2VX Psychologie

Uit Diana's examenwiki

januari 2012

Vrouw van 42 jaar, werkt bij een verzekeringsmaatschappij. Ze is zeer actief samen met haar man en zoon in de oldtimerclub. Ze bouwen zelf oude auto's om met oude stukken en maken er uitgestippelde rondritten mee. De vrouw en man kunnen zelf niet koken, en hebben hier ook geen tijd voor. Gelukkig kunnen ze leven op afhaalmaaltijden en kant-en-klaargerechten. Ze komen hier niet van bij.
De vrouw wordt opgenomen in het ziekenhuis met een CVA. Mensen hadden dit niet zien aankomen. Ze had wel hypertensie, maar haar moeder ook en die werd toch 80 jaar. De vrouw is half verlamd. Ze werden beiden (vrouw en man) naar jou gestuurd voor een aangepast dieet. De man heeft op het internet al gezocht naar kookboeken, maar de keuze is te ruim. Hij vraagt jou om een goed kookboek. Hij kan niet koken, maar wil dit wel proberen, want hij voelt zich wel schuldig omdat hij geen de hypertensie van zijn vrouw als onbelangrijk had gezien. De vrouw huilt en knikt instemmend.

1. Noem 5 psychosociale problemen/moeilijkheden waarmee deze vrouw te maken kan krijgen na haar CVA.
2. In welke fase van gedragsverandering zitten de vrouw en man? Motiveer je antwoord.
3. Hoe zou jij ze als diëtiste kunnen motiveren? Welke technieken pas je toe? Leg uit waarom.
4. Welke belemmeringen kunnen optreden bij de vrouw? Noem voor elke belemmering 2 voorbeelden.
5. De vrouw kan nu nog geen dagboek bijhouden, maar later wel. Wat zijn de functies van een dagboek?
6. Je doet als diëtiste aan motivational interviewing. Noem de principes.

januari 2011

Gelijkaardige casus, de man heeft ook last van hartkloppingen en ademhalingsproblemen. Hij is zelfstandige loodgieter, durft nooit nee te zeggen tegen zijn klanten en heeft hierdoor weinig tijd om eten klaar te maken (zijn vriendin heeft hem laatst laten vallen omwille van zijn tijdsgebrek). Hij gaat regelmatig naar de frituur en heeft obesitas. Hij wil hier graag iets aan doen maar weet niet hoe..

1. Pas stress en coping toe
2. In welke fase van gedragsverandering bevindt deze persoon zich, waarom en welke interventies pas je toe?
3. Na een bloedonderzoek wordt ook diabetes type 2 vastgesteld. Wat verandert er nu, welke barrières komen er bij en geef hier 3 voorbeelden van. Hoe zou je je aanpak dan bijsturen of veranderen op psychosociaal vlak?
4. Als de patiënt jou zegt dat hij geen tijd heeft om te koken, hoe reageer je hier dan op?




januari 2010

Een ‘casus’ wordt gegeven

Een man van 43, arbeider, heeft de laaste tijd last van hartkloppingen en ademhalingsproblemen, zit in een echtscheiding, ze schilderen hem af als dikke nietsnut. Hij is langs de dokter geweest, die heeft hem naar jou gestuurd vanwege zijn obesitas. Hij ziet een dieet helemaal niet zitten en denkt dat het niets zal uithalen. Maar hij komt toch omdat hij ‘moet’.

1) Pas hier stress en coping op toe en leg verbanden met zijn eetgedrag.
2) In welke fase van gedragsverandering zit hij? En waarom?
3) Hoe zou je hem motiveren?
4) Als hij daarbovenop nog diabetes zou hebben, hoe zou je je aanpak dan veranderen of bijsturen op psychosociaal vlak?