Skip to main content

2017 juni examen

[MONDELING]

1) Teken een grampositieve bacterie in detail en duid aan: Teichon, nucleoïd, NAM en hapanoïde. Leg de 4 termen in groot en breed uit. Ze zal hier over doorvragen, gelijk uitleggen wat de peptidoglycaanlaag doet.

2) Waar of niet waar?


a. Bij melkzuurfermentatie wordt melkzuur gefermenteerd en wordt CO2 en H2O vrijgezet.

b. Bij gebruik van penicilline zal lactobacillus resistent worden.

3) Je krijgt een celwand en moet zegge of het grampositief of negtief is. Er zijn dinge aangeduid die je moet benoemen en functie van geven. (Teichonzuur, NAM/NAG, fosolipe, peptidoglycaanlaag, periplamsatische ruimte,...)

4) MRSA is resistent tegen een peniciline. Leg werking peniciline uit normaal. Geef manier waarop bacteriën zich resistent maken. (Pomp, andere acceptor, andere reactie, afstoten,...)

[SCHRIFTELIJK]

1) Micro-organismen en temperatu

a. Geef het afsterven van bacteriën in functie van temperatuur en geef hier een woord uitleg bij waarom.

b. Geef de 5 groepen (Psychrofiel, psychrotroof,...) en hun groeitemperaturen


2) Ontsmetting en sterilisatie

a. leg verschil uit tussen desinfectans en antiseptica

b. Alcohol als ontsmettingsmiddel uitleggen

c. Geef een niet chemische sterilisatiemiddel


3) Leg uit

a. Chemotaxis

b. Biofilm

c.antisepticum/desinfectantia

d. Zoönose

e. Waterafficiteit

4) uitleg gegeven, begrip geven

5) stikstof cyclus uitleggen en tekenen