Advanced Search
Search Results
1429 total results found
2012 augustus examen
1. Wat is de bijdrage van de nier om de pH in het bloed te regelen? Leg uit aan de hand van een tekening. 2. Invuloefening over hormonen: ACTH, groeihormoon, cortisol. 3. Leg uit hoe diffusie van zuurstof in de alveolen mogelijk is. 4. Leg uit waarom de opname...
2013 juni examen
Examen 1 1. Geef de soorten transport over de celmembraan voor hydrofiele stoffen. 2. Meerkeuze vragen 3. De hormonen: Waar wordt oxytocine geproduceerd? Geef 2 hormonen waarvan de receptoren zich bevinden op het membraan van de lis van Henle. Wat gebeurt er a...
2014 augustus examen
Examen 1 1. grafiek van de actiepotentiaal gegeven met verschillende nummers (1 = depolarisatie, 2 = repolarisatie, 3 = drempelpotentiaal, 4 = rustpotentiaal, 5 = refractaire periode). Geef de naam en betekenis van de nummers en verklaar hoe ze ontstaan. 2. ho...
2014 juni examen
1. Carriertransport: Bespreek het carriertransport en het transport met geladen deeltjes. Teken beide transporten en leg uit in welke cel deze plaats vinden. 2. De hormonen: Invuloefening: ADH en TSH. Wat is de invloed van het groeihormoon op het vet-eiwit-koo...
2017 juni examen
1. transportmechanismen van distale tubulus van de nier uitleggen aan de hand van een figuur 2. 2 darmhormonen geven, effect en invloed van 3. hormonale en neurale regeling van de hypothalamus uitleggen aan de hand van een voorbeeld 4. invulvraag: tekstje aanv...
Inleiding tot de voedingswarenanalyse: lab
2011 april examen
(Theorie) Leg via een gegeven oplossing uit hoe je kwantitatief moet overbrengen. Verduidelijk eventueel met tekeningen. Standaardisatie van NaOH met KWF: hoeveel g afwegen, handelingen uitleggen, methode Vraag 3 Bereken het sulfietgehalte in mg/l wijn Geef de...
2017 mei examen
standarisatie/titratie van zoutzuur en NaOH. schriftelijk: chromatografie, Rose Gotlieb/melkpoeder, waar /niet waar vragen
Inleiding tot de voedingswarenanalyse: theorie en oefeningen
2009 juni examen
Mondeling: 1. Reageren volgende zuur , basisch of neutraal? a. nacl b. ? c. 1 mol NH3 en 1 mol NH4cl 2. Leg de reducerende suikers uit volgens de methode van luff-schoorl! Geef hierbij alle recties die plaatsvinden. 3. Leg de methode van Mohr uit. a. teken bur...
2010 juni examen
Vraag 1 - Hoe verloopt de titratie van een sterk zuur en een sterke base? Welke indicator wordt hiervoor gebruikt? Schets grafieken. Welke kleuromslag kunnen we waarnemen? - Idem voor de titratie van een sterk zuur en zwakke base Vraag 2 Leg volgende begrippen...
Menselijke biologie en celbiologie
2009 januari examen (vroeger Celbiologie)
Hoofdvraag: - Geef een overzicht van de genexpressie. Leg verband met DNA, RNA en proteïnes ( staat letterlijk in de cursus, maar meer details geven) Bijvragen: - je krijgt de tekening = 1 vetzuurketen Wat is dit? Leg uit en waar komt deze...
2009 januari examen (vroeger Menselijke biologie)
1e deel: Woorden omzetten, vertalen, synoniemen zoeken. Tekst aanvullen: kleine bloedsomloop van het hart en de bloedsvoorziening bij de longen - waar deze beginnen in het hart en ook eindigen 2e deel: Teken een nefron en benoem de delen. waar is dit gelegen i...
2010 januari examen (vroeger Celbiologie)
gegeven een dna streng, maak hiervan een aminozuur en leg de verschillende stappen uit teken een eukaryote cel na de mitose en voor de cytokinese en n=4 juist of fout: ionen kunnen langs het plasmamembraan
2012 januari examen (vroeger Celbiologie)
(Marthe) hoofdvraag: beschrijf de functie van een tight junction en een darmepitheel cel. Toon ook aan met een tekening en benoem alle getekende onderdelen. Bijvraag1 Waar komen deze voor in de cel. Zetmeel: H2O2: cholesterol: celplaat: bijvraag 2 voor wat sta...
2012 januari examen (vroeger Menselijke biologie)
Leg uit: afferent neuron epidermis hepatocyt chyl synoniem: buikholte tegenovergestelde van: intracellulair dorsaal Leg de wand van arteriool, arterie en vene uit aan de hand van basisstructuur +leg functie uit invuloefening weg die O2 aflegt bij de ademhaling...
2013 januari examen (vroeger Celbiologie)
Hoofdvraag (8punten) 1) is een insuline receptor een intergraal of een perifeer eiwit 2) ... 3) Gegeven het coderende streng van het DNA, geef de mRNA 4) Geef de aminozuursequentie van dit mRNA 5) Bevindt de insuline receptor van dit mRNA zich in het membraan ...