3LF DO: inl. mycologie, virologie, parasitologie: th&l

Uit Diana's examenwiki

Virologie

Examen januari 2018

1. Geef van 3 gegeven klassen virussen (Baltimore Classificatie) een voorbeeld

2. Leg het principe van rechtstreekse detectie via ELISA uit.

3. Geef de werking van neuraminidase remmers bij griep.

4. Leg uit wat het pokkenvirus (Smallpox) ideaal maakte voor uitroeiing via vaccinatie (welke factoren).

  • gemakkelijke klinische diagnose
  • geen langdurige ziektedragers
  • niet overdraagbaar tijdens incubatieperiode
  • relatief laag besmettelijk
  • geen dierenreservoir
  • effectief, stabiel vaccin beschikbaar

5. Leg de verschillen tussen verspreiding via lucht en droplets uit, in de context van hemorragische koorstvirussen (Hantavirus en Ebolavirus)

6. 20 juist/fout vragen over alle hoofdstukken. Juist antwoord: +0,25. Geen antwoord: 0. Fout antwoord: -0,25


Examen januari 2017

1. Geef 3 virussen die mucosaal kunnen overgedragen worden. Vermeld ook telkens welke pathologie/ziektesymptomen ze veroorzaken. (3p)

2. Leg het principe van rechtstreekse detectie via ELISA uit. (3p)

3. Hoe kan HIV diagnostisch worden opgespoord in het labo? (3p)

4. Er is soms wat verwarring tussen ‘Great pox’, ‘small pox’ en ‘chickenpox’. Leg de verschillen uit en geef ook de oorzaken van hun ontstaan. (3p)

5. Geef 3 virusfamilies die hemorragische koorts veroorzaken en beschrijf hun genoom.

6. 20 juist/fout vragen over alle hoofdstukken. Juist antwoord: +0,25. Geen antwoord: 0. Fout antwoord: -0,25


Examen januari 2016

1. Geef 3 virussen die mucosaal kunnen overgedragen worden. Vermeld ook telkens welke pathologie/ziektesymptomen ze veroorzaken. (3p)

2. Leg het principe van de Plaque test uit. (3p)

3. Welke antivirale middelen tegen HIV bestaan er? (3p)

4. Welke maatregelen kan een land nemen tegen een griep pandemie? (3p)

5. Wat is het verschil tussen chronische en niet chronische hepatitis B, met betrekking tot antigenen en antilichamen. Verduidelijk aan de hand van grafieken.(3p)

6. 10 juist/fout vragen over alle verschillende hoofdstukken (elk op 0,5p; mét giscorrectie)


Examen januari 2014

1. Geen een voorbeeld van een virus met dsRNA, +ssRNA en ds lineair DNA

2. Leg Sequencing van Sanger en gilbert uit

3. Hoe wordt HIV in het labo opgespoord?

4. Wat is het verschil tussen great pox, small pox en chickenpox

5. Wat is de transmissieroute van het Lassa virus

6. 10 juist/fout vragen over alle verschillende hoofdstukken


Examen januari 2012

1. Geef de verschillende stadia van een virus in de cel.

2. Leg uit: pyrosequencing.

3. Geef alle herpesvirussen met hun ziektebeeld.

4. Leg uit waarom men het pokkenvirus kon uitroeien via vaccinatie.

5. Juist of fout.


Examen januari 2011 (schriftelijk)

  1. Geef de belangrijkste voorbeelden van indirecte besmetting en geef telkens een voorbeeld.
  2. Leg het principe uit van de neutralisatie test.
  3. Leg interferon uit bij een virale infectie.
  4. Leg het principe uit van de hybride capture reactie
  5. Geef 2 vb mucosale infecties
  6. Juist of fout.

Mycologie

OKTOBER 2017

1. Welke hogere schimmel herken je op de foto? (Aspergillus niger). Teken schematisch. Waarvoor wordt deze gebruikt in de industrie?

3. Foto gegeven van de de vegetatieve knopvorming van Saccharomyces cerevisae. Teken de seksuele voortplanting en benoem de stappen.

4. Leg de Ascosporenkleuring uit. Welke arme bodem wordt hiervoor gebruikt? (zie labo)

5. Leg de air sampler uit

6. Korte verklaring geven van enkele begrippen.

  • chitine
  • azoolderivaten
  • aspergillose
  • ...

Verder waren er nog kleine vragen over het lab. Enkele deelvragen over de hoofdvragen...


Examen januari 2014

1. Met welke fungus wordt pilsner bier gebrouwen, is dit een onder of een bovengist en leg uit

2. Leg uit: productie van citroenzuur. Is dit een primair of een secundair metaboliet? Door welke fungus?

3. Candida albicans is een dimorfe fungus. Wat is dit? Welke mycose veroorzaakt Candida albicans?

4. Geef twee maatregelen die je moet nemen bij het werken met fungi

5. Fungi zijn eukaryote micro-organismen. Juist of Fout? Heeft dit een invloed bij de behandeling van mycosen?

6. Basidiomycota. Geef een voorbeeld van een fungus dat hier bij hoort. Leg de seksuele en aseksuele sporen uit.

7. Foto van een vruchtlichaam. Welke sporen omgeeft dit. Hoe wordt deze vorm van vruchlichaam genoemd?


Januari 2011

Mondeling deel

  1. Leg mycorhizza uit.
  • Ergosterol (ipv cholesterol bij de mens) -> als suikerfunctie.
  1. Aspergilus als fungi imperfecti. Leg dit uit.
  • Aspergilus is ook een opportunistische mycose. Leg dit uit.
  • Apergillus zorgt ook voor de aanmaak van citroenzuur: uitleggen.

Schriftelijk deel

  1. Bespreek het groeimedium (zoals optimumtemp,…) van de gisten
  2. Hoe asexuele sporen vinden? Hoe waarneembaar?
  3. Hoe sexuele sporen vinden? Hoe waarneembaar?