschil tussen een voedselinfectie en –intoxicatie uit
o Geef ook 2 voorbeelden van bacteriën met het levensmiddel waarin zei typisch voorkomen
- Casus ivm 2 patiënten die gestorven zijn aan botulisme. Wat vertel je haar? Welke levensmiddelen zouden de oorzaak kunnen zijn? Welk advies geef je? 
Theorie
- Tabel: aanduiden of het een typische eigenschap is van volgende bacteriën.
o Bacillus cereus, Staphylococcus aureus, coliformen, Listeria, Campylobacter, …
o Gram reactie, katalase, psychrotroof, lage MID/MTD, voedselinfectie, voedselintoxicatie, hittestabiel toxine, mensgebonden
- Geef 2 voordelen van de snelle en klassieke detectiemethoden en leg kort het principe uit van 2 snelle methoden
- Geef 3 intrinsieke factoren en leg telkens uit met een relevant voorbeeld
- Leg uit: Xerofiel, runderlintworm, D12, TMA (trimethylamine), flat sour, organische zuren
- Juist/fout
o Salmonella komt niet voor in melkpoeder
o Botulisme komt niet voor bij conserven met pH onder 4,6
o Tellen kan met een isolatiebodem
o Bij pasteurisatie worden alle vegetatieve pathogenen gedood


Juni

Mondeling

1) Geef de eigenschappen van microbiële kwaliteits- en veiligheidsindicatoren, wat is het verschil tussen beide, en geef voor iedere groep 2 voorbeelden.

2) Casus: vrouw komt op consultatie en vertelt dat ze in de krant had gelezen dat er twee mensen gestorven zijn aan botulisme, wat vertel je haar: hoe is het ontstaan, in welke levensmiddelen komt het voor enz..

3) Geef drie voorbeelden van antagonistische relaties tussen m-o met steeds een voorbeeld.

4) Wat is het verschil tussen een voedselinfectie en een voedselintoxicatie? Geef telkens drie voorbeelden van micro-organismen die dit veroorzaken

5) Casus: patient met vraag over listeria

Schriftelijk

1) Een tabel met allemaal m-o o.a Staphylococcus aureus waarbij je de typische kenmerken moet aankruisen, bv. mensgeboden, gramreactie, katalasenzym aanwezig..

2) 4 waar/ niet waar vragen

3) 4 begrippen om uit te leggen: bv. ELISA, flat sour, thermoduur, niriet (conserveermiddel)

Juni 2010

Mondeling

  • Wat is het verschil tussen een voedselinfectie en een voedselintoxicatie? Wat zijn de symptomen? Geef van elk 2 voorbeelden van micro-organismen en in welk voedingsmiddel men deze terug kan vinden.
  • Via de krant werd een oproep gedaan om een Franse kaas terug naar de winkel te doen wegens besmettings gevaar met Listeria. Een vrouw heeft een Franse kaas van een andere soort gekocht en komt naar u met de vraag wat de gevolgen van inname van deze bacterie zijn en of zij haar kaas ook moet terugbrengen. Wat is jouw advies?
  • Geef 3 intrinsieke factoren en leg uit. Geef bij elk een relevant voorbeeld


Schriftelijk

Leg uit:

  • Sulfiet (in conserveermiddelen)
  • Latexagluttinatie
  • Taenia saginata (runderlintworm)
  • Pasteurisatie


Duid in de kolom de gepaste eigenschappen voor de bacteriën aan met een kruisje (Gram +, Gram -, anaeroob, sporenvormer, katalase +...)


4 juist of fout vragen:

  • Als er indicatororganismen worden teruggevonden zijn er zeker pathogenen aanwezig
  • ...

2009

Juni

  Staphylococcus en enterococcus zijn 2 soorten coccen, leg uit:

  • waarom hun aanwezigheid in voeding onderzocht wordt. geef van elk minstens één reden en leg uit.
  • hoe men de 2 kan onderscheiden
  • wat weet je van Staphylococcus aureus


Gasomgeving en temperatuur zijn 2 extrinsieke factoren voor de groei van m.o. leg uit


Waar of niet waar?

de kwaliteit van kaas hangt niet af van de rauwe melk als die melk eerst gepasteuriseerd is.

de snelle detectiemethoden zijn beter voor het opsporen van mo dan klassieke methoden.


Mondeling

1) waarom zijn enterobacteriacea belangrijk voor levensmiddelen (3 punten geven) + bespreek salmonella

2) synergisme: geef 3 voorbeelden


waar of niet waar:

conserven met een ph < 4,5 zijn niet onderhevig aan bederf

voor staphylococcus aureus doen ze geen resuscitatie


schriftelijk:

- toxoplasma gondii

- ELISA

- organische zuren


schriftelijk:

wat weet je van:

  • Listeria monocytogenes
  • Taenia saginata (runderlintworm)