Epidemiologie (2VX)
Overgenomen uit de oude MediaWiki-examenwiki (archiefversie van 2020-02-25). 0% van deze tekst stond al in de nieuwe wiki.
augustus 2015
vraag 1: waar of niet waar en leg uit: - ecologische studies gaat uit van geaggregeerde gegevens - hoe meer vals positieven, hoe hoger de waarde van g - iets over het verband tussen I en P - randomisatie is het willekeurig indelen van mensen in de indexgroep en de controlegroep
vraag 2: welke studieopzet wordt in onderstaande tekst gevonden. geef de voor- en nadelen van deze studieopzet.
vraag 3: bereken RR en interpreteer deze waarde
vraag 4: jadadscore over artikel geven en interpreteren.
Januari 2012
1) Juist/fout en waarom
- Matching is het per toeval indelen van de onderzoeksgroepen
- Bij een gebrek aan precisie ontstaat er confounding
- De voedselconsumptiepeiling is een cross-sectionele studie
- Om de gevoeligheid en specificiteit te bepalen moeten de onderzoeksgroepen dezelfde kenmerken hebben
- Nog eentje
2) Klein stukje tekst (het was een case-control: de odds-ratio werd beschreven in de tekst)
- Welke onderzoeksvorm is dit en motiveer
- Wat zijn de voor- en nadelen van deze studie
3) Bereken het relatieve risico op nefropathie bij diabeten van 40-45 jaar. Er is geen tijdsinterval gegeven. Wel een tabel met diabeten en niet diabeten, met telkens een onderverdeling geen nefropathie en wel nefropathie.
Januari 2010
A/ Waar en niet-waar vragen : leg telkens uit.
1) hoe meer vals positieven, hoe hoger de gevoeligheid.
2) De DASH studie is een interventie studie
3) Een follow-up studie is altijd retrospectief
4) Randomisatie wil zeggen dat je voor elke persoon van de indexgroep een persoon kiest met gelijkaardige kenmerken voor de controlegroep.
B/ Leg uit wat confounding is en geef een zelfgekozen voorbeeld.
C/ Wat is het attributieve risico een trombose bij rokers in de leeftijdsgroep van 30-39jaar? Interpreteer het resultaat.
Opmerking: er is een tabel gegeven met aantal rokers in niet rokers en hoeveel hiervan trombose hebben. Je moet dus zelf eerst de incidentie van de blootgestelden en niet-blootgestelden berekenen.
er was geen tijdsinterval gegeven dus kon je geen incidentie berekenen, werken met formule (R1-R0)/R1 met R de PW
1. Waar- niet waar + motiveer. Geaggregeerde waarnemingen zijn typisch aan een ecologische studie.
2. Waar – niet waar + motiveer. Een follow-up studie is altijd retrospectief.
3. Waar – niet waar + motiveer. ....
4. Leg de regels van Bayes uit en geef een eigen voorbeeld.
5. Bereken het relatieve risico en verklaar wat je berekent. (je krijgt een tabel)