1CX Maatschappelijke en ethische vorming

Uit Diana's examenwiki

Tweedejaarsvak geworden!

Maatschappelijke en ethische vorming 2017

Vraag 1: Leg uit

a) postmodernisme

b) Rank and Yank

c) the commonds

d) peer-2-peer

Vraag 2: lees de tekst

a) duidt aan waar dit in voorkomt: pré-fordisme/fordisme/postfordisme en leg uit

b) einde van het neoliberalistisch kapitalisme? leg duidelijk uit, geef ook enkele andere voorbeelden, waarom wel/waarom niet?

Maatschappelijk en ethische vorming (van Gregory De Vleeschouwer)

Drie vragen: twee inzichtsvragen (zoals uit de lijst hieronder) en een vraag waarin je je mening moet verdedigen over een van de drie discussietopics (klonen, transhumanisme en ggo's).

  • Leg uit: ethiek is een vorm van zien. Kan je dit evt illustreren met een vb uit de film Crimes and Misdemeanors?
  • Hoe werd de ethische dimensie in ons leven traditioneel (in de klassieke tijd en in de middeleeuwen) verklaard? Waar dacht men dat ze vandaan kwam? En wat zijn de problemen met dit antwoord?
  • Leg uit wat de grootste tegenstelling is tussen de traditionele en de moderne ethiek.
  • Geef de twee voornaamste stromen van de moderne ethiek en leg ze kort uit. Waarin bestaat het grootste verschil met de traditionele ethiek?
  • Leg uit welke invloed het ontstaan van de moderne wetenschap heeft gehad op de traditionele beleving van de wereld.
  • Kan je uitleggen waarom er fascinatie uitgaat van de 'onttovering' van de werkelijkheid? Wat is er zo aantrekkelijk aan de idee dat we in een 'onherbergzame' wereld leven waarin de mens niet thuis is? (cf. romantiek, schilderijen van Caspar David Friedrich, 'Melancholia' van Lars von Trier, ...)
  • Sluiten wetenschap en zingeving elkaar uit?
  • Hoe vat men de mens op in de smalle moraal? En hoe in de brede moraal? Waaruit bestaat het verschil?
  • De mens is een sociaal dier. Leg uit wat dit betekent.
  • Aan het feit dat de mens een sociaal dier is kleven twee gevaren. Leg het eerste gevaar uit, dat van fundamentalisme.
  • Leg het tweede gevaar uit, dat van het consumentisme.

Januari 2011 (Wim Pinxten)

Je krijgt 3 vragen. Deze bestaan uit 2 theorie vragen en de derde vraag is bij iedereen dezelfde: een casus analyseren, denkmodel op toepassen en verdedigen. Het volledige examen is mondeling en je moet laten zien dat je het begrijpt dus niet letterlijk de cursus citeren. Hoe meer je verteld, hoe minder bijvragen hij stelt. De mogelijke theorie vragen staan hieronder vermeld.

  • Leg een denkmodeld volledig uit. ( Deontologie, deugdethiek, communitarisme of utilitarisme)
  • Geen een voorbeeld van (sociale ethiek, economische ethiek, milieu ethiek of medsiche ethiek) en verklaar je voorbeeldkeuze. Welk denkmodel zou je daarop toepassen?
  • Wat bedoelt men met: "cultiveren is beter dan controleren?"
  • Wat is een dillema?
  • Wat is het verschil tussen een ethische vraag en een gewone vraag?
  • leg uit: pareto-optimum.
  • Wanneer spreek je van een ethiek?
  • Wat heeft het experiment van Milgram met ethiek te maken?
  • Wat is de is-ought spanning?