3CC Elektroanalytische chemie: theorie

Uit Diana's examenwiki

januari 2016
Vraag 1: elektrolytische technieken (8 punten)

1a) Ter vergelijking van elektrogravimetrie en coulometrie steunen analyse met constante stroom en met constante/gecontroleerde potentiaal op hetzelfde? Waarom en geef een voorbeeld.
1b) Leg 3 punten uit waarmee je rekening moet houden bij elektrogravimetrie.
1c) Geef het instrumenteel schema van de elektrogravimeter met constante potentiaal en leg uit.

Vraag 2: Polarografie (8 punten)

2a) Geef de definitie vaan een halfgolfpotentiaal en leidt deze af.
2b) Geef de input en uitput grafiek van DP-polarografie en leg deze uit. Wat zijn de voordelen van DP- polarografie tov DC polarografie?

Vraag 3: oefening gemaakt en voorgesteld tijdens het academiejaar (4 punten) -> geen examenvraag meer dus.


januari 2015
Deze leerkracht (Arickx) geeft voor elke examengroep andere vragen, dit zijn alleen de vragen uit één groep.

Mondeling gedeelte

1.a. Over Ion-gevoelige elektroden de beperkingen geven en uitleggen.

1.b. Naast het beperkt lineair concentratie gebied uit vraag 1.a. is er nog een belangrijke voorwaarde. Geef twee methoden die werken met de voorgaande voorwaarden.

(6p)

Bijvragen:

- Wat is het grootste Eobs of EMK?

- Wat zijn de andere soort elektroden?

- Wat is het verschil tussen deze elektroden?

- ...


2. Leg uit aan de hand van grafieken wat differentiële puls polarografie is en geef het verschil tussen DC-polarografie. (4p)

Bijvragen:

- ...


Schriftelijk gedeelte

3. Geef het schema van een Coulometer met constante stroom. Leg alle onderdelen uit. (4p)


4. Een oefening op elektrogravimetrie: twee metalen gaan scheiden namelijk Koper (Cu) en Zilver (Ag) met constante stroom. Het midden waarin gewerkt wordt is zwavelzuur (H2SO4).

[Cu2+] = [Ag+] = 0,1 M; [H+] = 1 M; (Stroom opbrengst I = 5 x 10-5 A/cm²)

(4p)


5. De opdracht die gemaakt werd tijdens het semester telt mee voor 10% van het examen. (2p)

examen januari 2015:

Vraag 1: elektrogravimetrie (8 punten)

1a) Definieer OBS, alsook de termen die je hiervoor gebruikt.
1b) Leg de 4 punten uit waarmee je rekening moet houden bij elektrogravimetrie.
1c) Wat is het verschil tussen elektrogravimetrie met constante stroom en constante potentiaal?
1d) Geef het instrumenteel schema van de elektrogravimeter met constante potentiaal en leg uit.

Vraag 2: Polarografie (8 punten)

2a) Waarom gebruikt men bij DC polarografie als micro-elektrode, een DME.
2b) Wat zijn de gevolgen van het gebruik van EMK, dwz gemiddelde diffusiestroom en halfpotentiaal uitleggen en voor wat kunnen de diffusiestroom en halfgolfpotentiaal gebruikt worden (kwantitatief en kwalitatief). Leidt de polarografische golf af.
3b) Geef de input en uitput grafiek van DP-polarografie en leg deze uit.
4b) Wat zijn de voordelen van DP- polarografie tov DC polarografie?

Vraag 3: oefening gemaakt en voorgesteld tijdens het academiejaar (4 punten) -> geen examenvraag meer dus.